Eind december schreef zakenkrant De Tijd op basis van een studie van de Nationale Bank dat het beleid van de regering-Michel zijn effect deels had gemist. De Belgische uitvoer zou nog altijd trager groeien dan in de buurlanden en de Belgische bedrijven boetten aan concurrentiekracht in, klonk het toen. Het marktaandeel van België op de exportmarkten daalde veel meer dan dat van Frankrijk of Duitsland, Nederland won zelfs marktaandeel. De taxshift en indexsprong zouden vooral gebruikt zijn om de winsten op te krikken, vooral dan in de periode 2015-2016. Sindsdien liggen de winstmarges van Belgische bedrijven duidelijk hoger dan het gemiddelde van de eurozone, schreef De Tijd. Maar het VBO deelt die conclusie niet. De werkgeversorganisatie merkt op dat de Belgische bedrijven hun exportprijzen in 2015 met 3 procent hebben verlaagd in vergelijking met het gemiddelde in de eurozone. Over de hele periode 2015-2018 was de relatieve prijsverlaging zelfs hoger dan de verlaging van de loonkost. Hierdoor steeg de export van goederen vanuit België in 2016-2018 met 3,7 pct per jaar, "meer dan in Duitsland en Frankrijk (...) De competitiviteitsmaatregelen van de Zweedse coalitie hebben dus duidelijk een positieve invloed gehad", aldus het VBO. Maar voor de uitvoer van diensten deed ons land het wel minder goed dan de buurlanden, geeft de werkgeversorganisatie toe. Ze verwijst naar de relatief zwakke e-commerce en naar de terreuraanslagen die een invloed hadden op het toerisme. Ook inzake jobcreatie deden de Belgische bedrijven de voorbije regeerperiode een zware inspanning. Tussen het derde kwartaal van 2014 en het derde kwartaal van 2019 steeg het aantal arbeidsplaatsen in de 'puur private sector' met 224.000. "Dat is een groei met 1,4 procent per jaar", aldus het VBO. De kritiek dat ook de winsten zijn gestegen, nuanceert de werkgeversorganisatie. Er is inderdaad sprake van een hogere brutomargevoet, maar daar moeten nog investeringen van gefinancierd worden en belastingen betaald, klinkt het. "Tussen 2014 en 2018 werd er in volume 17 procent meer geïnvesteerd (+21 pct in waarde) en steeg de vennootschapsbelastingsdruk", aldus het VBO. De nettowinstgevendheid verbeterde in de periode 2015-2017, maar lag nog altijd onder de niveau van 2004-2007 en ook in 2018 bleef de nettorendabiliteit onder het langetermijngemiddelde. (Belga)

Eind december schreef zakenkrant De Tijd op basis van een studie van de Nationale Bank dat het beleid van de regering-Michel zijn effect deels had gemist. De Belgische uitvoer zou nog altijd trager groeien dan in de buurlanden en de Belgische bedrijven boetten aan concurrentiekracht in, klonk het toen. Het marktaandeel van België op de exportmarkten daalde veel meer dan dat van Frankrijk of Duitsland, Nederland won zelfs marktaandeel. De taxshift en indexsprong zouden vooral gebruikt zijn om de winsten op te krikken, vooral dan in de periode 2015-2016. Sindsdien liggen de winstmarges van Belgische bedrijven duidelijk hoger dan het gemiddelde van de eurozone, schreef De Tijd. Maar het VBO deelt die conclusie niet. De werkgeversorganisatie merkt op dat de Belgische bedrijven hun exportprijzen in 2015 met 3 procent hebben verlaagd in vergelijking met het gemiddelde in de eurozone. Over de hele periode 2015-2018 was de relatieve prijsverlaging zelfs hoger dan de verlaging van de loonkost. Hierdoor steeg de export van goederen vanuit België in 2016-2018 met 3,7 pct per jaar, "meer dan in Duitsland en Frankrijk (...) De competitiviteitsmaatregelen van de Zweedse coalitie hebben dus duidelijk een positieve invloed gehad", aldus het VBO. Maar voor de uitvoer van diensten deed ons land het wel minder goed dan de buurlanden, geeft de werkgeversorganisatie toe. Ze verwijst naar de relatief zwakke e-commerce en naar de terreuraanslagen die een invloed hadden op het toerisme. Ook inzake jobcreatie deden de Belgische bedrijven de voorbije regeerperiode een zware inspanning. Tussen het derde kwartaal van 2014 en het derde kwartaal van 2019 steeg het aantal arbeidsplaatsen in de 'puur private sector' met 224.000. "Dat is een groei met 1,4 procent per jaar", aldus het VBO. De kritiek dat ook de winsten zijn gestegen, nuanceert de werkgeversorganisatie. Er is inderdaad sprake van een hogere brutomargevoet, maar daar moeten nog investeringen van gefinancierd worden en belastingen betaald, klinkt het. "Tussen 2014 en 2018 werd er in volume 17 procent meer geïnvesteerd (+21 pct in waarde) en steeg de vennootschapsbelastingsdruk", aldus het VBO. De nettowinstgevendheid verbeterde in de periode 2015-2017, maar lag nog altijd onder de niveau van 2004-2007 en ook in 2018 bleef de nettorendabiliteit onder het langetermijngemiddelde. (Belga)