Deze zomer maakt Trends een stand van zaken op voor de belangrijkste vijf sectoren voor jonge Belgische techbedrijven. 6 procent van de Belgische start-ups en scale-ups is actief in technologie voor de industrie, in jargon manufacturing tech of manutech genoemd.
...

Qpinch maakt innovatieve technologie waarmee industriële bedrijven warmte kunnen recupereren. Met het softwareplatform van Twikit kunnen bedrijven dan weer met 3D-printing hun producten personaliseren. Robovision is ook actief in de robotica, met technologie gebaseerd op artificiële intelligentie. Arkite innoveert met een virtuele begeleider voor operatoren in industriële bedrijven, en Airshaper maakte een virtuele windtunnel. Het zijn enkele voorbeelden van jonge veelbelovende Belgische techbedrijven in de maakindustrie. "België staat in Europa zesde voor investeringen in manutech", zegt Omar Mohout, entrepreneurship fellow bij Sirris, het kenniscentrum van de technologische sector. Het Verenigd Koninkrijk, Duitsland en Frankrijk nemen de podiumplaatsen in. "Ook Zweden en Finland doen het beter dan ons land", zegt Mohout. De onbetwiste Belgische manutechstad is Leuven, met Gent op de tweede plaats, in zowel aantal bedrijven als in opgehaald kapitaal, blijkt uit de gegevens van Sirris. Enkele Leuvense succesfactoren zijn de universiteit, die tot spin-offs leidt, en gangmakers als het wereldvermaarde onderzoekerscentrum imec en de pioniersrol van Materialise (zie 'We moeten trots durven te zijn op Materialise'). "De belangrijkste troefkaart is de sterke maakindustrie in dit land. Die uitspelen is de sleutel tot succes", zegt Omar Mohout. "Antwerpen, Oost-Vlaanderen en Vlaams-Brabant boksen daar onder hun gewicht. West-Vlaanderen zet sterk in op de maakindustrie, met Flanders Make en Sirris in Kortrijk en de vier Industrie 4.0 Labs in Brugge en Kortrijk. De Provinciale Ontwikkelingsmaatschappij West- Vlaanderen is een actieve speler in de digitale transformatie van de nijverheid. Enkel Limburg heeft met de Thor Park Campus ook een strategie voor de maakindustrie." "Een start-up beginnen is in Vlaanderen geen probleem, zegt Johan De Geyter, de CEO van Iristick. "De uitdaging is een bedrijf met 20 mensen laten doorgroeien naar 200 mensen." Iristick maakt slimme brillen voor industriële bedrijven. Wie bijvoorbeeld op grote hoogte aan een machine zit te sleutelen met zo'n slimme bril op, kan een collega beneden laten meekijken. "In onze buurlanden verloopt de overgang van een kleine risicovolle start-up naar een stabiel, groot bedrijf geleidelijker." Iristick heeft ook een kantoor in New York. Johan De Geyter ziet hoe daar meer kennis en ervaring aanwezig is om bedrijven te laten doorgroeien. "Probeer bij ons maar eens een financieel directeur te vinden die weet hoe je een scale-up laat groeien van 20 naar 200 man." Dat brengt De Geyter bij een tweede heet hangijzer. Een gebrek aan goed personeel remt de groei af. "Wij hebben vijf vacatures die al drie maanden openstaan." Pick-It vindt wel de juiste mensen, maar net als Iristick liep de Leuvense scale-up tegen het probleem aan dat Belgische techbedrijven vaak sneller klanten vinden in het buitenland dan in eigen land. Pick-It ontwikkelde software en een 3D-camera die grijprobots 'ogen' geeft, zodat ze losse onderdelen kunnen herkennen. Door de coronapandemie zag Pick-It zijn omzet terugvallen, maar het maakt van de crisis gebruik om zijn volgende groeischeut voor te bereiden. "De overheidsmaatregelen hebben geholpen", zegt Peter Soetens, de CEO van Pick-It. "Onze grootste markt is het buitenland. We ontwikkelen nu nieuwe producten. We willen versnellen." Hoewel Pick-It met PMV en Urbain Vandeurzen wel investeerders vond in eigen land, ziet Peter Soetens dat veel start-ups op eigen kracht moeten doorgroeien: "Een paar miljoen euro ophalen en groeien naar 20 à 30 mensen zal wel lukken. Maar de volgende stap, 10 à 20 miljoen euro terwijl je nog verlies maakt, wordt moeilijk. Dat is makkelijker in het buitenland." Industriële start-ups hebben meer geld nodig dan softwarebedrijven. " Lean werken is moeilijk", zegt Soetens. "Bij software kun je een product verkopen dat nog niet helemaal af is en het gaandeweg verbeteren. Als je dat in de maakindustrie doet, ben je je klant kwijt." De Limburgse investeringsmaatschappij LRM is heel actief in de sector, maar met Industrya is er pas dit jaar een fonds voor industriële technologie, betreurt Omar Mohout. Het Luikse fonds haalde 42 miljoen euro op. Daarvan komt 22 miljoen van John Cockerill Group, en telkens 5 miljoen van het Limburgse LRM en de Waalse investeringsmaatschappijen FPIM, SRIW en Noshaq. "Ik zie twee gebreken in de markt", zegt Gildino Tavares, de CEO van Industrya. "Heel weinig fondsen of banken investeren voldoende in industriële start-ups. Wij zullen gemiddeld 350.000 euro zaaikapitaal investeren, en daarna een grote kapitaalronde van ongeveer 2 miljoen. Het tweede probleem is dat wie nu investeert, vaak niet de expertise kan bieden om die bedrijven te laten groeien. Dat willen wij wel doen."