Ze zijn er niet trots op, maar mijnbouwinvesteerders voelen zich aangetrokken tot Glencore, een Engels-Zwitsers metaalconcern. Het is de grootste uitvoerder van steenkool, een bijzonder onhippe grondstof. Glencore waagt zich op terreinen waar anderen voor terugdeinzen, zoals de Democratische Republiek Congo, die een onfrisse reputatie heeft als het om geweld en corruptie gaat. En het metaalconcern heeft onlangs nog strafmaatregelen tegen Rusland omzeild om een overeenkomst te kunnen sluiten met Rosneft, de oliekampioen van dat land.
...

Ze zijn er niet trots op, maar mijnbouwinvesteerders voelen zich aangetrokken tot Glencore, een Engels-Zwitsers metaalconcern. Het is de grootste uitvoerder van steenkool, een bijzonder onhippe grondstof. Glencore waagt zich op terreinen waar anderen voor terugdeinzen, zoals de Democratische Republiek Congo, die een onfrisse reputatie heeft als het om geweld en corruptie gaat. En het metaalconcern heeft onlangs nog strafmaatregelen tegen Rusland omzeild om een overeenkomst te kunnen sluiten met Rosneft, de oliekampioen van dat land. Toch kan Glencore zijn gloriemoment nog beleven. Het is een van de grootste leveranciers ter wereld van koper en de grootste van kobalt, en dat is grotendeels te danken aan de investeringen in Congo. Koper en kobalt zijn cruciale bestanddelen voor cleantechproducten en -industrieën, zoals elektrische voertuigen en batterijen. Dankzij het potentieel van 'groene' metalen en mineralen - naast koper en kobalt zijn dat nikkel, lithium en grafiet - wordt het vernieuwde enthousiasme over investeringen in mijnbouwbedrijven nog groter. De supercyclus van de grondstoffen, die in de vroege jaren 2000 begon en door China werd aangevoerd, had heel wat ravage aangericht. Er waren overinvesteringen ter waarde van 1 biljoen dollar. Nu krabbelen de mijnbouwbedrijven stilaan overeind. Optimisten beweren dat schone energie een grotere vraag kan creëren dan China de voorbije vijftien jaar deed. Optimisme over de mijnbouwindustrie op zich is al een merkwaardige ommekeer. De voorbije vier jaar is de sector door een dal gegaan dat, volgens het onderzoeksbedrijf Sanford C. Bernstein, net zo diep was als tijdens de Depressie. In 2014-2015 hebben de grootste vier in Londen genoteerde mijnontginners - BHP Billiton, Rio Tinto, Glencore en Anglo American - bijna 20 miljard dollar verloren aan kernwinst of ebitda, terwijl de grondstoffen wegzakten. Glencore, dat het zwaarste getroffen werd, liet zijn dividend vallen en schreef aandelen uit om de balans recht te trekken. De waarde van grondstoffen herleefde vorig jaar, en de aandelenprijs van de mijnbouwbedrijven herstelde. Uit recente resultaten blijkt dat de grootste vier bedrijven niet alleen enorme verliezen in winst hebben omgezet, maar ook dat ze in 2016 de nettoschuld met bijna 25 miljard dollar hebben teruggeschroefd. BHP en Rio hebben hun aandeelhouders onverwacht grote bedragen uitbetaald. Volgens Glencore-baas Ivan Glasenberg is het al dertig jaar geleden dat het bedrijf financieel zo sterk stond. De ommezwaai werd gesteund door de beperking van de voorraad - zowel vrijwillig, om de prijs op te drijven, als onvrijwillig, door stakingen en inbeslagnames. De investeringen zijn sinds 2013 met meer dan twee derde afgenomen (zie grafiek). Alle bedrijven aarzelen om zich aan grote, nieuwe mijnbouwprojecten te wagen. De mijnbouwfirma's zijn er nu vooral op gefocust hun eindbalans weer op te bouwen en de aandeelhouders die erin zijn blijven geloven, te belonen. Ook al beloven ze verstandig om te springen met hun kapitaal, de vraag naar groene metalen en mineralen brengt de mijnbouwbedrijven in de verleiding geld uit te geven. Vorig jaar verklaarde BHP dat 2017 het jaar zou kunnen worden "waarin de revolutie van de elektrische wagen echt van start gaat". Een recente stijging in de prijs van batterijonderdelen, zoals koper, kobalt en lithium, heeft het enthousiasme nog doen toenemen. China, de grootste producent van elektrische voertuigen, slokt de voorraden op. In november werd China Molybdenum, dat beursgenoteerd is in Sjanghai, de hoofdaandeelhouder van Tenke Fungurume, een uitgestrekte koper- en kobaltmijn in Congo. Het is ook veelzeggend dat de prijs van platina, dat gebruikt wordt in katalysatoren van verbrandingsmotoren, achterophinkt. BHP, dat de vraag naar grondstoffen voor elektrische voertuigen grondig heeft bestudeerd, schat dat de gemiddelde auto die door een elektrische batterij aangedreven wordt, 80 kilogram koper zal bevatten. Dat is vier keer zo veel als een verbrandingsmotor. Die hoeveelheid wordt verdeeld tussen de motor, de batterij en de bedrading. Het bedrijf voorspelt dat er tegen 2035 140 miljoen elektrische wagens kunnen rondrijden (8 % van het wereldwijde wagenpark). Vandaag is dat nog maar 1 miljoen. Voor de fabricage van de wagens is op zijn minst een bijkomende 8,5 miljoen ton koper per jaar vereist. Dat is ongeveer een derde meer dan de huidige wereldwijde vraag naar koper. Sanford C. Bernstein schat dat tegen 2035 bijna alle nieuwe wagens elektrisch zullen zijn. Volgens het onderzoeksbedrijf zullen koperleveranciers dubbel zoveel moeten produceren om aan de vraag tegemoet te komen. Om alle nuttige metalen te vinden en op te graven en nieuwe smelt- en raffineerinstallaties te financieren, zullen de mijnbouwbedrijven tot 1 miljard dollar moeten investeren. Hunter Hillcoat van de bank Investec zegt dat jaarlijks een nieuwe kopermijn met de afmetingen van Escondida in Chili, de grootste ter wereld, zou moeten opengaan. En daar knelt het schoentje. Sommigen schatten dat er zeker dertig jaar ligt tussen het vinden van koperlagen en de grootschalige productie van het metaal. Sommige grote mijnen die nu worden ontgonnen, werden ontdekt in de jaren twintig van de vorige eeuw. Door de achteruitgang van de kwaliteit van het erts, het verzet van de gemeenschap, een tekort aan water en nog andere factoren zal de vraag naar koper het aanbod over een jaar of twee overtreffen. Maar de prijzen zouden aanzienlijk moeten stijgen om de noodzakelijke investeringen in mijnen aan te sporen. Maar sterk stijgende koperprijzen zouden op hun beurt de zoektocht naar alternatieve materialen voor batterijen en elektrische voertuigen, zoals aluminium, kunnen aanmoedigen. Toen de prijs van nikkel, dat aan roestvrij staal wordt toegevoegd, tien jaar geleden de pan uit rees, bedachten de producenten van roestvrij staal manieren om hun producten te vervaardigen zonder afhankelijk te zijn van nikkel. Een andere hindernis in de bevoorrading van de revolutie van de elektrische wagen is de vaak onherbergzame locatie van een aantal van de meest veelbelovende mineralen. Kobalt bijvoorbeeld is een nevenproduct van koper en nikkel. Er wordt zo'n 100.000 ton kobalt ontgonnen. Ongeveer 70 procent daarvan komt uit Congo, waarvan een groot deel door niet-geregulariseerde mijnwerkers wordt geproduceerd. Dat veroorzaakt kopzorgen over 'conflictkobalt'. Congo is inderdaad wellicht de belangrijkste bron van veel mineralen die vereist zijn voor elektrische voertuigen en batterijen. Maar bedrijven als BHP en Rio staan niet te springen om in het land te investeren. Ze maken zich zorgen over de stabiliteit, de transparantie en het bestuur in Congo. Op korte termijn blijft de mijnbouwindustrie weigerachtig staan tegenover nieuwe investeringen. Glencore voert aan dat het zich al eerder heeft laten misleiden door schattingen dat de vraag naar koper zou verdubbelen - de meest recente foute beoordeling gebeurde in 2008. BHP en Rio hebben nog een bijkomende reden om te aarzelen voor ze veel geld uitgeven aan batterijonderdelen. Hun belangrijkste inkomstenbronnen zijn ijzererts en steenkoolcokes, de ruwe grondstoffen van staal. Die worden vaker gebruikt voor benzine- en dieselmotoren dan in elektrische voertuigen. BHP produceert ook olie. De vraag daarnaar kan lijden onder het toenemende aantal voertuigen met batterijen. Anglo American levert veel platina en palladium en speelt zo in op de vraag van diesel- en benzinekatalysatoren. Die diverse mineralen zijn een soort zekerheid voor de mijnbouwbedrijven, in welke richting het wagenpark ook evolueert. Kleine mijnontginners, zoals Ivanhoe uit Canada, zijn misschien het beste voorbereid op een toename van elektrische voertuigen en batterijen. Ivanhoe heeft onlangs gezegd dat het van plan is het Kamoa-Kakula-project in Congo verder te ontginnen. Het bedrijf beweert dat het de grootste koperbron ooit ontdekt is, met koper van de beste kwaliteit. Zijin, een Chinese mijnontginner, ziet dezelfde mogelijkheden en betaalt Ivanhoe 412 miljoen dollar voor de helft van zijn meerderheidsbelang in Kamoa-Kakula. De miljardair Robert Friedland, de oprichter van Ivanhoe, zegt dat koper het belangrijkste van alle metalen is. "Elke oplossing voor de ecologische en milieuproblemen in de wereld komt uit bij koper", zegt hij. (The Economist)