Met een omzetverlies van 8 procent doen de Belgische ondernemingen het in juni 2 procentpunt beter in vergelijking met de maand mei. De verbetering tekent zich af in de meeste sectoren, maar is vooral opvallend in de horeca, waar het omzetverlies meer dan halveerde (van bijna 70 procent in mei tot 30 procent in juni). Ook in andere zwaar getroffen sectoren, zoals de reisbureaus, het wegvervoer, de luchtvaart en de kunsten- en evenementensector, verkleinde het omzetverlies.

Ook andere indicatoren, zoals het faillissementsrisico en de werkgelegenheid, kleuren alsmaar groener. Zo daalde het percentage bedrijven dat verwacht in de komende zes maanden failliet te gaan voor de tweede opeenvolgende maand sterk: van 4 procent in mei tot 3,2 procent in juni. Het aantal werknemers dat voltijds op de werkplek werkt steeg op zijn beurt van 45 tot 56 procent. Dat komt door de versoepelingen op het vlak van telewerk, maar ook door een sterke daling van het aantal tijdelijk werklozen (van 5 procent in mei tot 2 procent in juni). Bedrijven verwachten bovendien dat de werkgelegenheid dit jaar in de private sector met 46.000 zal toenemen, meer dan een verdubbeling in vergelijking met mei.

Aanwervings- en toeleveringsproblemen

Ondanks de betere economische situatie kampen Belgische bedrijven nu met andere kopzorgen. Zo vinden bedrijven alsmaar moeilijker geschikte kandidaten om nieuwe banen in te vullen. Minder dan een op de vijf van de ondervraagde ondernemingen had de afgelopen zes maanden geen problemen om geschikt personeel in dienst te nemen. Het grootste probleem waarmee de bedrijven worstelen is het vinden van voldoende kandidaten (55 procent) of kandidaten die over de juiste vaardigheden beschikken (45 procent).

Daarnaast ondervinden veel Belgische bedrijven ook toeleveringsproblemen. De helft van de bevraagde bedrijven zegt dat hun toeleveringen in juni 'matig' of 'zwaar' verstoord waren, hetzelfde resultaat als in mei. De zwaarst getroffen sectoren zijn de groothandel, de niet-voedingswinkels, de bouw en de industrie.

De 22ste ERMG-enquête is meteen ook de laatste van zijn soort. Als gevolg van het economisch herstel, besliste de Nationale Bank om voortaan de polsslag van de economie opnieuw op te volgen aan de hand van de reguliere analyses en meetinstrumenten.

Met een omzetverlies van 8 procent doen de Belgische ondernemingen het in juni 2 procentpunt beter in vergelijking met de maand mei. De verbetering tekent zich af in de meeste sectoren, maar is vooral opvallend in de horeca, waar het omzetverlies meer dan halveerde (van bijna 70 procent in mei tot 30 procent in juni). Ook in andere zwaar getroffen sectoren, zoals de reisbureaus, het wegvervoer, de luchtvaart en de kunsten- en evenementensector, verkleinde het omzetverlies. Ook andere indicatoren, zoals het faillissementsrisico en de werkgelegenheid, kleuren alsmaar groener. Zo daalde het percentage bedrijven dat verwacht in de komende zes maanden failliet te gaan voor de tweede opeenvolgende maand sterk: van 4 procent in mei tot 3,2 procent in juni. Het aantal werknemers dat voltijds op de werkplek werkt steeg op zijn beurt van 45 tot 56 procent. Dat komt door de versoepelingen op het vlak van telewerk, maar ook door een sterke daling van het aantal tijdelijk werklozen (van 5 procent in mei tot 2 procent in juni). Bedrijven verwachten bovendien dat de werkgelegenheid dit jaar in de private sector met 46.000 zal toenemen, meer dan een verdubbeling in vergelijking met mei. Ondanks de betere economische situatie kampen Belgische bedrijven nu met andere kopzorgen. Zo vinden bedrijven alsmaar moeilijker geschikte kandidaten om nieuwe banen in te vullen. Minder dan een op de vijf van de ondervraagde ondernemingen had de afgelopen zes maanden geen problemen om geschikt personeel in dienst te nemen. Het grootste probleem waarmee de bedrijven worstelen is het vinden van voldoende kandidaten (55 procent) of kandidaten die over de juiste vaardigheden beschikken (45 procent).Daarnaast ondervinden veel Belgische bedrijven ook toeleveringsproblemen. De helft van de bevraagde bedrijven zegt dat hun toeleveringen in juni 'matig' of 'zwaar' verstoord waren, hetzelfde resultaat als in mei. De zwaarst getroffen sectoren zijn de groothandel, de niet-voedingswinkels, de bouw en de industrie. De 22ste ERMG-enquête is meteen ook de laatste van zijn soort. Als gevolg van het economisch herstel, besliste de Nationale Bank om voortaan de polsslag van de economie opnieuw op te volgen aan de hand van de reguliere analyses en meetinstrumenten.