Jozef Vangelder
Jozef Vangelder
Redacteur bij Trends
Opinie

16/05/13 om 11:05 - Bijgewerkt om 11:05

WTO, vergane glorie

De Wereldhandelsorganisatie maakt al lang het verschil niet meer. De aanstelling van een Braziliaans diplomaat als nieuwe directeur zal daar weinig aan veranderen. De vrijmaking van de wereldhandel krijgt pas een comeback als de grote jongens dat willen.

De Wereldhandelsorganisatie maakt al lang het verschil niet meer. De aanstelling van een Braziliaans diplomaat als nieuwe directeur zal daar weinig aan veranderen. De vrijmaking van de wereldhandel krijgt pas een comeback als de grote jongens dat willen.

Er zijn betere tijden geweest om baas te worden van de Wereldhandelsorganisatie (WTO), de supranationale instelling die ijvert voor een vrije wereldhandel. Geen enkele van de grootmachten had bezwaren tegen de 55-jarige Braziliaanse diplomaat Roberto Azevêdo, laat staan dat er iemand wakker lag van zijn aanstelling. Het gebruikelijke getouwtrek om topjobs bij internationale instellingen -- denk maar aan het Internationaal Monetair Fonds -- bleef achterwege. Het illustreert de bijrol waarin de WTO verzeild is geraakt.

De goede ouwe tijd van globale handelsakkoorden ligt al bijna twintig jaar achter ons. De laatste was de Uruguayronde, die werd afgerond in 1994. Sindsdien lukt het de WTO niet meer. De Doha-ronde, opgestart in 2001, verzonk zeven jaar later in een poel van onoverbrugbare geschillen. Sindsdien houdt de WTO het bij haar job als scheidsrechter bij handelsconflicten. Het is een ironisch lot voor een instelling die handelsconflicten moest vermijden.

De omstandigheden zitten de WTO en haar nieuwe directeur tegen. Economisch nationalisme en handelsoorlogen voeren de boventoon. China subsidieert zijn noodlijdende zonnepanelenproducenten, zodat zij onder de prijs kunnen verkopen op de westerse markten, wat Europese en Amerikaanse tegenmaatregelen uitlokt.

Het is 'eigen industrie eerst'. Daarin past ook de expansieve geldpolitiek in vele landen. Door de geldkraan voluit open te draaien verzwakt Japan doelbewust zijn munt, waarmee het land zijn export aanvuurt.

Als ieder wil groeien ten koste van de ander, groeit niemand. Vrijhandel brengt groei voor iedereen, maar het toenemende protectionisme spant de kar voor het paard. De wereldhandel groeide vorig jaar trager dan de wereldeconomie.

Aan Azevêdo om het paard opnieuw te laten trekken. Kansloos is hij niet. Als Braziliaans ambassadeur bij de WTO kent hij het wereldje van de handelsdiplomatie en weet hij waar de knelpunten liggen. De vraag is of de hoofdrolspelers zin hebben in globale handelsgesprekken. Sinds het stilvallen van de Doharonde hebben zij zich toegelegd op bilaterale en regionale handelsakkoorden.

Zulke onderonsjes hebben hun voordelen. De EU en VS kunnen rustig en zonder bemoeienis werken aan hun Trans-Atlantisch Handels- en Investeringspartnerschap. Als twee dergelijke zwaargewichten de regels bepalen, zullen de andere 157 WTO-leden weinig anders kunnen dan de voldongen feiten aanvaarden.

In die omstandigheden zal Azevêdo op de WTO-ministerconferentie van december de comateuze Doha-ronde geen nieuw leven kunnen inblazen. Wellicht is het beter de ambities terug te schroeven, en te werken aan stroomlijning van douaneprocedures en bescheiden, maar zinvolle taken.

De hoofdrol zal de WTO pas pelen als de grootmachten daar klaar voor zijn. Tot dan zal Azevêdo weinig omhanden hebben. Zijn voorganger, Pascal Lamy, heeft zijn laatste jaren bij de WTO gevuld met bevlogen toespraken. Als het ideaal van vrijhandel onbereikbaar lijkt, kunnen mooie woorden de illusie misschien in leven houden.

Onze partners