De gemeente Zwijndrecht wil alle vrijstellingen op de belasting op drijfkracht afschaffen, wat in de praktijk neerkomt op een forse belastingverhoging voor de ondernemingen op haar grondgebied. Voka verzet zich hevig. "Bedrijven betalen nu al het overgrote deel van de belastingen", klaagt de Antwerpse afdeling van de werkgeversorganisatie. Na een klacht bij de Antwerpse gouverneur Cathy Berx is de maatregel opgeschort, maar Zwijndrecht houdt voet bij stuk. Volgens burgemeester André Van de Vyver (Groen) heeft hij weinig keuze. "De Vlaamse regering zet ons met de rug tegen de muur", klinkt het.
...

De gemeente Zwijndrecht wil alle vrijstellingen op de belasting op drijfkracht afschaffen, wat in de praktijk neerkomt op een forse belastingverhoging voor de ondernemingen op haar grondgebied. Voka verzet zich hevig. "Bedrijven betalen nu al het overgrote deel van de belastingen", klaagt de Antwerpse afdeling van de werkgeversorganisatie. Na een klacht bij de Antwerpse gouverneur Cathy Berx is de maatregel opgeschort, maar Zwijndrecht houdt voet bij stuk. Volgens burgemeester André Van de Vyver (Groen) heeft hij weinig keuze. "De Vlaamse regering zet ons met de rug tegen de muur", klinkt het. De kern van de zaak is dat Vlaanderen nieuwe machines vrijstelt van belastingen om de investeringen aan te moedigen. Dat slaat een gat in de kas van de gemeenten (zie kader Geen compensaties meer), iets wat Vlaanderen tot twee jaar geleden oploste door het verschil bij te passen. Maar dat is voorbij. Bij de opmaak van de begroting voor 2016 heeft de Vlaamse regering beslist die compensaties te schrappen. "Wij verliezen 1,5 tot 5,4 miljoen euro op een budget van 25 miljoen", zegt Van de Vyver. "We zijn dus verplicht nieuwe inkomsten te zoeken. Het is toch logisch dat we die halen waar ze verloren gaan." Voka betreurt dat de lokale bedrijven het kind van de rekening zijn: "De burgemeester gaat ervan uit dat de bedrijven gewoon zullen betalen. Maar het is niet omdat een bedrijf ergens lang gevestigd is, dat het nooit zal verdwijnen", zegt directeur belangenbehartiging Dirk Bulteel. "Bovendien probeert de Vlaamse regering bedrijven net te verankeren door die investeringen vrij te stellen. De beslissing van de gemeente gaat dus ook in tegen het algemeen belang." De situatie in Zwijndrecht is een extreem voorbeeld. Een derde van de gemeente wordt ingepalmd door de haven van Antwerpen, dus maken bedrijfsbelastingen het merendeel van haar inkomsten uit. Toch is het dorp op de linkeroever van de Schelde lang geen uitzondering. Volgens Anne-Leen Erauw, specialiste in publieke financiën bij Belfius, zullen alle gemeenten het effect de komende jaren in meer of mindere mate voelen. "Vlaanderen blijft nieuw materiaal vrijstellen. Naarmate er dus meer nieuwe machines komen die van die vrijstelling genieten, verkleint de belastbare basis voor de gemeentes en dalen hun inkomsten." De Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten (VVSG) kaart aan dat het grootste deel van de grondbelasting naar de gemeenten vloeit. "Vlaanderen haalt van zijn begroting van 38 à 39 miljard euro amper 100 miljoen uit de onroerende voorheffing, terwijl de Vlaamse gemeenten 2,3 miljard van hun gezamenlijke budget van 10 miljard euro puren uit de opcentiemen op die onroerende voorheffing", zegt directeur Bestuur Jan Leroy. "Als Vlaanderen zijn beleid aanpast, bijvoorbeeld door kortingen toe te kennen, kan dat een grote impact hebben op de gemeentefinanciën, terwijl er weinig of zelfs helemaal geen effect is op de eigen begroting. Vlaanderen stimuleert de investeringen met andere woorden met het geld van de gemeenten. Het is alsof ik mijn kinderen een cadeau doe, maar de rekening aan mijn buurman bezorg." In de Vlaamse regering valt te horen dat de compensaties gesneuveld zijn in het kader van de besparingen. En dat van de gemeenten ook een inspanning gevraagd wordt. Bovendien is er een overgangsregeling uitgewerkt voor de gemeenten die de meeste inkomsten verliezen. Tot 2019 is daarvoor jaarlijks in 13 miljoen euro voorzien. Maar volgens de VVSG houdt die overgangsregeling geen rekening met de toekomst. "In 2015 ontvingen de Vlaamse gemeenten nog 156,7 miljoen euro uit opcentiemen op nog niet fiscaal vrijgesteld materieel. Naarmate de ondernemingen in de komende jaren innoveren en hun machinepark vervangen, zal die inkomstenbron voor de gemeenten opdrogen, zonder enige compensatie." Leroy spreekt daarom van een black box: "Je weet als gemeente wel dat dat bedrag ooit verdwijnt, maar niet wanneer. Het kan morgen of over tien jaar zijn." Het eerste slachtoffer van die onzekerheid zijn de lokale investeringen. "Gemeenten moeten begrotingen in evenwicht afleveren, dus besluiten ze dat het nieuwe fietspad nog wel een jaartje kan wachten. Dat is niet de juiste houding, maar wel begrijpelijk." De heisa is vooral een centenkwestie. Vlaanderen moet besparen, maar ook de gemeenten zitten op hun tandvlees. "Sinds vijf jaar gelden nieuwe financiële criteria voor een gemeente", zegt Johan De Cooman, partner bij het auditbureau BDO en financieel adviseur van lokale overheden. "Ze moet een begroting in evenwicht afleveren, terwijl zaken als de brandweerhervorming, de vergrijzing, de vluchtelingencrisis en het terrorisme hen op kosten jaagt en maatregelen zoals de taxshift de belastbare basis verkleinen." De financieringsbronnen van de gemeenten zijn beperkt, weet De Cooman. Toch moeten bedrijven niet onmiddellijk vrezen dat de belastingen gigantisch zullen stijgen. Een verhoging van de opcentiemen op de onroerende voorheffing bijvoorbeeld treft niet alleen de bedrijven, maar zowat alle inwoners. "En dat is electoraal niet aan te raden." Er bestaan belastingen die alleen op bedrijven gericht zijn, denk maar aan de heffing op drijfkracht. Maar ook daar is de manoeuvreerruimte beperkt voor de lokale overheden, meent De Cooman. "De belastingen zijn al zeer hoog in ons land, en dergelijke taksen worden vaak als een pestbelasting aangevoeld." In Zwijndrecht, waar grote multinationals als Ineos en 3M gevestigd zijn, dreigen de bedrijven wel op te draaien voor de factuur. Als het gemeentebestuur vasthoudt aan zijn plannen, kan Vlaams minister van Binnenlands Bestuur Liesbeth Homans (N-VA) nog tussenbeide komen, maar zij wil niet op de zaken vooruitlopen. Eerst is het aan de gemeente om de schorsing van haar besluit aan te vechten. "Het zou beter zijn, mocht Vlaanderen zijn beslissing - waarin we trouwens niet gehoord zijn - terugdraaien", zegt Jan Leroy van de VVSG, maar hij maakt zich weinig illusies. Volgens hem neemt Vlaanderen in essentie een besluit waar de gemeentes voor opdraaien. "Dat is niet echt solidair tegenover de lagere overheden. In de aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen van 2018 willen wij bekijken of er geen hervorming nodig is van het systeem van de opcentiemen, zodat gemeenten beter beschermd zijn tegen die beleidswijzigingen van hogerhand." In Zwijndrecht blijft ondertussen de onzekerheid bestaan. "Bedrijven maken hun budgetten op. Als de belastingen plots verhogen, moeten ze dat uitleggen in hun hoofdkantoor. Wij krijgen signalen dat de investeringen daar nu al onder lijden. Elke investering is een afweging. En fiscale stabiliteit is daarin een belangrijk element", benadrukt Dirk Bulteel. Volgens Voka maakt ons land geen goede beurt. "De dochter van het Japanse Nippon Shokubai kreeg vorig jaar van Vlaanderen nog een prijs voor de investering van het jaar. En nu moet dat bedrijf plots gaan uitleggen dat de belastingen fors zijn verhoogd."