"De banken in de eurozone hebben onvoldoende kapitaalbuffers aangelegd om in tijden van economische stress verliezen te kunnen opvangen." Die verontrustende woorden liet Andrea Enria amper enkele weken geleden optekenen tijdens een conferentie in Brussel. Daarmee hamerde de 57-jarige Italiaan voor de zoveelste keer op een van zijn stokpaardjes.

Enria sprak in Brussel in zijn hoedanigheid van voorzitter van de European Banking Authority (EBA), de instelling die de regelgeving voor alle banken in de Europese Unie coördineert en die de tweejaarlijkse stresstesten organiseert. Enria staat sinds 2011 aan het hoofd van de EBA.

Het begin was moeilijk. De eerste stresstest in 2011 concludeerde dat instellingen als Dexia en Bankia sterk genoeg waren. Een paar maanden later moesten ze in allerijl gered worden. Dat was niet de fout van de EBA, maar van de Europese politici die enkel hadden willen instemmen met lakse criteria voor de stresstest. Enria zelf was in 2011 een voorstander van een directe en massale herkapitalisering van de banken door het Europese noodfonds EFSF.

Dat het niet zover gekomen is, heeft ertoe geleid dat de Europese banksector tien jaar na het uitbreken van de financiële crisis nog altijd niet volledig hersteld is. Er is onvoldoende vooruitgang geboekt in het opbouwen van aanvullende kapitaalbuffers. En nu de economische omstandigheden verslechteren, zullen investeerders minder appetijt hebben om aandelen en achtergestelde obligaties van banken te kopen, vreest Enria.

De Italiaan neemt duidelijk geen blad voor de mond. Hij staat op zijn onafhankelijkheid en heeft altijd afstand gehouden van de politiek. Vanaf 1 januari wordt Enria bij de Europese Centrale Bank de voorzitter van de Europese toezichthouder op de banken, het zogenoemde Single Supervisory Mechanism. Het SSM ziet toe op de grootste 120 banken van de eurozone. De toezichthouder kan hen verplichten hun kapitaal op te trekken of hen niet-levensvatbaar verklaren.

Een prioriteit van het Europese bankentoezicht is de slechte kredieten op de balans van de banken te verminderen. Slechte kredieten hinderen de verstrekking van nieuwe leningen en vertragen de economische groei. Het probleem blijft groot, in Italië, maar ook in Griekenland, Ierland en Portugal.

De benoeming van een Italiaan die de Italiaanse banksector moet verplichten haar berg probleemkredieten te saneren, deed hier en daar wenkbrauwen fronsen. Toch lijkt Enria niet de man die zijn landgenoten spaart. Zijn reputatie is anders. De Duitse zakenkrant Handelsblatt zegt goed te kunnen leven met de Italiaan. Hij zou zich in het verleden voldoende hard hebben opgesteld tegenover de Italiaanse banken.

Geen Europese bad bank

Andrea Enria werd in juli 1961 geboren in het kuststadje La Spezia, halverwege tussen Genoa en Pisa. Na de vroege dood van zijn moeder werd hij opgevoed door zijn vader en zijn grootouders. Hij was goed in wiskunde en ging economie studeren aan de universiteit Luigi Bocconi in Milaan, waar hij les kreeg van Mario Monti, die later Europees commissaris en premier van Italië werd.

Na verdere studies in Cambridge ging Enria aan de slag bij de nationale bank van Italië. Hij specialiseerde zich in de saaie materie van systeemrisico's, financiële stabiliteit en bankentoezicht. Van 1999 tot 2004 werkte hij op die onderwerpen voor de ECB in Frankfurt. Toen Europa in 2004 een nieuwe structuur creëerde, het comité voor Europese banktoezichthouders (de CEBS, de voorloper van de EBA) werd hij er de eerste secretaris-generaal van. Hij moest in Londen van nul een nieuw agentschap opzetten.

Maar het was moeilijk werken omdat het bankentoezicht een lokale verantwoordelijkheid bleef. Enria raakte gefrustreerd door de protectionistische reflex van de 27 EU-lidstaten. Toen Mario Draghi, de huidige ECB-voorzitter, in 2008 gouverneur van de Banca d'Italia werd, keerde Enria terug naar Rome. Drie jaar later werd hij voorzitter van de EBA.

Eén idee kon hij niet doordrukken. In maart 2017 stelde Enria voor een pan-Europese bad bank op te richten, waarin banken hun slechte kredieten zouden kunnen onderbrengen. Ondanks een clausule die moest voorkomen dat alle landen zouden opdraaien voor de risico's van één land, verwierp de Duitse regering het voorstel.