Abattoir in Anderlecht gaat er prat op dat zijn weekendmarkt de grootste van het land is. In normale tijden struinen op vrijdag, zaterdag en zondag samen zo'n 100.000 bezoekers langs de tientallen kraampjes met vooral voeding. Door de pandemie is het aantal bezoekers aanzienlijk beperkt, om het covid-protocol van de overheid te respecteren. "Aan de ingangen staan tentjes met camera's. Daar worden mensen geteld. Met een app op de smartphone weten we hoeveel mensen aanwezig zijn. We hebben dat systeem zelf bedacht", zegt Elke Tiebout. De CEO van de nv Abattoir liep aan het begin van de pandemie zelf covid-19 op. Met Elke Tiebout staat de derde generatie aan het hoofd van Abattoir, maar de kmo is geen familiebedrijf. In 1983 mobiliseerde haar grootvader aan moederskant, Carlos Blancke, 160 zelfstandigen om de site van de ondergang te redden. Haar vader, Joris Tiebout, nam het roer over. Onder zijn leiding begon Abattoir te diversifiëren. "Ik heb een grote familie en we hebben samen een groot deel van de aandelen, maar lang niet de meerderheid. Toen mijn vader met pensioen ging, vroeg de raad van bestuur eerst in onze familie een opvolger te zoeken. Drie mensen, onder wie ik, stonden toen op. Er volgde een assessment. Zo ben ik erin gerold", vertelt Elke Tiebout. Tot dan was ze diensthoofd Bedrijfssteun bij het Agentschap Innoveren en Ondernemen Vlaio. In 2019 werd ze de CEO van Abattoir.
...

Abattoir in Anderlecht gaat er prat op dat zijn weekendmarkt de grootste van het land is. In normale tijden struinen op vrijdag, zaterdag en zondag samen zo'n 100.000 bezoekers langs de tientallen kraampjes met vooral voeding. Door de pandemie is het aantal bezoekers aanzienlijk beperkt, om het covid-protocol van de overheid te respecteren. "Aan de ingangen staan tentjes met camera's. Daar worden mensen geteld. Met een app op de smartphone weten we hoeveel mensen aanwezig zijn. We hebben dat systeem zelf bedacht", zegt Elke Tiebout. De CEO van de nv Abattoir liep aan het begin van de pandemie zelf covid-19 op. Met Elke Tiebout staat de derde generatie aan het hoofd van Abattoir, maar de kmo is geen familiebedrijf. In 1983 mobiliseerde haar grootvader aan moederskant, Carlos Blancke, 160 zelfstandigen om de site van de ondergang te redden. Haar vader, Joris Tiebout, nam het roer over. Onder zijn leiding begon Abattoir te diversifiëren. "Ik heb een grote familie en we hebben samen een groot deel van de aandelen, maar lang niet de meerderheid. Toen mijn vader met pensioen ging, vroeg de raad van bestuur eerst in onze familie een opvolger te zoeken. Drie mensen, onder wie ik, stonden toen op. Er volgde een assessment. Zo ben ik erin gerold", vertelt Elke Tiebout. Tot dan was ze diensthoofd Bedrijfssteun bij het Agentschap Innoveren en Ondernemen Vlaio. In 2019 werd ze de CEO van Abattoir. De slachthuizen van Anderlecht, een site van 12 hectare in Kuregem, zijn een begrip. De wijk ligt ingebed tussen het station Brussel-Zuid, het Kanaal en de kleine ring. De buurt komt vaak negatief in het nieuws als probleemwijk, door rellen met jongeren of door de hoge jongerenwerkloosheid. Maar Kuregem is ook een broedplek van ondernemerschap. Er zijn verschillende brouwerijen gevestigd, de Heyvaertbuurt staat bekend om zijn handel in tweedehandsauto's en The Egg groeide uit tot een bekende evenementenlocatie. Ook culturele ondernemers vinden de weg naar de wijk. De schrijver David Van Reybrouck heeft er zijn schrijfplek, en werkplaats walter innoveert er met een structuur om het zakenmodel van zelfstandige kunstenaars te versterken. Het opmerkelijkste bedrijf van de buurt is toch Abattoir. De kmo draaide in 2019 een omzet van 6,7 miljoen euro. "Onze onderneming draait zeven dagen per week, altijd met een andere samenstelling. Er werken 45 mensen bij Abattoir, maar we schatten dat 1300 mensen een baan hebben op de site", zegt Elke Tiebout. "Abattoir zit vol ondernemers. Al die mensen die al het mogelijke moeten doen om hun zaak draaiend te houden, zijn veel meer ondernemer dan ikzelf." Abattoir organiseert de activiteiten op zijn site niet zelf, maar staat in voor de infrastructuur en het beheer. "Wij verhuren bedrijfsruimte en marktplaatsen, en zorgen ervoor dat alles goed functioneert. We verhuren een deel van de kelders aan een champignonkwekerij en op een van onze daken zit een stadsboerderij. In de oude vleeshal zijn enkele jonge ondernemers begonnen met verticale landbouw", legt de CEO uit. De grondstof voor die diversifiëring is de overvloed aan ruimte op de site, met de grote overdekte hal als centraal punt. Aangezien de markt in het weekend plaatsvindt, staat die ruimte tijdens de week voor het grootste deel leeg. Voor corona was de Boeremet op donderdagavond uitgegroeid tot het grootste afterworkevent van Brussel. Elke week bezochten 4000 mensen de foodtrucks, de bars en de eetkraampjes, terwijl een dj de hal in een feeststemming bracht. Op weekdagen maakt de vzw Cultureghem er een overdekt speelplein van. De vzw strijdt met Collectmet ook tegen voedselverspilling. Vrijwilligers verzamelen onverkochte groenten en fruit in de koelruimte die Abattoir ter beschikking stelt. Collectmet geeft die voeding niet alleen weg aan behoeftigen, het zet ook creatieve concepten als kookworkhops op. In 2015 ging de Foodmet open op de site. De vroegere vleesmarkt met tientallen slagerijen beantwoordde niet meer aan de normen voor voedselveiligheid. Abattoir maakte van de Foodmet een overdekte markt, zoals je die vaak in Zuid-Europa aantreft. Het aantal slagerijen werd beperkt en afgewisseld met andere voedingswinkels. In sommige zaakjes kunnen bezoekers ter plekke iets eten. De daken van de markthal, die het architectenbureau ORG een uitnodiging voor de architectuurbiënnale van Venetië opleverde, werden verstevigd omdat Abattoir bij het Brussels Gewest en de Europese Unie Efro-subsidies had binnengehaald om een stadsboerderij op te richten. Die bouwde BIGH, een circulaire-economiebedrijf opgericht door de milieubewuste architect Steven Beckers, op het dak van Foodmet. BIGH huurt het dak, waarop nu een hightechserre van 2000 vierkante meter staat. Nog eens 2000 vierkante meter wordt gebruikt voor groenteteelt in openlucht. Sinds 2018 draait de stadsboerderij Ferme Abattoir, bij de opening de grootste van Europa, op volle kracht. Terwijl buiten op het dak de warmoes en de peterselie groeien, is de serre een voorbeeld van aquaponie: een productieproces waarbij in de serre bovengronds planten groeien, terwijl daaronder vissen worden gekweekt. De twee gesloten systemen zijn verbonden met een biofilter, zodat de uitwerpselen van de vissen kunnen dienen als meststof voor de planten. Aan de productie komen geen pesticiden of antibiotica te pas. "De stadsboerderij is een meerwaarde voor de Foodmet, omdat we veel circulairder konden werken dan verwacht. De restwarmte van de koelinstallaties van Foodmet gaat nu naar de serre op het dak", zegt Elke Tiebout. De elektriciteit komt van zonnepanelen. Behalve de stadsboerderij hebben ook Eclo, Urban Harvest en Envie een circulair zakenmodel. In de overwelfde kelders van Abattoir nam Le Champignon de Bruxelles zijn intrek. Het kweekt er paddenstoelen met bierbostel. Verschillende Belgische brouwerijen leveren dat restproduct van het brouwproces met gerst. Onlangs voegde de stadsboerderij Eclo zich bij de coöperatie Le Champignon de Bruxelles. Eclo kweekt miniversies van groenten zoals rucola en broccoli. "De kelders zijn het meer alternatieve deel", zegt Elke Tiebout. "We willen transformeren en moderniseren." In het gebouw waar vroeger de vleesmarkt plaatsvond, is nu Urban Harvest actief met een verticale boerderij, die aromatische kruiden teelt. Ledlampen zorgen voor het licht dat de planten nodig hebben. Envie is zowel een circulair als een sociaal bedrijf. Het verwerkt groenteoverschotten tot soepen. De werknemers zijn mensen die na een langdurige werkloosheid weer de arbeidsmarkt betreden. Al die activiteiten zijn ook voorbeelden van de korte keten, waarbij lokaal geproduceerde voeding zonder al te veel tussenschakels van producent naar consument gaat. Die activiteiten passen bij de Europese Green Deal, die de Europese Unie tegen 2050 klimaatneutraal wil maken. Een van de beleidsplannen daarin heet Van boer tot bord. Met die strategie wil de Europa het klassieke model van de industriële landbouw omvormen tot een gezonder en duurzamer voedselsysteem met minder pesticiden en meststoffen. Die korte keten was er eigenlijk al in de negentiende eeuw, toen het Slachthuis van Anderlecht nog omgeven was door weiden, en het vee van de boeren uit het Pajottenland met de trein werd aangevoerd. Die traditionele activiteit boette geleidelijk aan belang in. In 1934 passeerde nog 14 procent van alle geslachte dieren in de slachthuizen van Anderlecht, nu is dat nog 2 à 3 procent. De varkenslijn is in 2019 stopgezet. "Er is wel nog een runderlijn, waar ook schapen en geiten worden geslacht", zegt Elke Tiebout. "Er worden meer dan 20.000 runderen per jaar geslacht, en vorig jaar ook 25.000 schapen en geiten." Abaco baat de slachtlijn uit. Abattoir zorgt ervoor dat de installaties aan alle regels voldoen. Het aantal slachthuizen (pluimvee niet meegeteld) is de laatste vijf jaar met 12 procent verminderd. In 2020 waren er nog 58 slachthuizen, tegenover 66 in 2015. Dat blijkt uit cijfers van de sectorfederatie Febev. Michael Gore, de voorzitter van Febev, stelt een consolidatie in de sector vast. "Ook de druk op de rentabiliteit van de installaties en de gesteldheid van de infrastructuur speelt hierin mee." Hoewel het aantal slachtlijnen daalt, is dat niet geval voor het totaal aantal geslachte dieren. Vleesgroothandels en slachthuizen staan onder druk om tegen almaar lagere kosten te werken. Het is niet uitgesloten dat ook de runderslachtlijn op een dag sluit en dat van de historische activiteit op de site enkel het versnijden van vlees overblijft. Om de toekomst voor de vleesgrossisten en de bijbehorende werkgelegenheid zo veel mogelijk veilig te stellen, is Abattoir bezig met een nieuw project, Manufakture. "We willen de versnijders verhuizen van de oude snijzalen naar een gebouw achteraan de site. Dat moet een vleescentrum zijn dat ook openstaat voor andere voedingsproductie", zegt Elke Tiebout. Boven op Manufakture komen twee verdiepingen om te parkeren. "Zo kunnen we onze buitenparking afschaffen en komt ruimte vrij voor nieuwe projecten", verklaart Tiebout. Aan de andere kant van de site is al zo'n project bezig. "De belangrijkste toegangspoort voor de markt, aan het metrostation Clemenceau, is nu braakliggend terrein", stelt Elke Tiebout. "Daar willen we Kotmet bouwen, met commerciële ruimte op het gelijkvloers en daarboven appartementen en kamers. Het zou de eerste keer zijn dat er op de site ook ruimte voor wonen komt." Abattoir wil ook het dak van Manufakture gebruiken: "Samen met Pool proberen we de overheden warm te maken voor een publiek zwembad op het dak. De restwarmte van de frigo's in Manufakture kan een deel van het zwembad verwarmen." Brussel is wellicht een van Europa's grootste steden zonder publiek toegankelijk openluchtzwembad. In de zomer zakken duizenden Brusselse jongeren daarom af naar openluchtzwembaden buiten Brussel. Het grootste dak op de site is dat van de overdekte markthal. De imposante hal van gietijzer en staal dateert van het einde van de negentiende eeuw en is een beschermd monument. Voor de renovatie van het dak werkt Abattoir samen met het Brusselse bedrijf Skysun, dat organisaties en particulieren helpt met zonne-energieprojecten, om de koolstofuitstoot te verminderen. "We willen op de markthal zonnepanelen leggen die lijken op de originele zinken dakbedekking. Het wordt het grootste architecturale zonnepanelenpark van Europa. Onze overdekte hal zal er ook veel mooier uitzien." De coronapandemie beknot wel de activiteiten van Abattoir. De weekendmarkt, normaal goed voor 30 procent van de omzet, komt nu amper uit de kosten. Heel wat handelaars op de site hebben het financieel moeilijk. "Tijdens de eerste lockdown lieten we de huur wegvallen voor activiteiten die verplicht gesloten waren, en tijdens de tweede lockdown rekenen we slechts de helft van de huur aan", zegt Elke Tiebout. "We willen zo veel mogelijk mensen aan boord houden. We hebben 2020 voor het eerst in lange tijd met verlies afgesloten. Onze toekomstplannen worden er niet gemakkelijker op." De crisis komt boven op de uitdagingen die er al waren. "Het blijft niet zo'n gemakkelijke buurt. Er zijn problemen die niet opgelost raken. Zo is onze markt een aantrekkingspool voor nevenactiviteiten waar wij niets mee te maken hebben. Er is een illegale markt op een pleintje iets verderop, en illegale sigarettenverkopers vallen onze klanten lastig. Bovendien is het Brussels Gewest met Citydev eigenlijk de belangrijkste verhuurder van bedrijfsruimte geworden. Ze verhuren tegen tarieven die onder de marktprijs liggen. Het is hier niet allemaal rozengeur en maneschijn. Toen de overheid besliste dat we maar vijftig van onze driehonderd kramen mochten plaatsen, was er een soort stakingsactie. De groente- en fruithandelaars zeiden: 'Het is iedereen of niemand.' Begin dan maar te selecteren. De markt sluiten hebben we nooit overwogen. Anders gaat alles naar de supermarkten. We moeten onze activiteit voortzetten en zo veel mogelijk handelaars aan boord houden."