Uit de werkgelegenheidsdata van het Planbureau blijkt dat het aantal personen dat werkte in 2020 - toen de pandemie in het voorjaar uitbrak - gelijk was aan dat van 2019. Maar in aantal gewerkte uren was er wel een sterke achteruitgang: -8,5 procent. Het Planbureau verwijst naar de pandemie en meer bepaald naar de lockdown en economische groeivertraging.

Maar niet iedereen werkte plots veel minder. Zo was er een 'opmerkelijk grotere daling' bij de lager geschoolden (-12 procent) dan bij de hoger geschoolden (-3 à -6 procent). Vooral bedrijfstakken met veel laaggeschoolden (horeca, kleinhandel, recreatie,...) werden immers getroffen en telewerk was niet evident in deze sectoren.

Ook bij zelfstandigen was er een forse daling van het aantal gewerkte uren, en dan vooral bij de vrouwelijke laaggeschoolde zelfstandigen (-26 procent). Door de tijdelijke steunmaatregelen van de regering kon men zijn statuut wel behouden.

Uit de werkgelegenheidsdata van het Planbureau blijkt dat het aantal personen dat werkte in 2020 - toen de pandemie in het voorjaar uitbrak - gelijk was aan dat van 2019. Maar in aantal gewerkte uren was er wel een sterke achteruitgang: -8,5 procent. Het Planbureau verwijst naar de pandemie en meer bepaald naar de lockdown en economische groeivertraging. Maar niet iedereen werkte plots veel minder. Zo was er een 'opmerkelijk grotere daling' bij de lager geschoolden (-12 procent) dan bij de hoger geschoolden (-3 à -6 procent). Vooral bedrijfstakken met veel laaggeschoolden (horeca, kleinhandel, recreatie,...) werden immers getroffen en telewerk was niet evident in deze sectoren. Ook bij zelfstandigen was er een forse daling van het aantal gewerkte uren, en dan vooral bij de vrouwelijke laaggeschoolde zelfstandigen (-26 procent). Door de tijdelijke steunmaatregelen van de regering kon men zijn statuut wel behouden.