Kathelijne Verboomen, directeur van het kenniscentrum van Acerta, zegt te vrezen dat zo'n ad-hocaanpak van bedrijven 'vooral betekent: brandjes blussen'. 'Tijdelijke interventies ervaren werknemers niet als een welzijnsbeleid. Terwijl het - ook op vlak van welzijn - beter is om te voorkomen dan te genezen. Een preventief welzijnsplan is bovendien goedkoper, zowel voor grote als kleine ondernemingen. Dat het nog onvoldoende gebeurt, is omdat bedrijven nog niet genoeg bekend zijn met dergelijke welzijnsplannen. We hadden verwacht dat de coronacrisis hier een turbo onder zou zetten, maar dat blijkt voorlopig nog niet het geval.'

De coronacrisis heeft bedrijfsleiders het afgelopen jaar wel meer doen beseffen dat zowel fysieke als mentale gezondheid belangrijk is, zo blijkt. In de bevraging erkent 96 procent van de werkgevers nu het belang ervan. Het aandeel dat zegt welzijn 'heel belangrijk' te vinden is de laatste twee jaar verdubbeld, van 32 procent naar 67 procent.

Van de werkgevers die acties nemen ter bevordering van het welzijn van medewerkers, meet slechts een op de vijf de impact van die acties. Nochtans begint en eindigt het traject van een goed, preventief welzijnsbeleid met 'meten is weten', zegt Elke Van Hoof, professor gezondheids- en medische psychologie aan de Vrije Universiteit Brussel. 'Meten start bij het ontginnen van bestaande data, aangevuld met een anonieme bevraging, liefst verder aangevuld met een persoonlijk gesprek tussen werknemer en leidinggevende. Daarmee kan je dan aan de slag. (...) Een preventief welzijnsplan maakt elke inspanning zoveel effectiever en efficiënter: het zorgt ervoor dat de juiste actie bij de juiste persoon op het juiste moment terechtkomt.'

Tot slot blijkt ook de Vlaamse werkbaarheidscheque, een subsidiemechanisme om het gezondheidsbeleid van bedrijven te laten analyseren, onderbenut.

Kathelijne Verboomen, directeur van het kenniscentrum van Acerta, zegt te vrezen dat zo'n ad-hocaanpak van bedrijven 'vooral betekent: brandjes blussen'. 'Tijdelijke interventies ervaren werknemers niet als een welzijnsbeleid. Terwijl het - ook op vlak van welzijn - beter is om te voorkomen dan te genezen. Een preventief welzijnsplan is bovendien goedkoper, zowel voor grote als kleine ondernemingen. Dat het nog onvoldoende gebeurt, is omdat bedrijven nog niet genoeg bekend zijn met dergelijke welzijnsplannen. We hadden verwacht dat de coronacrisis hier een turbo onder zou zetten, maar dat blijkt voorlopig nog niet het geval.' De coronacrisis heeft bedrijfsleiders het afgelopen jaar wel meer doen beseffen dat zowel fysieke als mentale gezondheid belangrijk is, zo blijkt. In de bevraging erkent 96 procent van de werkgevers nu het belang ervan. Het aandeel dat zegt welzijn 'heel belangrijk' te vinden is de laatste twee jaar verdubbeld, van 32 procent naar 67 procent. Van de werkgevers die acties nemen ter bevordering van het welzijn van medewerkers, meet slechts een op de vijf de impact van die acties. Nochtans begint en eindigt het traject van een goed, preventief welzijnsbeleid met 'meten is weten', zegt Elke Van Hoof, professor gezondheids- en medische psychologie aan de Vrije Universiteit Brussel. 'Meten start bij het ontginnen van bestaande data, aangevuld met een anonieme bevraging, liefst verder aangevuld met een persoonlijk gesprek tussen werknemer en leidinggevende. Daarmee kan je dan aan de slag. (...) Een preventief welzijnsplan maakt elke inspanning zoveel effectiever en efficiënter: het zorgt ervoor dat de juiste actie bij de juiste persoon op het juiste moment terechtkomt.' Tot slot blijkt ook de Vlaamse werkbaarheidscheque, een subsidiemechanisme om het gezondheidsbeleid van bedrijven te laten analyseren, onderbenut.