De groep kondigde vandaag bij haar halfjaarcijfers aan dat ze op 1 juli het Franse geofysische expertisebureau Innogeo heeft overgenomen. Dat bedrijf uit Le Bourget-du-Lac in de Franse Savoie is gespecialiseerd in geofysische testen. "Die technologie kan je vergelijken met een röntgenfoto van het menselijk lichaam, maar dan voor bruggen, gebouwen of terreinen", legt Frank De Palmenaer, de gedelegeerd bestuurder van ABO-Group, uit.
...

De groep kondigde vandaag bij haar halfjaarcijfers aan dat ze op 1 juli het Franse geofysische expertisebureau Innogeo heeft overgenomen. Dat bedrijf uit Le Bourget-du-Lac in de Franse Savoie is gespecialiseerd in geofysische testen. "Die technologie kan je vergelijken met een röntgenfoto van het menselijk lichaam, maar dan voor bruggen, gebouwen of terreinen", legt Frank De Palmenaer, de gedelegeerd bestuurder van ABO-Group, uit.De Franse apparatuur, die nog steeds wordt verfijnd, kan aangeven of en waar bijvoorbeeld betonrot te verwachten valt. "Wanneer een brug of weg min of meer regelmatig wordt gescand, kunnen we rampen vermijden", klinkt het. Tegelijk kan de techniek ook tot op een diepte van twee meter abnormale gegevens in de bodem signaleren, zoals holtes, maar ook bommen of middeleeuwse muren. Daardoor kan archeologisch onderzoek sneller en efficiënter gebeuren, en kan worden vermeden dat gebouwen verzakken. In een tempo van 30 kilometer per uur kan de technologie ook worden ingezet om de zwakke plekken in spoorwegbeddingen te traceren. "We kunnen nu preventief speuren in de bodem." Innogeo zal in de tweede jaarhelft ongeveer 0,5 miljoen euro bijdragen aan de omzet van ABO-Group. De technologie zal ook in de twee andere thuismarkten van de groep, België en Nederland, worden toegepast. In de eerste jaarhelft groeide de groep overigens sterker in Frankrijk en in Nederland dan in België. De groei in Frankrijk wordt gevoed door grootschalige projecten, zoals de ontwikkeling van transportinfrastructuur voor onder meer de spoorwegmaatschappij SNCF en het urbanisatieproject Grand Paris, van industriële sites voor EDF en Rio Tinto, en van nieuwe infrastructuur voor de Olympische Spelen in Parijs. Voor de ABO-Group als geheel bevestigden de halfjaarcijfers dat geotechniek de duidelijke groeimotor is van de groep. In dat segment ging de omzet er in het eerste halfjaar met 14 procent op vooruit. Daardoor maakt geotechniek voor het eerst meer dan 50 procent uit van de groepsomzet, die met 8 procent klom naar 23,6 miljoen euro. Ook de divisie Bodem & Milieu groeide stevig, met 9 procent. Alleen de afdeling Asbest & Energie hinkte met minus 5 procent wat achterop, vooral doordat een raamcontract met de distributienetbeheerder Eandis (intussen met Infrax gefuseerd tot Fluvius) ten einde kwam. De dubbelcijferige groei in asbest, met onder andere de Lokerse dochter Translab, kon dat verlies niet compenseren.Ten slotte werd de kleinste tak, 'overige', uitgehold, van 545.000 naar 66.000 euro omzet. Dat is het gevolg van de verkoop van de internationale afdeling Ecorem. Dat bedrijf, dat zich onder andere toelegde op bodemsaneringsprojecten voor internationale organisaties, vormt nu een onderdeel van Tractebel. Daarmee werkte Ecorem vroeger al goed samen, onder meer voor de sanering van de site van Ford Genk.Samen met de omzet krikte ABO-Group ook de rendabiliteit op. Mede dankzij de toepassing van de nieuwe financiële standaard IFRS 16 klom de operationele winst voor afschrijvingen met 61 procent tot 3,3 miljoen euro. Zonder IFRS blijft de winstgroei beperkt tot een nog steeds stevige 35 procent. De operationele winst steeg met 63,7 procent tot 1,23 miljoen euro, de nettowinst zelfs met 82,9 procent tot 600.000 euro.Voor de tweede jaarhelft verwacht ABO-Group vergelijkbare resultaten. Dat moet de jaaromzet in de buurt van 50 miljoen euro doen uitkomen.