ACV Voeding en Diensten heeft vandaag een hoorzitting afgedwongen in de commissie Welzijn van het Vlaams Parlement. Aan de basis ervan ligt een vraag van de vakbond om enkel gespecialiseerde schoonmaakdiensten van de aanvullende thuiszorg te laten instaan voor het schoonmaken van het huis van zieken en zorgbehoevende bejaarden.

Nu doen veel ouderen een beroep op commerciële huishoudhulp door privé-dienstenchequebedrijven. Maar volgens de christelijke vakbond moeten de werknemers van de dienstenchequebedrijven bij die ouderen almaar meer zorgtaken op zich nemen. En dat kan niet de bedoeling zijn. Die taken moeten worden uitgeoefend door gespecialiseerde diensten, oordeelt het ACV. Vandaar dat het ACV ervoor pleit privébedrijven uit te sluiten van huishoudhulp bij hulpbehoevende ouderen.

"Het ACV volgt een geheime agenda: de privésector wegduwen uit de lucratieve dienstenchequebranche"

Federgon, de sectorfederatie van de dienstenchequebedrijven, laat weten niet te begrijpen wat hier het probleem is. De regelgeving is duidelijk, zegt Federgon. Ze stelt expliciet dat dienstenchequebedrijven geen zorgtaken mogen uitvoeren. Huishoudhulp via dienstencheques en zorg zijn dus twee verschillende soorten dienstverlening. Federgon zegt geen enkele indicatie te hebben dat daar soms problemen rijzen.

Eigenlijk gaat het debat over meer dan de poetshulp aan zorgbehoevende ouderen. Het ACV- en de zuilorganisaties in het algemeen - zien de commerciële dienstenchequebedrijven als indringers in een sector die volgens hen enkel de non-profit toebehoort. Met de regelmaat van een klok halen de zuilorganisaties (christelijk, socialistisch en liberaal) uit naar de aanwezigheid van privébedrijven (onder andere de meeste uitzendbedrijven) in de dienstenchequesector.

Ze worden daarin gesteund door gekleurde analyses van het Hoger Instituut voor de Arbeid (HIVA) uit Leuven, een aan het ACV gelieerde onderzoeksinstelling. Jozef Pacolet, hoofd van de Onderzoeksgroep Verzorgingsstaat en Wonen aan de KU Leuven en auteur van studies over de dienstenchequesector, heeft de branche de oorlog verklaard. De argumenten die hij aanhaalt tegen het dienstenchequesysteem zijn soms te gek om los te lopen. Zo ziet hij in het stelsel, dat vaak gebruikt wordt door tweeverdieners, een 21ste-eeuwse vorm van Upstairs Downstairs.

Dat de non-profit de commerciële bedrijven uit de dienstenchequesector wil duwen, heeft natuurlijk ook een financiële reden. De branche is een van de meest succesvolle vormen van gesubsidieerde jobcreatie. Het gaat om 122.700 werknemers en een bruto-overheidsbudget van 1,9 miljard euro.

Na aftrek van de directe terugverdieneffecten - verminderde werkloosheidsuitkeringen, meerontvangsten uit sociale bijdragen, hogere bedrijfsvoorheffing - en de indirecte terugverdieneffecten - het wegvallen van de werkloosheidsuitkeringen en meerontvangsten uit de sociale bijdragen van het omkaderingspersoneel, stijging van de vennootschapsbelasting - zouden de kosten van het stelsel met ongeveer 44 procent verlaagd zijn, om uit te komen op ongeveer 1 miljard euro. Dat bedrag willen de zuilorganisaties graag voor zich alleen.