Sinds oktober en nog tot en met juni hebben ouders van wie de kinderen wegens de coronamaatregelen niet naar school of de opvang kunnen gaan, het recht om een beroep te doen op tijdelijke werkloosheid. Uit de gegevens van Acerta voor 29, 30 en 31 maart - de eerste drie dagen van de extra vakantieweek - blijkt dat meer ouders dat tijdens de zogenaamde 'paaspauze' hebben gedaan. Op die drie dagen bedroeg het aandeel tijdelijke werkloosheid van de totale werkdagen respectievelijk 4,5; 4,6 en 4,7 procent. In vergelijking met de week ervoor gaat het om stijgingen tussen 16,8 en 20,5 procent. Ondertussen stegen ook de vakantieaanvragen met tussen de 18,4 en 30,1 procent, maar bleef het aandeel vakantie tussen de 1,5 en 1,7 procent van de werkdagen. De situatie lag daarmee anders dan bij de extra week herfstvakantie in november vorig jaar, toen werkende ouders vooral meer vakantie namen. De impact op de tijdelijke werkloosheid, die toen sowieso nog hoger lag, was heel beperkt. "De herfstvakantie toen en de paasvakantie nu blijven twee verschillende situaties. Naar het einde van een jaar zullen werknemers eerder dan in het begin van een jaar naar hun saldo vakantiedagen kijken. We zien bovendien dat er een feestdag viel in die novemberweek, wat klassiek aantrekkelijk is om de brug te maken", zegt Marijke Beelen van Acerta. "Voor wie in november nog vakantie had: vakantiedagen opnemen is ook financieel interessanter dan tijdelijke werkloosheid. Maart daarentegen vinden werknemers wellicht nog wat vroeg om al te veel aan hun potje vakantiedagen te zitten." Acerta merkt daarnaast op dat tijdelijke werkloosheid en vakantie stegen in de extra schoolvrije paasweek, maar dat ze nog redelijk laag bleven. "Opvang gebeurde dus wellicht ook anders, bijvoorbeeld gecombineerd met thuiswerk", klinkt het. (Belga)

Sinds oktober en nog tot en met juni hebben ouders van wie de kinderen wegens de coronamaatregelen niet naar school of de opvang kunnen gaan, het recht om een beroep te doen op tijdelijke werkloosheid. Uit de gegevens van Acerta voor 29, 30 en 31 maart - de eerste drie dagen van de extra vakantieweek - blijkt dat meer ouders dat tijdens de zogenaamde 'paaspauze' hebben gedaan. Op die drie dagen bedroeg het aandeel tijdelijke werkloosheid van de totale werkdagen respectievelijk 4,5; 4,6 en 4,7 procent. In vergelijking met de week ervoor gaat het om stijgingen tussen 16,8 en 20,5 procent. Ondertussen stegen ook de vakantieaanvragen met tussen de 18,4 en 30,1 procent, maar bleef het aandeel vakantie tussen de 1,5 en 1,7 procent van de werkdagen. De situatie lag daarmee anders dan bij de extra week herfstvakantie in november vorig jaar, toen werkende ouders vooral meer vakantie namen. De impact op de tijdelijke werkloosheid, die toen sowieso nog hoger lag, was heel beperkt. "De herfstvakantie toen en de paasvakantie nu blijven twee verschillende situaties. Naar het einde van een jaar zullen werknemers eerder dan in het begin van een jaar naar hun saldo vakantiedagen kijken. We zien bovendien dat er een feestdag viel in die novemberweek, wat klassiek aantrekkelijk is om de brug te maken", zegt Marijke Beelen van Acerta. "Voor wie in november nog vakantie had: vakantiedagen opnemen is ook financieel interessanter dan tijdelijke werkloosheid. Maart daarentegen vinden werknemers wellicht nog wat vroeg om al te veel aan hun potje vakantiedagen te zitten." Acerta merkt daarnaast op dat tijdelijke werkloosheid en vakantie stegen in de extra schoolvrije paasweek, maar dat ze nog redelijk laag bleven. "Opvang gebeurde dus wellicht ook anders, bijvoorbeeld gecombineerd met thuiswerk", klinkt het. (Belga)