De Vlaamse energieregulator Vreg lanceert vandaag een simulator waardoor gezinnen het effect kunnen becijferen van het nieuwe capaciteitstarief. Een stukje van de stroomfactuur zal daardoor anders worden berekend. Bedoeling is pieken op het net te vermijden door consumenten er toe aan te zetten verbruik van zware toestellen - de warmtepomp en de elektrische wagen - te spreiden. Door verbruik te spreiden, kunnen ze immers besparen. Dat zal gebeuren door piekverbruik te meten, wat enkel kan bij digitale meters. Consumenten met een klassieke meter betalen een vast bedrag. Wat blijkt uit de simulator? Voor een doorsnee gezin (verbruik van 3.500 kWh per jaar) verandert zo goed als niets in 2022 in vergelijking met 2021 (rekening houdend met gelijke stroomprijzen). Dat is zowel het geval met een digitale als een klassieke meter. Wie het tarief wel zal voelen, is de alleenstaande op een appartement. Volgens de simulator zal die kleine stroomverbruiker (1.500 kWh) zijn stroomfactuur met zo'n 50 euro zien stijgen in het geval van een klassieke meter. Met een digitale meter blijft de meerkost beperkt tot 16 euro. Een gezin met een elektrische wagen en een klassieke meter ziet de factuur beduidend dalen in 2022: gemiddeld 170 euro. Met een digitale meter hangt hun factuur af van de spreiding van het verbruik. Als ze de wagen opladen op drukke momenten ('s avonds na de werkdag), dan kan de factuur oplopen met 100 euro. Als ze echter opladen als er weinig verbruik is (bijvoorbeeld 's nachts) kunnen ze hun stroomfactuur doen zakken met gemiddeld 115 euro. Investeren ze in een slimme laadpaal, met gespreid laden aan lager vermogen en afgestemd op andere huishoudtoestellen, dan kan die besparing oplopen tot 224 euro. Een zelfde verhaal voor gezinnen met een warmtepomp. Hun stroomfactuur zal met de nieuwe tarieven dalen bij een klassieke meter. Met een digitale meter is de hoogte van de factuur afhankelijk van de spreiding. Zullen de nieuwe tarieven ook voelen in de portemonnee: de tweede verblijvers. Die betalen onder de nieuwe tarieven ook een minimale bijdrage, zelfs al is er geen of amper verbruik. Met een klassieke meter kan de factuur oplopen met gemiddeld 127 euro, met een digitale meter is dat gemiddeld 66 euro. (Belga)

De Vlaamse energieregulator Vreg lanceert vandaag een simulator waardoor gezinnen het effect kunnen becijferen van het nieuwe capaciteitstarief. Een stukje van de stroomfactuur zal daardoor anders worden berekend. Bedoeling is pieken op het net te vermijden door consumenten er toe aan te zetten verbruik van zware toestellen - de warmtepomp en de elektrische wagen - te spreiden. Door verbruik te spreiden, kunnen ze immers besparen. Dat zal gebeuren door piekverbruik te meten, wat enkel kan bij digitale meters. Consumenten met een klassieke meter betalen een vast bedrag. Wat blijkt uit de simulator? Voor een doorsnee gezin (verbruik van 3.500 kWh per jaar) verandert zo goed als niets in 2022 in vergelijking met 2021 (rekening houdend met gelijke stroomprijzen). Dat is zowel het geval met een digitale als een klassieke meter. Wie het tarief wel zal voelen, is de alleenstaande op een appartement. Volgens de simulator zal die kleine stroomverbruiker (1.500 kWh) zijn stroomfactuur met zo'n 50 euro zien stijgen in het geval van een klassieke meter. Met een digitale meter blijft de meerkost beperkt tot 16 euro. Een gezin met een elektrische wagen en een klassieke meter ziet de factuur beduidend dalen in 2022: gemiddeld 170 euro. Met een digitale meter hangt hun factuur af van de spreiding van het verbruik. Als ze de wagen opladen op drukke momenten ('s avonds na de werkdag), dan kan de factuur oplopen met 100 euro. Als ze echter opladen als er weinig verbruik is (bijvoorbeeld 's nachts) kunnen ze hun stroomfactuur doen zakken met gemiddeld 115 euro. Investeren ze in een slimme laadpaal, met gespreid laden aan lager vermogen en afgestemd op andere huishoudtoestellen, dan kan die besparing oplopen tot 224 euro. Een zelfde verhaal voor gezinnen met een warmtepomp. Hun stroomfactuur zal met de nieuwe tarieven dalen bij een klassieke meter. Met een digitale meter is de hoogte van de factuur afhankelijk van de spreiding. Zullen de nieuwe tarieven ook voelen in de portemonnee: de tweede verblijvers. Die betalen onder de nieuwe tarieven ook een minimale bijdrage, zelfs al is er geen of amper verbruik. Met een klassieke meter kan de factuur oplopen met gemiddeld 127 euro, met een digitale meter is dat gemiddeld 66 euro. (Belga)