De Europese Commissie startte in juni 2016 een onderzoek naar de activiteiten van AB InBev op de Belgische markt, nadat het Europees parlement zich eerder ook al kritisch had uitgelaten over de Leuvense bierreus. Volgens Eurocommissaris voor Mededinging Margrethe Vestager beperkte AB InBev tussen februari 2009 en eind oktober 2016 de concurrentie, door de invoer van Jupiler uit Nederland naar ons land te belemmeren. Het populaire biermerk is daar goedkoper, omdat het er moet afrekenen met scherper geprijsde concurrenten.

Concreet paste Anheuser-Busch InBev bijvoorbeeld de blikjes in Nederland aan; Daar werd de Franstalige tekst van de blikjes verwijderd. Zo kon AB InBev voorkomen dat de blikjes verkocht konden worden in Wallonië. Daarnaast beperkte het bedrijf het volume aan Jupiler dat aan de Nederlandse groothandelaar werd geleverd, opnieuw om invoer naar België te voorkomen. Bovendien weigerde AB InBev bepaalde producten te leveren aan Belgische detailhandelaars, tenzij die ermee instemden de invoer van goedkoper Jupilerbier vanuit Nederland naar België te beperken. Tot slot kregen Nederlandse verkopers bepaalde promoties niet, als de kans bestond dat ze de goedkopere producten daarna in België zouden invoeren.

'De Belgische consument moest meer betalen voor zijn favoriete bier omdat AB InBev een bewuste strategie hanteerde om grensoverschrijdende verkoop tussen Nederland en België te beperken', aldus Eurocommissaris Vestager. 'Pogingen van dominante ondernemingen om de interne markt op te splitsen om zo hoge prijzen te handhaven, zijn verboden. Daarom hebben we AB InBev een boete van 200 miljoen euro opgelegd voor het overtreden van onze antitrustregels', verduidelijkt ze.

Omdat AB InBev heeft meegewerkt met het onderzoek van de Commissie en de feiten toegaf, kreeg de biergigant een korting van 15 procent op de boete, die in totaal 200.409.000 euro bedraagt. Het bedrijf beloofde ook de verplichte voedselinformatie in zowel het Nederlands als het Frans op de verpakking te zetten van alle bestaande en nieuwe producten in België, Frankrijk en Nederland.

Met de beslissing van de Europese Commissie is de kous voor AB InBev vermoedelijk nog niet af. Particulieren of ondernemingen die nadeel ondervonden van de praktijken, kunnen nog een schadevergoeding eisen bij een nationale rechtbank.

AB InBev kwam eerder al in het vizier van de Europese Commissie. In 2007 kwam de bierproducent in opspraak omdat er verboden prijsafspraken waren gemaakt met de concurrenten van Heineken, Grolsch en Bavaria. Die drie brouwers kregen miljoenenboetes, maar AB InBev ontsprong de dans door het kartel te verklikken.

AB InBev heeft al provisie aangelegd

De bierreus meldt in een reactie dat al een provisie van 230 miljoen Amerikaanse dollar (ruim 200 miljoen euro, red.) werd aangelegd met het oog op het besluit van de Europese Commissie om het bedrijf een boete op te leggen. Het concern verwacht het hoofdstuk hiermee af te sluiten.

'We waarderen de constructieve aanpak van de Europese Commissie gedurende dit hele proces', aldus John Blood, General Counsel & Company Secretary van AB InBev, in een persbericht. 'Verantwoordelijkheid en integriteit zijn cruciaal in onze bedrijfscultuur en we hebben ons compliance programma versterkt op basis van wat we geleerd hebben uit deze zaak. We hebben ook al passende maatregelen genomen in het kader van de met de Commissie overeengekomen verbintenissen', luidt het.

Door het besluit van de Europese Commissie kunnen nu ook particulieren of bedrijven die nadeel zouden hebben ondervonden van de concurrentiebeperkende praktijken van AB InBev, een rechtszaak aanspannen tegen de brouwer en schadevergoeding eisen. Maar het bedrijf is van oordeel 'dat er geen basis is voor schadeclaims'.