Het beursgenoteerde Canadese Bombardier, goed voor een verwachte omzet voor 2016 van 16,5 miljard Amerikaanse dollar, gemaakt door bijna 71.000 werknemers, heeft twee grote afdelingen: treinen en trams, en luchtvaart.
...

Het beursgenoteerde Canadese Bombardier, goed voor een verwachte omzet voor 2016 van 16,5 miljard Amerikaanse dollar, gemaakt door bijna 71.000 werknemers, heeft twee grote afdelingen: treinen en trams, en luchtvaart.De groep doet het goed, op één afdeling na: de commerciële burgerluchtvaart. Die lanceerde het vliegtuig 'type C', dat onder meer Lufthansa gebruikt. De mislukkingen met dat toestel zorgen voor hoogspanning bij Bombardier. In 2015 boekte de onderneming een nettoverlies van 4,6 miljard Amerikaanse dollar, met onder meer een bijzondere waardevermindering van 3,2 miljard dollar op het vliegtuigavontuur.De lijdensweg is nog niet voorbij, want ook in de eerste negen maanden van 2016 boekte Bombardier verlies. Alweer was het vliegtuig voor de commerciële burgerluchtvaart de schuldige. De onderneming heeft een negatief eigen vermogen. De overheid van de deelstaatregering in Quebec sprong het bedrijf financieel bij in de zomer. Quebec pompte één miljard dollar in een nieuw vehikel, dat specifiek gericht is op het C-vliegtuig.De treindivisie daarentegen blaakt van de gezondheid. Ze was in de eerste negen maanden van vorig jaar goed voor een omzet van 5,6 miljard dollar en een bedrijfswinst van 235 miljoen dollar. Bombardier verwacht de volgende vijf jaar een groei in de wereldwijde treinmarkt van 3,2 procent per jaar. Europa presteert zelfs nog beter, met 3,6 procent groei. Enkel Azië zou beter doen. Het orderboekje van de treindivisie 'Bombardier Transportation' is ook goed gevuld: 31 miljard dollar. Het leidde er allemaal toe dat Bombardier na negen maanden vorig jaar zijn winstverwachtingen voor de treindivisie verhoogde.En toch moet de treinafdeling met haar 39.400 werknemers (van wie twee derde in Europa) mee op de blaren zitten. De groep kondigde vorig jaar aan dat ze 14.500 banen wil schrappen. In de vestiging in Brugge, de NV Bombardier Transportation Belgium, weten ze weten ze wat dat betekent. De voorbije jaren werd de werkgelegenheid al stelselmatig afgebouwd: van 740 werknemers in 2013 ging het naar 586 eind 2015. En gisteren raakte bekend dat de vakbonden vrezen dat nog eens de helft van de banen sneuvelt. Diverse afdelingen zouden worden overgeheveld naar het Noord-Franse Crespin: de spuit- en onderhoudsafdeling, engineering, aankoop, het lassen van het koetswerk. Bombardier Brugge zou nog assemblage en testen behouden. Plus de dienst na verkoop.De raad van bestuur van de Brugse vestiging waarschuwde vorig jaar eind april al voor "een aanzienlijke onderabsorptie ten gevolge van de dip in de activiteit". Want Brugge sleutelt sinds 2015 hoofdzakelijk aan uitlopende contracten. Onder meer voor de Franse SNCF (er kwamen nog eens extra orders bij), het openbaarvervoerbedrijf RATP in Parijs, trams voor De Lijn, en voor de NMBS-dubbeldektreinen (samen met het Franse Alstom).Dat was onvoldoende. In 2016 kwam er weliswaar een order voor de productie van bistrotreinen voor de Zwitserse spoorwegen, maar echt grote volumes kreeg Brugge niet. En verbetering was niet in zicht. "De trend van belangrijke onderbezetting zal ook 2016 en 2017 overheersen". Honderd werknemers waren toen al elders aan de slag, onder meer in de Bombardier-vestiging in Crespin, of bij andere bedrijven. Ze werken bijvoorbeeld bij bedrijven die naarstig technische profielen zoeken, zoals Tyco Electronics en Assa Abloy.In maart vorig jaar sloot de onderneming al een protocolakkoord met de werknemers over vrijwillig vertrek en samen zoeken naar werkgelegenheid. En nu is er dus de bijkomende afbouw. Eind februari zou tijdens een ondernemingsraad duidelijk worden hoeveel banen er bij Bombardier in Brugge op het spel staan. "Al onze fabrieken in Europa kampen met overcapaciteit", zegt Mieke Delariviere, de woordvoerder van Bombardier Transportation voor de Benelux. "We merken een toenemende concurrentie uit Oost-Europa en Azië. We hebben te weinig projecten voor de invulling van de productiecapaciteit. Ook op onze andere sites in Europa. En voorlopig is er geen zicht op nieuwe grote orders voor Brugge".