Wekelijkse houdt de Economic Risk Management Group (ERMG), opgericht in de schoot van de Nationale Bank, een rondvraag bij bedrijven om de impact van de coronacrisis op de economische activiteit in België en op de financiële gezondheid en de beslissingen van de ondernemingen te monitoren.

Bij de vorige rondvraag een week geleden was er sprake van gemiddeld 26 procent omzetverlies. Deze week gaat het om 23 procent omzetverlies. De jongste weken herstelt de Belgische economie dus traag maar gestaag: over een tijdspanne van vier weken gaat het om een omzetstijging met 8 procentpunten.

De verbetering is ook vrij algemeen verspreid over de verschillende bedrijfstakken, maar ze is het grootst bij de zwaar getroffen sectoren (kunst, amusement en recreatie, horeca, kleinhandel, bouw en vastgoed). Deze rondvraag werd gehouden onmiddellijk na de opheffing van het verbod op bepaalde activiteiten in de horeca en in de kunst- en recreatiesector.

Ongerustheid blijft

'Ook al geldt de opheffing van het verbod enkel op een gedeelte van de activiteiten en betekent het niet dat alle betrokken ondernemingen vanaf de eerste dag hun deuren hebben geopend, de omzet in de horeca en in de sector kunst, amusement en recreatie is duidelijk verbeterd', klinkt het. 'Beide sectoren rapporteren deze week een omzetdaling met respectievelijk 75 procent en 63 procent, tegen respectievelijk 89 procent en 86 procent bij de vorige enquêtes. De situatie in deze sectoren is nog uitermate onrustwekkend, maar ze verbetert langzaam naarmate bepaalde activiteiten worden heropgestart.'

Ook de andere indicatoren rond het faillissementsrisico, liquiditeitsproblemen, werkgelegenheid, de mate van bezorgdheid en de investeringen tonen deze week een relatieve verbetering bij alle sectoren, al blijven ze nog steeds op een zorgwekkend niveau, stelt de ERMG.

De situatie blijft ook hier het meest kritiek in de horeca en de sector van de kunst, amusement en recreatie. Zo blijft meer dan één op vijf van de bevraagde ondernemingen in deze sectoren een faillissement als 'waarschijnlijk' of 'zeer waarschijnlijk' achten en blijft meer dan één op vijf banen bedreigd. De bevraagde ondernemingen in deze sectoren rapporteren ook een zeer grote daling van hun investeringen ten opzichte van de situatie vóór de crisis: een daling met 66 procent in de horeca en met 82 procent in de sector kunst, amusement en recreatie.

Verkoopprijzen

Ditmaal werd ook gepeild naar het verloop van de verkoopprijzen. Bijna zeven op tien van de bevraagde ondernemingen geven aan dat hun prijzen naar aanleiding van de coronacrisis niet zijn veranderd. 16 procent van de bedrijven voerde een prijsstijging door, evenveel bedrijven tekenden een prijsdaling op. Het gemiddeld effect van de crisis op de verkoopprijzen ligt dicht bij nul, aldus de ERMG, al zijn er wel belangrijke verschillen tussen de sectoren.

Zo rapporteert meer dan een derde van de kleinhandelsbedrijven voor voeding hogere verkoopprijzen. Slechts vier procent meldt een daling, waardoor de prijsstijging voor deze sector op gemiddeld 1,8 procent kan worden geraamd. Een dergelijk onevenwicht doet zich ook voor in de groothandel en in de horeca (gemiddeld +1,5 procent). Bedrijven uit de vastgoedsector en de sector vervoer en opslag maken dan weer meer melding van lagere prijzen die ze aanrekenen aan hun klanten.

Wekelijkse houdt de Economic Risk Management Group (ERMG), opgericht in de schoot van de Nationale Bank, een rondvraag bij bedrijven om de impact van de coronacrisis op de economische activiteit in België en op de financiële gezondheid en de beslissingen van de ondernemingen te monitoren. Bij de vorige rondvraag een week geleden was er sprake van gemiddeld 26 procent omzetverlies. Deze week gaat het om 23 procent omzetverlies. De jongste weken herstelt de Belgische economie dus traag maar gestaag: over een tijdspanne van vier weken gaat het om een omzetstijging met 8 procentpunten. De verbetering is ook vrij algemeen verspreid over de verschillende bedrijfstakken, maar ze is het grootst bij de zwaar getroffen sectoren (kunst, amusement en recreatie, horeca, kleinhandel, bouw en vastgoed). Deze rondvraag werd gehouden onmiddellijk na de opheffing van het verbod op bepaalde activiteiten in de horeca en in de kunst- en recreatiesector. 'Ook al geldt de opheffing van het verbod enkel op een gedeelte van de activiteiten en betekent het niet dat alle betrokken ondernemingen vanaf de eerste dag hun deuren hebben geopend, de omzet in de horeca en in de sector kunst, amusement en recreatie is duidelijk verbeterd', klinkt het. 'Beide sectoren rapporteren deze week een omzetdaling met respectievelijk 75 procent en 63 procent, tegen respectievelijk 89 procent en 86 procent bij de vorige enquêtes. De situatie in deze sectoren is nog uitermate onrustwekkend, maar ze verbetert langzaam naarmate bepaalde activiteiten worden heropgestart.' Ook de andere indicatoren rond het faillissementsrisico, liquiditeitsproblemen, werkgelegenheid, de mate van bezorgdheid en de investeringen tonen deze week een relatieve verbetering bij alle sectoren, al blijven ze nog steeds op een zorgwekkend niveau, stelt de ERMG. De situatie blijft ook hier het meest kritiek in de horeca en de sector van de kunst, amusement en recreatie. Zo blijft meer dan één op vijf van de bevraagde ondernemingen in deze sectoren een faillissement als 'waarschijnlijk' of 'zeer waarschijnlijk' achten en blijft meer dan één op vijf banen bedreigd. De bevraagde ondernemingen in deze sectoren rapporteren ook een zeer grote daling van hun investeringen ten opzichte van de situatie vóór de crisis: een daling met 66 procent in de horeca en met 82 procent in de sector kunst, amusement en recreatie. Ditmaal werd ook gepeild naar het verloop van de verkoopprijzen. Bijna zeven op tien van de bevraagde ondernemingen geven aan dat hun prijzen naar aanleiding van de coronacrisis niet zijn veranderd. 16 procent van de bedrijven voerde een prijsstijging door, evenveel bedrijven tekenden een prijsdaling op. Het gemiddeld effect van de crisis op de verkoopprijzen ligt dicht bij nul, aldus de ERMG, al zijn er wel belangrijke verschillen tussen de sectoren. Zo rapporteert meer dan een derde van de kleinhandelsbedrijven voor voeding hogere verkoopprijzen. Slechts vier procent meldt een daling, waardoor de prijsstijging voor deze sector op gemiddeld 1,8 procent kan worden geraamd. Een dergelijk onevenwicht doet zich ook voor in de groothandel en in de horeca (gemiddeld +1,5 procent). Bedrijven uit de vastgoedsector en de sector vervoer en opslag maken dan weer meer melding van lagere prijzen die ze aanrekenen aan hun klanten.