Dat blijkt uit de recentste cijfers van minister van Sociale Zaken Maggie De Block (Open Vld), schrijft De Tijd zaterdag.

Werkgevers die hun eerste personeelslid in dienst nemen, genieten sinds begin 2016 een belangrijk voordeel. Op het loon van die eerste werknemer moeten ze geen werkgeversbijdragen betalen.

De maatregel, waarmee de regering-Michel I de jobmotor wilde aanzwengelen, miste haar effect niet. Tegen eind maart van dit jaar hadden 33.600 ondernemers met het gunstregime een eerste werknemer in dienst genomen. Maar terwijl in de eerste twee jaar via de vrijstelling gemiddeld 3.900 jobs per kwartaal werden gecreëerd, waren dat er in de eerste drie maanden van dit jaar nog maar 2.445. Dat is het laagste kwartaalcijfer sinds de invoering van de regeling.

Op het kabinet-De Block klinkt het dat die daling te verwachten was. Veel zelfstandigen voor wie de regeling de doorslag geeft, hebben intussen die stap gezet. Het Federaal Planbureau wees er eerder dit jaar ook op dat veel starters hun weg niet vinden naar de regeling.Bijna een op de vijf ondernemers die er recht op hebben, vergeet de korting aan te vragen of weet niet eens van het bestaan ervan af, meldt De Tijd.

De RSZ-vrijstelling voor een eerste aanwerving loopt nog tot 31 december 2020. Al wie voor die tijd eeneerstewerknemer in dienst neemt, hoeft de basisbijdrage van 25 procent niet te betalen.