Laten we beginnen met het goede nieuws. Uit de Barometer van de Belgische Attractiviteit, een jaarlijkse studie van adviesgroep EY over de aantrekkelijkheid van ons land als investeringslocatie, blijkt dat we in 2016 precies 200 buitenlandse investeringsprojecten hebben binnengehaald. Dat is 5 procent minder dan in het recordjaar 2015. Met die 200 projecten (105 in Vlaanderen, 48 in Wallonië en 47 in Brussel) staan we op de achtste plaats in de rangschikking van de aantrekkelijkste Europese landen. Het Verenigd Koninkrijk, Duitsland en Frankrijk staan op het podium. Ook Spanje, Polen, Nederland en Rusland doen beter dan België.
...

Laten we beginnen met het goede nieuws. Uit de Barometer van de Belgische Attractiviteit, een jaarlijkse studie van adviesgroep EY over de aantrekkelijkheid van ons land als investeringslocatie, blijkt dat we in 2016 precies 200 buitenlandse investeringsprojecten hebben binnengehaald. Dat is 5 procent minder dan in het recordjaar 2015. Met die 200 projecten (105 in Vlaanderen, 48 in Wallonië en 47 in Brussel) staan we op de achtste plaats in de rangschikking van de aantrekkelijkste Europese landen. Het Verenigd Koninkrijk, Duitsland en Frankrijk staan op het podium. Ook Spanje, Polen, Nederland en Rusland doen beter dan België. De buitenlandse investeringsprojecten hebben volgens het onderzoek geleid tot 3309 nieuwe jobs, dat is een lichte vooruitgang van 4 procent ten opzichte van 2015. Met die matige score is België pas achttiende in het Europese peloton. De sterkhouders zijn het Verenigd Koninkrijk, Polen, Duitsland, Roemenië en Frankrijk. "Aan de oppervlakte lijkt alles oké, maar als we de Belgische cijfers vergelijken met wat er in Europa gebeurt, dan hebben we de boot gemist", zegt Tristan Dhondt van EY. Zowel op het vlak van aantal investeringsprojecten (België -5%, Europa +15%) als jobcreatie (België +4%, Europa +19%) doen we slechter dan het Europese gemiddelde. Het EY-onderzoek peilde ook bij buitenlandse bedrijfsleiders naar de belangrijkste factoren die de aantrekkingskracht van België als investeringsland beïnvloeden. "Daar zien we een erg afwachtende houding ten aanzien van toekomstige investeringen in ons land. Net als in 2015 denkt slechts 26 procent van de ondervraagden dat het investeringsklimaat in de volgende drie jaar in positieve zin zal evolueren", legt Tristan Dhondt uit. De meerderheid voorspelt een status quo (56%), 7 procent verwacht een achteruitgang. Die weinig optimistische visie uit zich ook in het lage aantal bedrijven dat van plan is in het komende jaar activiteiten in België op te starten of uit te breiden (13%). De buitenlandse investeringsprojecten in België komen hoofdzakelijk uit Europa en de Verenigde Staten, samen goed voor 71 procent van alle investeringen hier te lande. De buitenlandse investeringen worden hier kleiner in omvang en creëren relatief weinig nieuwe jobs. Volgens professor Leo Sleuwaegen van de Vlerick Business School is dat een trend in alle geïndustrialiseerde landen. "De verminderde interesse van Amerikaanse bedrijven voor België is verontrustend. Sinds 2013 zijn de investeringen uit de Verenigde Staten met 20 procent gedaald", stelt Sleuwaegen vast. Volgens de professor zijn de Amerikaanse investeerders zeer mobiel - kijk naar Ford en Caterpillar - en zeer gevoelig voor belastingdruk. Dat de regering-Michel er maar niet in slaagt de nominale vennootschapsbelastingvoet van 33,99 procent (de hoogste in Europa) te doen dalen, dringt ook in de buitenlandse hoofdkwartieren door. "Maar liefst 46 procent van de ondervraagde bedrijfsleiders vindt het terugdringen van de belastingdruk de grootste prioriteit om de concurrentiekracht van België te verhogen", stellen de EY-onderzoekers. Naast fiscale optimalisatie moet België volgens EY ook een tandje bijsteken op het vlak van technologie en innovatie. Uit de cijfers van 2016 blijkt dat het gros van de buitenlandse investeringsprojecten actief is in de sectoren sales & marketing (82 van de 200), productie (52 projecten, 1005 jobs) en logistiek (40 projecten, 1182 jobs). In de Onderzoek en Ontwikkeling - toch een sector van de toekomst - gaat het maar om 15 projecten, terwijl het er in 2015 nog 25 waren. "Ook in jobcreatie krijgt O&O serieuze klappen. In 2016 zijn er 160 banen gecreëerd, 40 procent minder dan het jaar daarvoor", zegt Tristan Dhondt. Hij roept de overheden op het steunbeleid voor innovatie en technologie te vereenvoudigen en te investeren in onderwijs. Ook het mobiliteitsvraagstuk helpt niet om vlot buitenlandse investeringen aan te trekken. Van alle ondervraagde bedrijfsleiders geeft 45 procent aan dat het fileleed en de toegang tot de weginfrastructuur een negatieve impact hebben op hun investeringsbeslissingen. Niet onlogisch als je ziet dat logistiek de derde belangrijkste buitenlandse investeerder is in België en de belangrijkste als je alleen naar jobcreatie kijkt. De studie van EY brengt ook een aantal opvallende regionale verschillen aan het licht. Voor 42 procent van de ondervraagde bedrijfsleiders is Vlaanderen de aantrekkelijkste regio om te investeren. Daarmee klopt Vlaanderen voor het eerst sinds 2012 Brussel. Met 105 investeringsprojecten trekt de Vlaamse regio meer dan de helft van de investeringen in België aan. "Toch is er geen reden tot euforie", merkt Tristan Dhondt op. Het aantal projecten dat gerealiseerd werd in Vlaanderen is er in vergelijking met 2015 significant op achteruit gegaan (van 141 naar 105), net als het aantal gecreëerde jobs (van 2387 naar 1804 of -24,4%). Brussel gaat er dan weer sterk op vooruit. De 47 gerealiseerde projecten in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest waren samen goed voor 660 jobs (tegenover slechts 48 vorig jaar). Wallonië doet het beter dan in 2015, met 845 jobs (+15,3%) uit 48 projecten (tegenover 41 projecten in 2015 of + 17,1%).