The winner takes it all, zingt de Zweedse popgroep Abba. Ze verdient de Nobelprijs voor economie. De songtekst beschrijft perfect wat gaande is in het mondiale bedrijfsleven. Supersterbedrijven als Amazon, Google of Facebook domineren hun sector, vertrappelen de concurrentie en hertekenen de economie. Apple en Amazon haalden als eerste een marktwaarde van 1000 miljard dollar. Dat is wellicht nog maar een begin. De bedrijfsreuzen van morgen zullen een veelvoud waard zijn, terwijl de aandeelhouders en de werknemers van de grote verliezende meerderheid tevreden moeten zijn met de kruimels. Er valt weinig tot niets aan te doen. De club van 1000 miljard dollar kan over een decennium makkelijk de club van 10.000 miljard dollar zijn.
...

The winner takes it all, zingt de Zweedse popgroep Abba. Ze verdient de Nobelprijs voor economie. De songtekst beschrijft perfect wat gaande is in het mondiale bedrijfsleven. Supersterbedrijven als Amazon, Google of Facebook domineren hun sector, vertrappelen de concurrentie en hertekenen de economie. Apple en Amazon haalden als eerste een marktwaarde van 1000 miljard dollar. Dat is wellicht nog maar een begin. De bedrijfsreuzen van morgen zullen een veelvoud waard zijn, terwijl de aandeelhouders en de werknemers van de grote verliezende meerderheid tevreden moeten zijn met de kruimels. Er valt weinig tot niets aan te doen. De club van 1000 miljard dollar kan over een decennium makkelijk de club van 10.000 miljard dollar zijn. Die ontwikkelingen verbazen. De globalisering en de digitalisering van de economie beloofden een intensere concurrentie, maar ze maakten integendeel de weg vrij voor de geboorte van supersterbedrijven, die dankzij de schaalvoordelen van een globale productieketting meer dan een streepje voor hebben op de concurrentie. Als die bedrijven dankzij een doorgedreven digitalisering ook nog eens de meest efficiënte van het pak worden, dan kan de verzamelde concurrentie helemaal inpakken. Netwerkeffecten doen de rest. Bedrijven als Amazon worden onneembare vestingen, beschermd door dikke muren en een diepe slotgracht. Bedrijven concurreren niet langer in een markt, maar concurreren om een markt, met slechts één of hooguit een handvol winnaars.De opkomst van de supersterbedrijven blijft niet beperkt tot de technologiesectoren. Onderzoek toont aan dat in zowat alle sectoren de concentratie toeneemt, wat zich ook vertaalt in toenemende winstmarges van de bedrijven. Sinds 1980 zijn die marges in de Verenigde Staten met 60 procent gestegen en in Europa met 30 procent. Die hogere winsten zijn vooral te danken aan de vette winsten van de winnaars, terwijl de rest van de ondernemingen kampt met een moordende concurrentie en in het beste geval stabiele marges. De dominantie van de supersterren knijpt ook de mobiliteit uit het bedrijfsleven. Doorgroeien naar de top wordt steeds moeilijker. De wereldeconomie dreigt een kasteneconomie te worden. Een van de gevolgen is dat de meeste werknemers werken in bedrijven die zich geen hogere lonen kunnen veroorloven, wat mee verklaart waarom de lonen maar heel beperkt stijgen.De tendens naar deglobalisering kan een bedreiging vormen voor de positie van de supersterren, maar de digitalisering van de economie giet hun dominantie in beton. Artificiële intelligentie is het nieuwe hebbeding, en die race wordt gewonnen met data en rekenkracht. In China zorgt de overheid voor die grondstoffen, in het Westen hebben Google en co al een beslissende voorsprong opgebouwd. "En de mogelijkheid bestaat dat een bedrijf als Google op een dag besluit zijn rekenkracht niet langer ter beschikking te stellen aan de concurrentie, omdat die rekenkracht van cruciaal belang is voor artificiële intelligentie", zei Pieter Abbeel, een autoriteit op dat gebied vorige week tijdens een Trends Afterwork-conferentie.Hoe schadelijk zijn die supersterren voor de economie? Als die reuzen de vloer aanvegen met de rest omdat ze productiever zijn en de klant beter bedienen, dat zijn we niet noodzakelijk slechter af. "Dan mogen we uiteindelijk zelfs een hogere productiviteit, lagere prijzen en hogere reële lonen verwachten", schrijft de Amerikaanse econoom John Van Reenen (MIT) in een paper die eind augustus gepresenteerd werd op de hoogmis van de centrale bankiers in Jackson Hole. Dat betekent niet dat de mededingingsautoriteiten rustig achterover kunnen leunen. Facebook & co gebruiken hun slagkracht niet alleen ten goede van de consument, maar ook om de concurrentie in de kiem te smoren, door bijvoorbeeld veelbelovende start-ups op te kopen. Het wordt dus een moeilijke evenwichtsoefening om te zorgen voor een gezonde concurrentie, die borg staat voor innovatie en investeringen, zonder de supersterbedrijven die de economische kar trekken te ontmoedigen.