Peter Bosschem, CEO van ELS Belgium-Larcier: 'Zeker kleine en middelgrote advocatenkantoren hebben een afwachtende houding om hun dienstverlening volop te digitaliseren in vergelijking met Nederland. Dat komt grotendeels doordat de Nederlandse justitie veel verder staat met de digitale automatisering van de procedures en de rechtsspraak dan bij ons. Advocaten zijn dan wel verplicht te volgen. De Belgische fiscalisten doen wel meer een beroep op IT, wat te verklaren is door het feit dat FOD Financiën verder staat dan FOD Justitie in de digitale verwerking van dossiers.'

Een van de andere redenen van de doorgedreven digitalisering van de Nederlandse advocatuur is het klantenbestand. 'Het Nederlandse bedrijfsleven is internationaler en Angelsaksischer gericht dan het Belgische', stelt Bosschem. 'Daarom stellen ze ook hogere eisen. Hun communicatie met hun advocaat zal zakelijker, efficiënter en meer online gebeuren.'

Bosschem verwacht dat de grote advocatenkantoren zullen investeren in technologie, die juridische informatie en advies vlotter bij de klant zullen brengen. 'Standaardvragen zullen beantwoord worden met digitaal standaardadvies tegen een goedkope prijs. De juridische dienst wordt een grondstof. Ook via het internet zullen er veel juridische data worden toegeleverd. Complexe dossiers zullen daarentegen wel tegen een hogere prijs worden behandeld door advocaten.'

Bosschem verwacht een doorgedreven digitalisering op twee terreinen: de workflow en de interpretatie van data. In het eerste geval zullen procedures via de magistraten, griffies, advocaten, gerechtsdeurwaarders, notarissen en andere juridische beroepen digitaal worden afgehandeld en opgevolgd. Ook zullen rechtsvragen op basis van de juridische input digitaal kunnen worden beantwoord.

Die evolutie zal ertoe leiden dat kleine en middelgrote advocatenkantoren zich niet meer kunnen profileren in de markt van standaardadvies. Bosschem: 'Ook de Big Four profileren zich op dit terrein en zullen door een doorgedreven informatisering de lat van de 'standaard' steeds hoger leggen. Middelgrote advocatenkantoren zullen echter niet het investeringstempo van de grote concurrenten niet meer kunnen volgen. Ze zullen wel de digitale knowhow extern kunnen verwerven. Daar wordt volop aan gewerkt, maar we kennen momenteel nog de overgangsfase bij de digitale toeleveranciers aan advocaten.'

Larcier zelf werkt ook aan een databank, die alle Belgische rechtspraak zal bevatten. Een van de problemen is dat er in ons land vier rechtstalen (want binnenkort ook het Engels) omvat. Bovendien zijn de vonnissen en arresten en de interne communicatie in procedures in ons land helemaal niet volledig gedigitaliseerd. Nochtans zet zowat elke nieuwe regering dit op de agenda. 'Dat zal niet blijven duren', voorspelt Bosschem. 'Ooit zal een regering dit definitief willen realiseren. Met onze technologie mikken we op het middensegment van de advocatenkantoren. De grote zullen de investeringen immers wel voor eigen rekening nemen.'

Net omdat dit allemaal al langer aansleept, is er een generatie van juristen, die niet staat te springen voor grote investeringen in IT. 'De 'het zal mijn tijd wel hebben'-filosofie is een deel van het probleem', redeneert Bosschem. 'Zo ontstaat er een kloof tussen de oudere juristen en de jongere generatie. Die laatste investeren op langere termijn. Zij spreken ook een nieuwe generatie van klanten aan.'