Levenslang leren is het motto van deze tijden. We moeten ons voortdurend bijscholen omdat de banen van de toekomst voortdurend van inhoud zullen veranderen. In zijn nieuwe boek geeft de Amerikaanse journalist en auteur Tom Vanderbilt dat devies een heel eigen invulling. Hij legde zich een jaar lang toe op nieuwe vaardigheden onder de knie krijgen, al koos hij die niet met het oog op zijn loopbaan, maar gewoon omdat hij ze "al lang wilde kunnen": zingen, surfen, schaken, tekenen, jongleren, zwemmen, lassen. Het verhaal van zijn wedervaren onderbouwt hij met wetenschappelijke studies uit de psychologie en de neurologie, "in de hoop dat jij, lezer, meer kunt halen uit de dingen die je leert".
...

Levenslang leren is het motto van deze tijden. We moeten ons voortdurend bijscholen omdat de banen van de toekomst voortdurend van inhoud zullen veranderen. In zijn nieuwe boek geeft de Amerikaanse journalist en auteur Tom Vanderbilt dat devies een heel eigen invulling. Hij legde zich een jaar lang toe op nieuwe vaardigheden onder de knie krijgen, al koos hij die niet met het oog op zijn loopbaan, maar gewoon omdat hij ze "al lang wilde kunnen": zingen, surfen, schaken, tekenen, jongleren, zwemmen, lassen. Het verhaal van zijn wedervaren onderbouwt hij met wetenschappelijke studies uit de psychologie en de neurologie, "in de hoop dat jij, lezer, meer kunt halen uit de dingen die je leert". TOM VANDERBILT. "Wat ik wilde aantonen, is dat iets bijleren, puur voor het plezier, een positief effect heeft op je creativiteit en je levensgeluk. Het is uiteraard best mogelijk dat dat een positieve weerslag heeft op je carrière. Uit een interessant onderzoek van Robert Root-Bernstein blijkt dat Nobelprijswinnaars buitenmatig meer dan gemiddeld artistieke hobby's hebben, zoals muziek maken, schilderen, dansen of acteren. Het is een prikkelende vraag hoe dat komt. Misschien zijn ze gewoon energieke, getalenteerde mensen. Of misschien bezorgde die activiteit hun een vonk van inspiratie die ze konden toepassen in hun werk." VANDERBILT. "Spelen en leren liggen dicht bij elkaar. Het uitzonderlijke aan ons, mensen, is dat we ook op volwassen leeftijd willen spelen. Dat zie je elders in het dierenrijk niet. In de biologie spreekt men van 'neotenie' als volgroeide exemplaren van een soort kinderlijke trekken behouden, hetzij fysiek, hetzij psychisch. Die speelse ontdekkingsdrang blijft aan ons kleven, dat is wie we zijn als mens. Door naar opgroeiende kinderen te kijken, kunnen we dat inzicht levend houden. Zij mogen nog van alles vrijelijk uitproberen, ze staan niet onder prestatiedruk en kunnen altijd rekenen op een enthousiast publiek. Het loont de moeite die sfeer voor ogen te houden. Want de opvatting wint veld dat ook onze vrijetijdsbesteding in functie van iets nuttigs moet staan." VANDERBILT. "Houd het toch maar vooral plezierig. Een doel hebben is oké, maar als je het te fanatiek nastreeft, ga je weer mee in de competitieve logica die van iedereen topprestaties verwacht. Als ik tegen iemand zeg dat ik 100 kilometer ga fietsen, krijg ik steevast de vraag: 'En waar train je voor?' Alleen voor mezelf, eigenlijk. Wat is er mis met een hobby waarvan je geniet, maar waar je nooit echt goed in zult zijn?" VANDERBILT. "De psycholoog Anders Ericsson stelde dat je 10.000 uren oefening nodig hebt om in iets een uitblinker te worden. Om een idee te geven: dat komt neer op drie uur per dag, of twintig uur per week, en dat tien jaar lang. Zeg nu zelf: wie kan zich dat veroorloven voor een hobby? Het enige dat ik al zo lang geoefend heb, is schrijven, maar dat is dan ook mijn beroep. Het goede nieuws is dat je met veel minder uren al een heel eind kunt komen. Ik heb een tekencursus gevolgd en in tien uur maakte ik een enorme vooruitgang. Dat is de tijd die je anders besteedt aan een Netflix-serie kijken. En als je je pakweg 100 uur in iets bekwaamt, kun je waarschijnlijk al heel veel." VANDERBILT. "De werking van je hersenen gaat met de tijd achteruit hoor, daar ontkom je niet aan. Maar er bestaat gelukkig zoiets als neuroplasticiteit. Dat is de capaciteit van je hersenen om nieuwe verbindingen te leggen. Er zijn studies die eenzelfde mate van neuroplasticiteit hebben aangetoond bij twintigers als bij zestigers. Het is dus nooit te laat om met iets nieuws te beginnen. Het verschil is dat oudere mensen harder hun best moeten doen om hetzelfde resultaat te bereiken. Dat komt deels omdat zaken die je eerder geleerd hebt in de weg zitten. "Stel dat ik Nederlands wil leren spreken. Dat zou me behoorlijk wat moeite kosten, omdat de ingesleten patronen van mijn Engels mij voortdurend parten zouden spelen. Bij kinderen is dat nog niet het geval. Daarom zijn ze zo snel weg met een nieuwe taal. En daarom maken ze zich zo snel moderne technologie eigen. Hoe minder al is opgeslagen in je hersenen, hoe makkelijker je nieuwe dingen leert." VANDERBILT. "Zeker, omgevingsfactoren hebben hun rol. Kleine kinderen hebben geen baan aan hun hoofd. Of beter: hun fulltime baan is de weg leren vinden in de wereld die hen omringt. Als jij morgen gedropt wordt in een totaal vreemde omgeving, zou je waarschijnlijk heel snel de taal leren. Maar iedereen weet hoe het gaat als de noodzaak er niet is. Zal ik eens Spaans leren? Elke dag een kwartiertje? Via het internet? Een dag overslaan zal wel geen kwaad kunnen? Dan vorder je traag natuurlijk." VANDERBILT. "Vaardigheden zijn inderdaad heel specifiek. Als je goed bent in het ene, helpt dat zelden bij iets anders. Daar zijn eenvoudige proeven over gedaan: wie het best overeind bleef op een wiebelende ondergrond, was niet per se beter in een ladder opklimmen, ook al gaat het in beide gevallen om evenwicht houden. Je haalt nu twee verschillende sporten aan, maar hetzelfde geldt binnen één sporttak. Van huis uit ben ik een baanwielrenner. Zopas heb ik een mountainbike gekocht en fiets ik door bos en dal. Dat is een totaal ander gevoel. Ik voel me opnieuw een beginneling." VANDERBILT. "Ik ben geneigd te antwoorden: je wordt vooral een betere schaakspeler. Het is opnieuw de kwestie van overdraagbaarheid. Schakerskringen zullen je ervan proberen te overtuigen dat schaken de geest scherper maakt en er zullen beslist boekjes bestaan à la '12 lessen uit schaak voor managers'. Schaken leert je strategisch redeneren en situaties bestuderen. Ik sluit niet uit dat dit je kan helpen in andere situaties, maar of schaken je intelligenter maakt? Ik denk dat het beperkt is, hoor. Het is niet omdat je een schaakgenie bent, dat je dat op een ander vlak ook bent." VANDERBILT. "Dat is zo. En ik kan het iedereen aanraden. In verhouding met de tijd die ik eraan besteedde, was de voldoening bijzonder groot. Ik kon ook overal oefenen, want je hebt je stem altijd bij je: thuis, in de auto, onder de douche. Kinderen zingen uitbundig en spontaan, volwassenen doen dat veel minder. De reden waarom veel mensen slecht zingen, heeft weinig met gebrek aan talent te maken. De bewering 'ik heb geen muzikaal gehoor, dus ik kan niet zingen', is minder vaak terecht dan je zou denken. Zingen is leren de juiste spieren in je lichaam te coördineren, en niet anders dan pakweg leren boogschieten. Dat lukt ook niet direct. Vandaar mijn lessen." VANDERBILT. "Koorzingen. Had iemand me vijf jaar geleden gevraagd om in een koor te zingen, ik had hem wandelen gestuurd. Nu kan ik niet meer zonder. Ik maakte de overstap van zanglessen naar koorzingen om naar iets toe te kunnen werken. Vergelijk het met voetballen. Je wilt niet tot in de eeuwigheid trainen zonder ooit een match te spelen. In het boek The Singing Neanderthals beweert de archeoloog Steven Mithen dat het menselijke vermogen voor zang oorspronkelijker is dan de taal. Onze verste voorvaderen gebruikten toonhoogte en ritme om emoties uit te drukken en sociale contacten te onderhouden. Dat word ik gewaar als ik zelf zing. Zingen in groep geeft daarenboven een heerlijk gevoel van synchroniciteit. Samen iets doen in hetzelfde ritme schept een krachtige saamhorigheid. Als mensen meer samen zouden zingen - ik besef dat het naïef klinkt, maar ik zeg het tóch - zou de wereld een leukere plek zijn." VANDERBILT. "Er is een verschil tussen leren en presteren. Je kunt een mooie performance neerzetten, maar dan ben je waarschijnlijk niet aan het leren. En je kunt enorm met iets sukkelen, en dat is heel frustrerend, maar juist op dat moment zijn je brein en je lijf hard aan het werken om vooruitgang te maken. Dat is het concept 'wenselijke moeilijkheid': wil je iets leren, dan moet je altijd op het randje van je mogelijkheden opereren." VANDERBILT. "Ik was er niet op uit om verborgen talenten te ontdekken of in korte tijd iets spectaculairs neer te zetten. Als je een beginner bent, doe je afstand van je status, maak je fouten en toon je je onzekerheid. Het is een les in bescheidenheid. Tegelijk brachten die diverse hobby's ervaringen in mijn leven die ik niet eens miste, maar die mij hebben veranderd. Bij het leren van vaardigheden gaan nieuwe werelden voor je open. Kleine kinderen die leren lopen, kunnen ineens meer plekken bereiken. Dat is een les die we ons hele leven met ons zouden moeten meedragen."