De Europese richtlijn van 8 november 2011 kwam er in de nasleep van de crisis in Griekenland, waar heel wat rekeningen foutief bleken. Daarom eist Europa dat alle subsectoren van de overheid een betrouwbare boekhouding opzetten, met een interne controle en een onafhankelijke audit. Die laatste moet uitgevoerd worden door een openbare instelling, zoals het Rekenhof, of door particuliere auditorganen, zoals de bedrijfsrevisoren. "De opdracht is enorm", zegt IBR-voorzitter Michel De Wolf, "en het is tijd om te handelen." Indien België er niet in slaagt om tegen 31 december de door Europa gevraagde boekhoudingen voor te leggen, riskeert ons land volgens het IBR door de ratingbureaus afgestraft te worden. "Een probleem dat zich lokaal stelt, dreigt dan grote gevolgen te hebben voor het federale niveau", klinkt het. Volgens het IBR is een revisie nodig van een tweeduizendtal lokale entiteiten, goed voor een kostenplaatje van 40 à 50 miljoen euro. "Een verwaarloosbaar bedrag in vergelijking met wat een verlies aan geloofwaardigheid door de ratingbureaus zal kosten", luidt het. (KAV)

De Europese richtlijn van 8 november 2011 kwam er in de nasleep van de crisis in Griekenland, waar heel wat rekeningen foutief bleken. Daarom eist Europa dat alle subsectoren van de overheid een betrouwbare boekhouding opzetten, met een interne controle en een onafhankelijke audit. Die laatste moet uitgevoerd worden door een openbare instelling, zoals het Rekenhof, of door particuliere auditorganen, zoals de bedrijfsrevisoren. "De opdracht is enorm", zegt IBR-voorzitter Michel De Wolf, "en het is tijd om te handelen." Indien België er niet in slaagt om tegen 31 december de door Europa gevraagde boekhoudingen voor te leggen, riskeert ons land volgens het IBR door de ratingbureaus afgestraft te worden. "Een probleem dat zich lokaal stelt, dreigt dan grote gevolgen te hebben voor het federale niveau", klinkt het. Volgens het IBR is een revisie nodig van een tweeduizendtal lokale entiteiten, goed voor een kostenplaatje van 40 à 50 miljoen euro. "Een verwaarloosbaar bedrag in vergelijking met wat een verlies aan geloofwaardigheid door de ratingbureaus zal kosten", luidt het. (KAV)