Lees ook: 'Hoe zombiebedrijven onze economie verstikken'
...

België heeft 8930 nv's en 46.763 bvba's met een negatief eigen vermogen. Dat blijkt uit cijfers van Roularta Business Information. Die situatie is bij wet verboden. Toch zijn het niet allemaal 'zombie-bedrijven', die het best zo snel mogelijk juridisch kaltgestellt worden, meent Elke Janssens, partner van het advocatenkantoor NautaDutilh en gespecialiseerd in vennootschapsrecht. "Veel van hen vormen geen enkel gevaar voor andere bedrijven", poneert ze (zie kader Doelbewust ondergekapitaliseerd). "Tegen andere moet volgens het vennootschapsrecht wel degelijk worden opgetreden." Het vennootschapswetboek legt maatregelen op als het nettokapitaal (de totale activa verminderd met de provisies en de schulden aan derden) van vennootschappen met de helft daalt of onder de minimumkapitaalvereiste duikt. Dat bedrag is 61.500 euro voor nv's en 18.550 voor bvba's. De raad van bestuur moet twee maanden na de vaststelling van de onderkapitalisering een herstelplan voorleggen aan de algemene vergadering. "Dat kan gepaard gaan met een kapitaalverhoging, de waarborg door een groepsvennootschap of een aandeelhouder", aldus Sophie Jacmain, de vennoot bij hetzelfde kantoor die insolventiedossiers behandelt voor klanten als onder meer BNP Paribas Fortis, ING en KBC. "Ook kan het bedrijf via de wet op de continuïteit van de ondernemingen proberen een grondige herstructurering door te voeren, terwijl de terugbetaling van kredieten wordt opgeschort." De inhoud van het herstelplan is niet publiek. "Het bevat commerciële en financiële informatie die concurrenten of klanten zouden kunnen misbruiken", aldus Jacmain. "Het bestaan van een herstelplan moet trouwens evenmin worden bekendgemaakt." De algemene vergadering kan het herstelplan afkeuren. De raad van bestuur moet dan zijn werk opnieuw doen of de ontbinding van de vennootschap voorstellen aan de algemene vergadering. Als de bestuurders de aandeelhouders niet bijeenroepen of geen herstelplan indienen als de wet dat vereist, worden ze mee aansprakelijk tot betaling van de schulden van de vennootschap. "Dat speelt vooral een rol na een faillissement, als de curator hen ter verantwoording kan roepen", aldus Jacmain. Als bovendien blijkt dat het nettokapitaal met driekwart of onder de minimumkapitaalsdrempel is gedaald, kan volgens de vennootschapswet "elke belanghebbende" de ontbinding van de vennootschap vorderen voor de rechtbank van koophandel. "De rechtbank kan de onderneming ontbinden en een vereffenaar aanstellen", aldus Jacmain. "Het is dikwijls vooral een drukmiddel van schuldeisers, die een snelle betaling willen bekomen." Soms leggen bedrijven geen jaarrekening neer om te vermijden dat de moeilijkheden aan het licht komen. Als dat drie keer na elkaar gebeurt, kunnen belanghebbenden ook een ontbinding uitlokken. Ook gaat dan een knipperlicht aan bij de kamers voor handelsonderzoeken, die in de rechtbank van koophandel bedrijven in moeilijkheden opsporen. De verantwoordelijken van de onderneming kunnen de situatie regulariseren. Blijven ze weg of doen ze niets, dan kan de kamer het dossier aan het parket voorleggen om het bedrijf failliet te laten verklaren. "Dat gebeurt zelden, omdat ondergekapitaliseerde ondernemingen geen prioriteit zijn voor het parket", aldus Jacmain. Een wetsvoorstel, dat vorige maand werd goedgekeurd door de Kamercommissie Justitie, wil de kamers van handelsonderzoeken daarom een ruimere bevoegdheid geven. Als een onderneming wegblijft als ze wordt gevraagd uitleg te komen geven over haar situatie, of zeven maanden na de afsluiting van het boekjaar geen jaarrekening heeft ingediend, zouden die kamers zelf de ontbinding kunnen aanvragen bij de rechtbank. "Het is een verregaande stap om ondernemingen in moeilijkheden uit de economie te weren", aldus Janssens. Het voorstel is nog maar de aanloop van een grote hervorming van het wetboek van vennootschappen, die minister van Justitie Koen Geens (CD&V) voorbereidt. Hij wil de minimumkapitaalvereiste voor bvba's opheffen. Die op het eerste gezicht paradoxale versoepeling wordt gecompenseerd door een versterking van de bestuurdersaansprakelijkheid in het insolventierecht (zie kader Bestuurdersaansprakelijkheid neemt toe). "De aanpassing is een goede zaak, want het minimumkapitaal voor kleinere ondernemingen betekent een concurrentienadeel tegenover buitenlandse bedrijven die er niet aan onderworpen zijn", poneert Janssens. "Buitenlandse bedrijven die met Belgische vennootschappen handelen, begrijpen niets van al die stringente regels." Normaal gezien moest de nieuwe vennootschapswetgeving voor april klaar zijn, maar Janssens verwacht nog politiek getouwtrek. "Het lobbywerk rond de hervorming van het vennootschapsrecht is enorm", weet ze.