Tot 2018 kon een onderneming enkel efficiënt optreden als een bedrijfsgeheim door een werknemer werd geschonden, maar niet tegen misbruik door een derde partij, zoals een concurrent. In 2018 veranderde dat. Door de omzetting van een Europese richtlijn voerde België beschermingsmaatregelen in tegen de productie en de commercialisering van goederen of diensten die voortvloeiden uit het misbruik van bedrijfsgeheimen. Dat kan via de rechter in kort geding of door beslag te leggen op goederen die door het misbruik van het bedrijfsgeheim zijn geproduceerd. Die kunnen als bewijsmateriaal dienen om een schadevergoeding te vorderen. "Het was bedoeld als goedkoop en eenvoudig alternatief voor octrooien", zegt Jan-Diederik Lindemans, partner van het advocatenkantoor Crowell & Moring. "Maar de bescherming blijkt zwak te zijn."
...

Tot 2018 kon een onderneming enkel efficiënt optreden als een bedrijfsgeheim door een werknemer werd geschonden, maar niet tegen misbruik door een derde partij, zoals een concurrent. In 2018 veranderde dat. Door de omzetting van een Europese richtlijn voerde België beschermingsmaatregelen in tegen de productie en de commercialisering van goederen of diensten die voortvloeiden uit het misbruik van bedrijfsgeheimen. Dat kan via de rechter in kort geding of door beslag te leggen op goederen die door het misbruik van het bedrijfsgeheim zijn geproduceerd. Die kunnen als bewijsmateriaal dienen om een schadevergoeding te vorderen. "Het was bedoeld als goedkoop en eenvoudig alternatief voor octrooien", zegt Jan-Diederik Lindemans, partner van het advocatenkantoor Crowell & Moring. "Maar de bescherming blijkt zwak te zijn." Een bedrijfsgeheim is waardevolle informatie die niet algemeen bekend of gemakkelijk toegankelijk is. Het kan onder meer gaan over technologie, commerciële inlichtingen (prijsbeleid of klantenlijsten), het juridische beleid of personeelszaken. De eigenaar van het bedrijfsgeheim moet wel 'redelijke' maatregelen nemen om het vertrouwelijke karakter te bewaren en misbruik tegen te gaan. De informatie kan bijvoorbeeld onderworpen zijn aan een contractuele geheimhoudingsplicht, of aan fysieke of virtuele beveiligingsmechanismen. Een productieproces, een technologische uitvinding of een chemische formule kan ook door een octrooi worden beschermd. "Maar daar zien kleine bedrijven tegen op", aldus Lindemans. "Het kan twee jaar duren voor de Belgische overheid het octrooi goedkeurt, en het duurt nog langer op Europees niveau of als een concurrent zich verzet. Op het moment van de goedkeuring is de beschermde technologie meestal al achterhaald door innovatie. En door de jaarlijkse octrooitaksen hangt aan een octrooi ook al snel een prijskaartje van een paar duizenden euro's vast. De octrooinemer betaalt dus een vrij hoge prijs voor de vestiging van een monopolie. Die uitgaven spendeert een starter of een kmo liever aan onderzoek en ontwikkeling." Als er een goede wettelijke bescherming is, kan een bedrijfsgeheim vestigen efficiënter, gemakkelijker en goedkoper zijn. Die bescherming geldt bovendien in de hele Europese Unie. Voka en het VBO waren dus tevreden met de modernisering van het wettelijk kader. Jan-Diederik Lindemans analyseerde de impact van de nieuwe wet in gerechtelijke procedures. Die blijken bijna altijd te gaan over het onrechtmatige gebruik door (gewezen) werknemers en adviseurs, of het bedrijf waarvoor ze werken. Opmerkelijk: er is slechts één Franstalige rechtszaak daarover. Rechters besluiten niet snel dat een bedrijfsgeheim is geschonden. Ze redeneren dikwijls dat als bedrijfsinformatie niet is neergelegd als octrooi, dat dan wel moet betekenen dat die commercieel niet belangrijk genoeg is om als bedrijfsgeheim gekwalificeerd te worden. "Als het erom spant, kun je eigenlijk beter octrooieren", vat Lindemans dat argument samen. "Dat is een verkeerd signaal. Met die visie halen de rechtbanken de bestaansreden van de nieuwe wetgeving onderuit." Ook wordt geoordeeld dat eerst moet worden bewezen dat een bedrijfsgeheim misbruikt is, voordat de rechter kan optreden. "Het onrechtmatige bezit is op zich onvoldoende", aldus Lindemans. "Dat wekt frustratie op. Het duurt dikwijls een tijd voor de eigenaar van een bedrijfsgeheim doorheeft dat het is ontvreemd. Bewijzen dat er effectief misbruik van wordt gemaakt is nog een stuk moeilijker." Het is erg lastig om via een beslag een bewijs van misbruik te vinden. "Dat is de standaardprakrijk voor inbreuken op octrooien", stelt Lindemans vast. "Dat kan via een eenzijdig verzoekschrift, zonder dat de pleger van de eventuele inbreuk weet dat de gerechtsdeurwaarder met de technische expert langskomt. Door het verrassingseffect kan de wangebruiker de bewijzen niet wegmoffelen. Voor een bedrijfsgeheim laten rechtbanken dat rigoureuze rechtsmiddel veel minder toe. Dat verzwakt de rechtsbescherming." Volgens de advocaat is dat zeker een probleem voor Belgische bedrijven. "Multinationals zullen zich meestal wel redden door strategische innovatie tegelijk intern te beschermen als een bedrijfsgeheim én als een octrooi in binnen- en buitenland. Voor onze kmo's, de ruggengraat van onze economie, is de bescherming via het bedrijfsgeheim vaak het enige financieel haalbare, efficiënte redmiddel om zich in heel Europa te beschermen. Ze blijven in de kou staan voor de rechtbank." Lindemans pleit ervoor het beslagrecht op eenzijdig verzoekschrift te versoepelen, zodat inbreuken sneller kunnen worden vastgesteld en bestreden. Lindemans: "Ons land geeft veel steun en fiscale incentives aan innovatieve ondernemingen, maar vergeet hun vruchten doelmatig te beschermen. Klanten van mij verkiezen geheime strategische informatie buiten onze landsgrenzen onder te brengen en verder te ontwikkelen, omdat ze er hun rechten efficiënter kunnen afdwingen. Een eenvoudige wetgevende ingreep kan daar een einde aan maken. Zo kan ons land zich beter ontplooien als forum voor onderzoek en ontwikkeling."