"Het geloof in de Europese tech was lang beperkt tot de Europese techwereld zelf", zegt Tom Wehmeier, partner bij het investeringsfonds Atomico, tijdens de presentatie van het rapport The State of European Tech. Atomico stelt dat rapport traditioneel voor op Slush, het grootste Europese technologie-event in Helsinki. "Om een techecosysteem te bouwen is geloof even belangrijk als kapitaal en talent. Vandaag deelt ook de buitenwereld het geloof in de Europese tech." Dat geloof komt er in de eerste plaats door het mooie rapport dat de Europese techscène kan voorleggen.

De 34,3 miljard dollar die dit jaar in Europese techbedrijven is geïnvesteerd, betekent een stijging van 39 procent tegenover de 24,6 miljard dollar in 2018. 36 procent van die 34,3 miljard kwam van deals van meer dan 100 miljoen dollar. De investeringsrondes in Europa worden dus almaar groter.

Opvallend dit jaar is dat de pensioenfondsen de Europese techwereld hebben ontdekt. "Pensioenfondsen hebben 1 miljard dollar geïnvesteerd. Dat is meer dan drie keer meer dan vorig jaar", zei Tom Wehmeier. Daarnaast springt in het oog dat voor het zesde jaar op rij meer Europese techbedrijven naar de beurs trokken dan Amerikaanse. Dit jaar waren er 33 beursgangen van Europese ondernemingen, tegenover 29 Amerikaanse, al hebben de bedrijven uit de Verenigde Staten wel veel hogere waarderingen. De Europese Unie telt ook meer softwareontwikkelaars dan de Verenigde Staten: 6,1 miljoen tegenover 4,3 miljoen.

Europese Uber

Tijdens een panelgesprek merkte John Collison, de Ierse medeoprichter van het Amerikaanse techbedrijf Stripe, op dat mensen die zich nu nog afvragen waar de grote Europese techbedrijven blijven, de laatste paar jaar hebben zitten slapen. Europa telt sinds dit jaar 99 eenhoorns, of niet-beursgenoteerde techbedrijven die meer dan 1 miljard dollar waard zijn. Meer dan twintig Europese landen tellen nu één eenhoorn. Een eenhoorn geldt als een van indicator dat het techecosysteem in een land volwassen is geworden. Ook België kreeg met Collibra begin dit jaar zijn eerste eenhoorn.

Financiële technologie - fintech - en bedrijfssoftware zijn de sectoren die veruit het meeste kapitaal aantrekken. Eerder deze week maakte het vakblad DataNews bekend dat het Belgische fintechplatform B-Hive wordt stopgezet. Het plan om van België een Europese fintechhub te maken, is mislukt. Dat blijkt ook uit het rapport van Atomico. België staat niet in de top tien van landen die het meeste investeren in fintech. Het wordt voorafgegaan door landen als Denemarken, Italië en Ierland. De toplanden voor fintechinvesteringen zijn het Verenigd Koninkrijk, Duitsland, Zweden, Frankrijk en Zwitserland. In andere domeinen scoort België beter. Bij de investeringen in bedrijfssoftware staat België zevende.

De meeste cijfers tonen dat België een betere Europese middenmoter is, maar niet boven zijn gewicht bokst zoals Zweden, Nederland, Finland of Ierland wel doen. Tijdens 85 financieringsrondes haalden Belgische techbedrijven 494 miljoen dollar op in 2019 (12de in Europa). Dat is beter dan de 289 miljoen euro van 2018. Het aantal softwareontwikkelaars in België is gestegen tot 120.900 (13de in Europa). De top drie van de Belgische techhubs zijn Brussel, Antwerpen en Gent.

Met 185 miljoen euro opgehaald kapitaal - de kapitaalronde van Collibra was goed voor meer dan de helft van dat bedrag - staat Brussel op de 20ste plaats van de Europese hubs volgens geïnvesteerd kapitaal. De top twintig van de Europese steden waar de meeste techbedrijven worden opgestart, haalt Brussel nog niet. De top drie bestaat uit Londen, Parijs, Berlijn, gevolgd door Stockholm, Amsterdam en Barcelona, Dublin en Helsinki. Een opvallende stijger is Milaan op 12.

Na het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en Duitsland is Italië de grootste Europese economie, maar het Italiaanse techecosysteem presteerde niet zoals van een economie van die grootte mag worden verwacht. Italië begint wel zijn achterstand weg te werken.

Geen tijd voor genoegzaamheid

Tom Wehmeier waarschuwt dat de goede punten voor de Europese techsector niet betekenen dat Europese ondernemers, investeerders en beleidsmakers op hun lauweren mogen rusten. "Het is nu niet de tijd voor genoegzaamheid", zegt Tom Wehmeier, partner bij Atomico. "We mogen ons niet fixeren op de Verenigde Staten of China, we moeten onze eigen koers uitzetten. Ik zie drie domeinen waarop we ons kunnen onderscheiden."

Het eerste domein zijn de nationale, maar vooral de Europese beleidsmakers. Nu er een nieuwe Europese Commissie aantreedt, is er een kans om de prioriteiten juist te krijgen. "Wie het beleid bepaalt in Europa, is meer bezig met de belasting van de Amerikaanse techgiganten dan met de Europese techbedrijven zelf", zegt Wehmeier. Hij verwijst onder meer naar de Europese regels waarmee techbedrijven hun werknemers makkelijk aandelenopties kunnen geven. De Europese regelgeving loopt ver achter op de Amerikaanse, wat Europese ondernemers een competitief nadeel oplevert, omdat ze een troef minder hebben om goede werknemers aan te trekken. Volgens Wehmeier kunnen beleidsmakers heel wat wettelijke hindernissen uit de weg ruimen en Europese bedrijven zo sneller laten groeien.

Behalve voor een betere regelgeving pleit Wehmeier voor meer diversiteit en inclusie. Op dat gebied is er geen enkele vooruitgang in vergelijking met vorig jaar. Slechts 8 procent van het geïnvesteerde kapitaal in Europa ging naar oprichtersteams met enkel vrouwen of naar gemengde teams. "We realiseren ons potentieel niet als we het talent niet volledig benutten", zei Wehmeier tijdens zijn presentatie.

Het derde domein waar Europa het verschil kan maken, is de nieuwe generatie techstart-ups die een maatschappelijk probleem mee willen oplossen. Europa is wereldwijd bijvoorbeeld een voortrekker in klimaat en privacy. Het zou dus logisch zijn dat Europese techbedrijven in die sectoren het voortouw nemen, is de redenering.