De totale nominale loonkost per gewerkt uur in Duitsland steeg in het derde kwartaal met slechts 0,1 procent, in Frankrijk met 4,3 procent en in Nederland met 6,8 procent.

Ook in het tweede kwartaal stegen de loonkosten in België al meer dan in de buurlanden, de maanden voordien hinkte ons land dan weer wat achterop. Een verklaring voor de sterkere toename van de jongste maanden geeft Eurostat niet, maar mogelijk speelt de automatische loonindexering in ons land een rol. De inflatie ligt erg hoog en dus volgen ook de lonen in België met enige vertraging. De meeste andere landen hebben geen automatische loonindexering.

De grootste loonstijgingen in het derde kwartaal waren opnieuw voor Oost-Europese landen zoals Hongarije (+16,6 procent), Bulgarije (16,3 procent), Litouwen (+13,9 procent) en Polen (+13,3 procent).

De cijfers van Eurostat hebben betrekking op zowel de lonen en andere vergoedingen als de niet-loongerelateerde kosten, bijvoorbeeld de sociale bijdragen en belastingen die de werkgever betaalt voor een werknemer, minus subsidies.

De totale nominale loonkost per gewerkt uur in Duitsland steeg in het derde kwartaal met slechts 0,1 procent, in Frankrijk met 4,3 procent en in Nederland met 6,8 procent. Ook in het tweede kwartaal stegen de loonkosten in België al meer dan in de buurlanden, de maanden voordien hinkte ons land dan weer wat achterop. Een verklaring voor de sterkere toename van de jongste maanden geeft Eurostat niet, maar mogelijk speelt de automatische loonindexering in ons land een rol. De inflatie ligt erg hoog en dus volgen ook de lonen in België met enige vertraging. De meeste andere landen hebben geen automatische loonindexering. De grootste loonstijgingen in het derde kwartaal waren opnieuw voor Oost-Europese landen zoals Hongarije (+16,6 procent), Bulgarije (16,3 procent), Litouwen (+13,9 procent) en Polen (+13,3 procent). De cijfers van Eurostat hebben betrekking op zowel de lonen en andere vergoedingen als de niet-loongerelateerde kosten, bijvoorbeeld de sociale bijdragen en belastingen die de werkgever betaalt voor een werknemer, minus subsidies.