Het ondernemersvertrouwen nam in maart af met 8,2 punten tot -10,9 punten, de sterkste daling sinds het bestaan van de indicator. De daling doet zich voor in alle bedrijfstakken, maar de dienstverlening aan bedrijven betaalt de hoogste tol. In de bouwsector is het ondernemingsklimaat het minst verslechterd. Vooral de vooruitzichten voor de bedrijvigheid, de vraag en de werkgelegenheid worden heel duidelijk neerwaarts bijgesteld en worden nog negatiever beoordeeld dan de huidige situatie.

In de dienstverlening aan de bedrijven is de sterkste maandelijkse daling ooit (van 3,2 tot -22,0) vooral toe te schrijven aan een enorme verslechtering van de eigen bedrijfsvooruitzichten en van de algemene marktvraagvooruitzichten.

In de handel die ook zwaar wordt getroffen, met uitzondering van de handel in voedingsmiddelen, komt de daling (van -1,4 tot -11,7) door slechtere vooruitzichten voor de vraag en de werkgelegenheid, terwijl de verwachte bestellingen bij de leveranciers onveranderd blijven.

Ondernemers in de verwerkende nijverheid zijn vooral pessimistisch (van -5,5 tot - 11,2) over het verloop van de verwachte vraag en, in mindere mate, van de werkgelegenheid. De ondernemers zijn wel optimistischer over het niveau van de voorraden.

De bouwnijverheid is minder pessimistisch (van 3,1 tot 1,7) dan de andere sectoren, al dalen daar ook de vraagvooruitzichten en het recente verloop van het orderbestand.

De Nationale Bank wijst er nog op dat het coronavirus ook een impact heeft op de bevraging bij de ondernemers zelf. Zo werd de indicator opgesteld op basis van antwoorden van 2 tot 24 maart, terwijl de laatste inperkingsmaatregelen vanwege de corona-uitbraak op 18 maart in werking traden. Aangezien de antwoorden van na het in werking treden van de maatregelen duidelijk pessimistischer waren, mag worden verondersteld 'dat de indicator van maart het gedaalde ondernemersvertrouwen nog niet ten volle weerspiegelt', klinkt het. Bovendien hebben minder ondernemers geantwoord op de enquête dan gewoonlijk.

. © NBB
Het ondernemersvertrouwen nam in maart af met 8,2 punten tot -10,9 punten, de sterkste daling sinds het bestaan van de indicator. De daling doet zich voor in alle bedrijfstakken, maar de dienstverlening aan bedrijven betaalt de hoogste tol. In de bouwsector is het ondernemingsklimaat het minst verslechterd. Vooral de vooruitzichten voor de bedrijvigheid, de vraag en de werkgelegenheid worden heel duidelijk neerwaarts bijgesteld en worden nog negatiever beoordeeld dan de huidige situatie. In de dienstverlening aan de bedrijven is de sterkste maandelijkse daling ooit (van 3,2 tot -22,0) vooral toe te schrijven aan een enorme verslechtering van de eigen bedrijfsvooruitzichten en van de algemene marktvraagvooruitzichten. In de handel die ook zwaar wordt getroffen, met uitzondering van de handel in voedingsmiddelen, komt de daling (van -1,4 tot -11,7) door slechtere vooruitzichten voor de vraag en de werkgelegenheid, terwijl de verwachte bestellingen bij de leveranciers onveranderd blijven. Ondernemers in de verwerkende nijverheid zijn vooral pessimistisch (van -5,5 tot - 11,2) over het verloop van de verwachte vraag en, in mindere mate, van de werkgelegenheid. De ondernemers zijn wel optimistischer over het niveau van de voorraden. De bouwnijverheid is minder pessimistisch (van 3,1 tot 1,7) dan de andere sectoren, al dalen daar ook de vraagvooruitzichten en het recente verloop van het orderbestand. De Nationale Bank wijst er nog op dat het coronavirus ook een impact heeft op de bevraging bij de ondernemers zelf. Zo werd de indicator opgesteld op basis van antwoorden van 2 tot 24 maart, terwijl de laatste inperkingsmaatregelen vanwege de corona-uitbraak op 18 maart in werking traden. Aangezien de antwoorden van na het in werking treden van de maatregelen duidelijk pessimistischer waren, mag worden verondersteld 'dat de indicator van maart het gedaalde ondernemersvertrouwen nog niet ten volle weerspiegelt', klinkt het. Bovendien hebben minder ondernemers geantwoord op de enquête dan gewoonlijk.