Een donderdag, 10 uur. Het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen heeft zijn deuren nog maar pas geopend, en de inkomhal is al gevuld met de drukte van tientallen kinderen - van kleuters tot leerlingen van het middelbaar. Ze verspreiden zich door de zalen over de evolutie van het leven en de mens, de dinosauriërs of de biodiversiteit. Enkele leerlingen van een lagere school kijken met ontzag op naar de metershoge kudde iguanodons, die in 1878 in een steenkoolmijn in Bernissart zijn opgegraven door een werkplaatsleider van het museum. De presentatie in de zaal is niet alleen educatief, ze is ook gewoon leuk. Zo kunnen kinderen in het PaleoLAB als echte wetenschappers fossielen onderzoeken, opgravingen doen of dinosporen volgen. Een jongen probeert met een klein hartje een jonge parasaurolophus te verrassen, die soms tevoorschijn schiet op een groot videoscherm. Niet verwonderlijk dat het museum ook in de weekends en de schoolvakanties druk wordt bezocht, maar dan lopen vooral gezinnen met kinderen door de zalen. In 2018 trok het museum 330.000 bezoekers, van wie bijna een kwart scholieren.
...