Peru is een aardappelland. Verschillende soorten worden traditioneel gekweekt in het Andesgebergte. Om dat te beschermen, heeft het International Potato Center een gigantische collectie van aardappelgenen aangelegd: liefst 4.500 soorten worden in Lima zorgvuldig bewaard. Daarvan komen er 2.500 uit Peru. Het centrum werkte al samen met de universiteiten van Gent en Leuven. De minister-president kreeg te horen dat onderzoek naar aardappelteelt meer dan ooit van belang is. Door de klimaatopwarming moeten de telers een stuk hoger in de bergen trekken en de hogere temperaturen brengen ook meer ziektes teweeg. Het onderzoekscentrum helpt aardappelboeren om zich aan te passen, bijvoorbeeld door andere soorten te beginnen telen. Bourgeois kon het project wel smaken, ook letterlijk want er waren chips van Peruaanse aardappelen te proeven. De minister-president benadrukte het belang van onderzoek naar biodiversiteit. "Mijn vader kende nog alle soorten peren, terwijl men nu naar de winkel gaat en gewoon peren koopt. De kennis van de diversiteit gaat erop achteruit." "Dit onderzoek is ook fantastisch voor de ontwikkeling van mensen. Het zet in op volksgezondheid en armoede- en hongerbestrijding, maar geeft ook de boeren een leefbaar bestaan", aldus nog Bourgeois. Hij legde de link met de landbouw in Malawi, die door Vlaanderen gesteund wordt. "We moeten misschien met de FAO (de wereldvoedselorganisatie, red.) bespreken of dit onderzoek daar niet kan helpen." Wat in Peru niet gebeurt, is onderzoek met genetisch gemanipuleerde aardappelen. Het mag niet van de overheid en de onderzoekers zien er in Peru momenteel ook geen brood in. In Vlaanderen lokte een proefveld van GGO-aardappelen enkele jaren geleden nog protest uit van milieu-activisten. "Persoonlijk denk ik dat het moet kunnen, op voorwaarde dat het goed bewaakt wordt. Ik geloof echt dat het kan bijdragen tot een voedzamere productie", dixit de minister-president. (Belga)