13/09/12 om 12:15 - Bijgewerkt om 12:15

Zonder economische groei lukt het niet

Of het nu om de eurocrisis gaat, of om de sanering van de publieke financiën, of om de verhoging van de tewerkstellingsgraad, of om de opvang van de vergrijzingsschok, steeds meer verbinden analisten en beleidsmensen de oplossing voor die nijpende maatschappelijke problemen aan de noodzaak van meer economische groei.

Groei, zo heet het, is niet voldoende maar wel noodzakelijk. Studie na studie blijkt dat een structurele verhoging van onze economische groei van gemiddeld 1,5 procent per jaar naar pakweg 2,5 procent méér dan een slok op de borrel zou schelen in de bestrijding van een aantal kwalen die onze samenleving vandaag pijn doen.

Het is dan ook belangrijk om goed te begrijpen wat economische groei precies inhoudt. Een economie kan groeien op basis van twee aandrijvers: enerzijds door de toename van de productiviteit, anderzijds door de aangroei van het aantal mensen dat opgenomen is in het economische productieproces.

De toename van de productiviteit hangt samen met de graad van investeringen, innovatie en technologische vernieuwing. De privateondernemingseconomie is de voorbije 250 jaar bijna onafgebroken een onuitputbare bron van innovatie en vernieuwing geweest. Er is geen enkele reden om te vrezen dat die dynamiek zou stilvallen. Wil de overheid de economische groei stimuleren, dan moet ze voor een deugdelijk flankerend beleid zorgen. Verstandige infrastructuurinvesteringen, rechtszekerheid, doordachte en efficiënte reglementering, oog voor de internationale concurrentiepositie van de ondernemingen en een oordeelkundige fiscaliteit. Het zijn de vijf essentiële bouwstenen van een beleid dat de economische groei ondersteunt.

De Belgische en Vlaamse regering belijden steeds weer het geloof in dit soort van beleid. Helaas blijft het, zeker in het geval van de federale regering, veel te veel bij woorden. Meer zelfs, de regering-Di Rupo bewandelt al te vaak paden die de economische groei allesbehalve aanwakkeren. Denken we maar aan de voortdurende belastingverhogingen, het gratuite omspringen met de rechtszekerheid, de terughoudendheid om de terugval van de concurrentiepositie te counteren, en de veronachtzaming van infrastructurele behoeften. Te veel laat deze regering blijken dat ze niet echt gelooft in de heilzame effecten van de privateondernemingseconomie.

De tweede grote aandrijver van de economische groeimachine is de mate waarin het beschikbare arbeidspotentieel in de productie wordt opgenomen. De Belgische tewerkstellingsgraad - het deel van de actieve bevolking dat werkt - is nog altijd goed voor een plaatsje achter in het Europese peloton. Liberalisering en activering van de arbeidsmarkt dringen zich op. Het vaak verguisde Duitse voorbeeld kan inspirerend werken. Het komt er vooral op aan deelname aan het arbeidsproces voor iedereen attractiever te maken. Het gaat er niet om werklozen hun vergoeding af te pakken of in de armoede te storten, het gaat er wel om werkenden een groter stuk van hun bruto-loon te laten houden, zeker onderaan op de loonladder. Iedereen vaart er wel bij als de prikkel om te werken financieel aangescherpt wordt.

Door de vergrijzing doemt almaar nadrukkelijker een tekort aan arbeidskrachten op. Immigratie kan soelaas bieden, maar dan moeten we die wel anders aanpakken dan we tot op heden hebben gedaan. Een selectieve toegang tot ons land mag niet langer een vies woord zijn. Onze eigen maatschappelijke behoeften mogen niet langer taboe zijn bij de uitstippeling van wat wel en niet kan in de immigratie.

Het migratie- en het arbeidsmarktbeleid zijn ook met elkaar verbonden. Uit diverse internationale onderzoeken komt overduidelijk naar voren dat verhoogde immigratie de economische groei ten goede komt, op voorwaarde dat de arbeidsmarkt in het ontvangende land voldoende flexibel en vrij is. Is dat niet het geval, dan vreet een verhoogde immigratie op diverse manieren aan het economische groeipotentieel. Al te vaak mondt de combinatie van verhoogde immigratie en starre arbeidsmarkten zelfs uit in maatschappelijk bijzonder onplezierige fenomenen als verhoogde intolerantie en zelfs openlijk racisme.

Onze partners