De indicator die het ondernemersvertrouwen peilt, kwam in april uit op 2,4 punten, of een stijging met 2,0 punten tegenover maart. Het ondernemingsklimaat verbeterde in alle bevraagde bedrijfstakken, met uitzondering van de dienstverlening aan bedrijven.

In de handel, waar de stijging het sterkst was (+6,8 punten), verbeterden alle componenten van de indicator, met name de vraagvooruitzichten en de bestellingen bij de leveranciers. In de verwerkende nijverheid (+3,2 punten) waren de ondernemers vooral optimistischer over de huidige situatie, zowel over het peil van de totale orderpositie als over het voorraadpeil. In mindere mate werden ook de vooruitzichten voor de werkgelegenheid opwaarts bijgesteld. De vraagvooruitzichten daarentegen blijven neerwaarts gericht. De bescheiden opleving in de bouwnijverheid (+0,9 punten) is uitsluitend te wijten aan een gunstigere beoordeling van de totale orderpositie.

In de dienstverlening aan bedrijven (-3,4 punten) blijft de tendens aarzelend. Zo liep de indicator na een herwonnen optimisme in maart deze maand terug. Het vertrouwensverlies was merkbaar in alle componenten, in het bijzonder in de verwachtingen over de activiteit van de ondervraagde ondernemingen, en nog meer in de algemene marktvraag.

Ten slotte blijkt uit de resultaten van de driemaandelijkse enquête naar het productievermogen in de verwerkende nijverheid dat de bezettingsgraad sterk toenam. Gecorrigeerd voor seizoensinvloeden nam die graad toe van 78,5 procent in januari tot 81,8 procent in april, of ver boven het langetermijngemiddelde.

De indicator die het ondernemersvertrouwen peilt, kwam in april uit op 2,4 punten, of een stijging met 2,0 punten tegenover maart. Het ondernemingsklimaat verbeterde in alle bevraagde bedrijfstakken, met uitzondering van de dienstverlening aan bedrijven. In de handel, waar de stijging het sterkst was (+6,8 punten), verbeterden alle componenten van de indicator, met name de vraagvooruitzichten en de bestellingen bij de leveranciers. In de verwerkende nijverheid (+3,2 punten) waren de ondernemers vooral optimistischer over de huidige situatie, zowel over het peil van de totale orderpositie als over het voorraadpeil. In mindere mate werden ook de vooruitzichten voor de werkgelegenheid opwaarts bijgesteld. De vraagvooruitzichten daarentegen blijven neerwaarts gericht. De bescheiden opleving in de bouwnijverheid (+0,9 punten) is uitsluitend te wijten aan een gunstigere beoordeling van de totale orderpositie. In de dienstverlening aan bedrijven (-3,4 punten) blijft de tendens aarzelend. Zo liep de indicator na een herwonnen optimisme in maart deze maand terug. Het vertrouwensverlies was merkbaar in alle componenten, in het bijzonder in de verwachtingen over de activiteit van de ondervraagde ondernemingen, en nog meer in de algemene marktvraag.Ten slotte blijkt uit de resultaten van de driemaandelijkse enquête naar het productievermogen in de verwerkende nijverheid dat de bezettingsgraad sterk toenam. Gecorrigeerd voor seizoensinvloeden nam die graad toe van 78,5 procent in januari tot 81,8 procent in april, of ver boven het langetermijngemiddelde.