Statistische rapporten zijn interessant leesvoer. Al was het maar omdat de cijfers meermaals aanleiding geven tot tegenstrijdige interpretaties. Zowat elke krant concludeerde vandaag uit het rapport van het Federale Kenniscentrum voor Gezondheidszorg (KCE) dat Belgen voor hun zorg weliswaar veel uit eigen zak betalen, maar in ruil slechts middelmatige zorg krijgen. Bovendien geven we nu al ruim 10 procent van het bruto binnenlands product aan gezondheidszorg uit. Tussen de lijnen weerklinkt hier en daar al de privatiseringsprelude; tenslotte k...

Statistische rapporten zijn interessant leesvoer. Al was het maar omdat de cijfers meermaals aanleiding geven tot tegenstrijdige interpretaties. Zowat elke krant concludeerde vandaag uit het rapport van het Federale Kenniscentrum voor Gezondheidszorg (KCE) dat Belgen voor hun zorg weliswaar veel uit eigen zak betalen, maar in ruil slechts middelmatige zorg krijgen. Bovendien geven we nu al ruim 10 procent van het bruto binnenlands product aan gezondheidszorg uit. Tussen de lijnen weerklinkt hier en daar al de privatiseringsprelude; tenslotte kan een maatschappij toch niet al haar middelen in de sociale zekerheid verspillen?Nochtans zijn met dezelfde statistische gegevens ook andere besluiten mogelijk. Het KCE maakte dit rapport met gegevens van 2008 tot 2013. Het valt op dat 78 procent van de bevolking tevreden is met de gezondheidszorg. Hoewel ze zelf 18 procent van de gezondheidsfactuur voor haar rekening neemt. Overigens is dat percentage geen grote verrassing omdat onze ziekteverzekering de combinatie maakt van vrije keuze en remgeld als mechanisme om overconsumptie af te remmen.Het is uiteraard veelzeggend dat van de 106 indicatoren die het KCE onder de loep nam, er voor ongeveer een derde een alarmsignaal afgaat. Geruststellend detail is dan weer dat het gros van de indicatoren waar we het slecht doen, niet verslechterde tegenover eerdere studies. Wat niet wegneemt dat er werk aan de winkel blijft in de geestelijke gezondheidszorg, dat er relatief weinig verpleegkundigen per patiënt zijn en dat de preventie een stuk beter kan.Toch staat in de statistieken tegenover dit alles een ander interessant cijfer: de GINI-coëfficiënt. Ruw gezegd meet die de inkomensongelijkheid. België is een van de landen van Europa waar de inkomensherverdeling het sterkst is. De inkomensongelijkheid daalt hier met 48 procent na belasting en sociale transfers. Eerder onderzoek heeft al meermaals aangetoond dat een lager inkomen leidt tot een minder goede gezondheid. Zet daarnaast dat de toegankelijkheid van de zorg in België juist wel goed is, en het mag duidelijk zijn dat de middelmatige prestatie van de zorg enige nuancering verdient.Vanzelfsprekend is het een goede zaak dat al meermaals met cijfermateriaal is aangetoond dat België niet noodzakelijk de beste gezondheidszorg van de wereld heeft. Een optimistische boodschap die artsen, ziekenhuizen, ziekenfondsen en zelfs de gemiddelde Belg wel eens durft te verkondigen. Dat fabeltje is intussen doorprikt. Maar we moeten opletten dat we de slinger niet in de andere richting laten doorslaan. Als zelfgenoegzaamheid des duivels oorkussen is, weet dan dat zelfbeklag een even ongezonde kwaal is.