Om echt te weten hoe de Belgische overheidsfinanciën ervoor staan, blijft het wachten op de cijfers van het monitoringcomité voor de begroting, die volgende week worden bekendgemaakt. Maar nieuwe cijfers van het Planbureau zijn een reden tot ongerustheid. Het Belgische begrotingstekort zou dit jaar 2,9 procent van het bruto binnenlands product (bbp) bedragen, en geen 2,5 procent, zoals de regering-Michel vooropstelt. Daarmee komt de Belgische begroting zeer dicht bij de gevaarlijke 3 procentnorm van Europa.
...

Om echt te weten hoe de Belgische overheidsfinanciën ervoor staan, blijft het wachten op de cijfers van het monitoringcomité voor de begroting, die volgende week worden bekendgemaakt. Maar nieuwe cijfers van het Planbureau zijn een reden tot ongerustheid. Het Belgische begrotingstekort zou dit jaar 2,9 procent van het bruto binnenlands product (bbp) bedragen, en geen 2,5 procent, zoals de regering-Michel vooropstelt. Daarmee komt de Belgische begroting zeer dicht bij de gevaarlijke 3 procentnorm van Europa. In de cijfers zijn een aantal maatregelen van de taxhsift, zoals de hogere btw op elektriciteit, niet opgenomen. Maar zelfs als daar rekening mee wordt gehouden, heeft de regering op lange termijn een probleem. Tegenover de lastenverlagingen en de koopkrachtmaatregelen die de taxshift tegen 2020 vooropstelt - goed voor 1,7 miljard euro - staan te weinig nieuwe inkomsten, schrijft Het Laatste Nieuws vandaag. Want hoe die 1,7 miljard zullen worden gefinancierd, is onduidelijk. De regering-Michel heeft voor de volgende regering nog maar voor 538 miljoen euro aan nieuwe inkomsten gepland. Volgens het kabinet-Financiën kloppen de cijfers van het Laatste Nieuws niet.Natuurlijk zijn die cijfers maar een momentopname. De federale regering heeft nog verschillende jaren de tijd om de overheidsfinanciën gezond te maken. Maar om tegen 2018 op zijn minst een structureel begrotingsevenwicht te kunnen voorleggen, is er nog heel wat werk aan de winkel.De regering-Michel benadrukt dat ze al heel wat werk heeft geleverd: ze heeft de groeinorm in de gezondheidszorg verlaagd van 3 naar 1,5 procent, en ze heeft bespaard in de werkloosheid door de inschakelingsuitkeringen en het brugpensioen verder af te bouwen. Ook het vervroegd pensioen en de ambtenarenpensioenen worden aangepakt, en er wordt bezuinigd bij de federale overheid. Maar dat is duidelijk niet genoeg. Om tegen 2018 een begroting in evenwicht te kunnen voorleggen, moet de regering 4 tot 6 miljard euro structureel saneren. Dat kan enkel door de overheidsuitgaven nog meer terug te dringen. Met een belastingdruk van bijna 45 procent van het bbp zit België al aan de limiet. Als de oplopende vergrijzingskosten door nieuwe belastingen moeten worden gefinancierd, dreigt de belastingdruk te stijgen tot een onhoudbare 53 procent van het bbp.Er is nog zeker marge om de overheidsuitgaven verder te verlagen. De primaire overheidsuitgaven - dat zijn de uitgaven zonder rentelasten - zullen aan het einde van de legislatuur nog altijd 50 procent van het bbp bedragen. Een verlaging naar 43 procent, zoals in 2000, is op korte termijn wellicht weinig realistisch, net door de oplopende vergrijzingskosten. Maar de primaire overheidsuitgaven doen afklokken op 45 procent van het bbp moet wel lukken. Dat kan door verder te besparen in de gezondheidszorg en in de stelsels van vervroegde uitkering, zoals het brugpensioen en het tijdskrediet. Ook al voorspelde het Planbureau dit voorjaar dat de uitgaven voor werkloosheid en de werkloosheid met bedrijfstoeslag (het vroegere brugpensioen) de komende jaren sterk zullen dalen: van 2,3 procent van het bbp in 2014 naar 1,6 procent in 2020. Maar dat is niet voldoende om de uitgavengroei voor de pensioenen en de gezondheidszorg volledig te compenseren. Ondanks de hervormingen ziet het Planbureau de socialeuitgaven sterker stijgen dan de economische groei. Om die trend te counteren zal er dus nog jaren extra moeten worden bespaard op de overheidsuitgaven.