Wereldbevolking van 7 miljard geen reden tot paniek

30/12/10 om 14:45 - Bijgewerkt om 14:45

Bron: Trends

De wereldbevolking loopt bij de jaarwisseling van 2011 naar 2012 op tot 7 miljard. Maar dat is geen reden tot paniek.

Wereldbevolking van 7 miljard geen reden tot paniek

© belga

Op 12 oktober 2011 wordt Adnan Nevic twaalf. Adnan werd in Sarajevo geboren op 12 oktober 1999 om middernacht en hij werd door de Verenigde Naties uitgekozen als symbool voor de zes miljardste levende persoon.

Bij de jaarovergang 2011-2012 wordt een nieuwe Adnan gekozen. Dan wordt de zeven miljardste levende persoon geboren, verscheidene organisaties maken uiteenlopende prognoses over wanneer dat precies gebeurt en de schattingen lopen uiteen van midden 2011 tot midden 2012. Ondertussen neemt de malthusiaanse paniek ongetwijfeld toe. De angst dat de wereld overbevolkt raakt, wordt zowel gevoed door de aanhoudende toename van het aantal mensen als door de bezorgdheid over de klimaatverandering. Volgens het WWF heeft de wereld over twintig jaar een extra planeet nodig als hij in hetzelfde tempo de natuurlijke rijkdommen blijft opslokken.

De malthusianisten zien in de nieuwe cijfers het doorslaggevende bewijs dat hun vrees gegrond is. De bevolking lijkt nog altijd even snel en zelfs sneller toe te nemen. Het duurde slecht een dozijn jaren voor het wereldtotaal opklom van 6 naar 7 miljard, net zoveel als nodig was om te stijgen van 5 naar 6 miljard. Dat was toen de kortste tijdspanne ooit om de wereldbevolking met een miljard te doen aangroeien. Maar de waarheid is dat de onderliggende bevolkingsgroeivoet vertraagt.

Overladen planeet?
De menselijke bevolking had zowat 250.000 jaar nodig om het eerste miljard te bereiken, in 1800. Er ging dan een eeuw voorbij voor het tweede miljard gehaald werd in 1927. Het volgende miljard volgde na slechts 33 jaar, tussen 1927-60, en het miljard daarna na amper veertien jaar. De volgende twee stappen, naar 5 en 6 miljard, namen dertien en twaalf jaar in beslag.

Maar het tijdperk van het steeds kortere tijdsverloop is voorbij, ook al neemt de bevolking in absolute cijfers nog altijd toe. Om te begrijpen hoe dat mogelijk is, mag je niet uit het oog verliezen dat momentum een belangrijke plaats inneemt in de demografie. Grotere families in een eerdere generatie wil zeggen dat er in de huidige meer moeders zijn en dus meer kinderen, ook al zijn de gezinnen nu kleiner en is de onderliggende aanzet tot groei afgenomen. Het duurt nog een verdere generatie voor het effect van kleinere gezinnen - en van een lagere vruchtbaarheid - zichtbaar wordt.

De algemene vruchtbaarheidsgraad is al geruime tijd aan het dalen. Tussen 1965-'70 en 2005-'10 is hij bijna gehalveerd van 4,8 naar 2,6. In sommige landen gebeurde dat in een adembenemend tempo. In Iran is de vruchtbaarheid teruggevallen van zeven in 1984 op minder dan twee in 2006 en in Bangladesh van zes op drie in de periode 1980-2000.

Ergens in de komende paar jaar bereikt de wereld een andere mijlpaal. De helft van het mensdom woont dan in landen en gebieden waar de vruchtbaarheidsgraad hoogstens 2,1 bedraagt en dat is de ratio waarbij een land over net genoeg kinderen beschikt om de bevolking stabiel te houden. Uiteindelijk leidt dat ertoe dat de bevolkingsgroei vertraagt en stabiliseert.

Dat op zich neemt de malthusiaanse bezorgdheid over de druk van de bevolking op de natuurlijke rijkdommen van de wereld niet weg. Het schept wel de nodige tijd om een aantal oplossingen - milieutaksen, efficiënter gebruik van water, een nieuwe 'groene revolutie' - in gang te zetten.

De toename van 6 naar 7 miljard is de laatste die in zo'n korte tijdspanne plaatsvindt. Het volgende miljard duurt dertien tot veertien jaar en het miljard daarna, dat de bevolking opvoert tot 9 miljard, vergt 20 tot 25 jaar. Tegen die tijd, we spreken dan van omstreeks 2050, blijft de wereldbevolking voor het eerst in eeuwen ongeveer stabiel. Tegen dan zal Adnan Nevic 50 jaar zijn en zullen zijn kleinkinderen geboren worden in een drukkere, maar demografisch gezien stabielere wereld.

John Parker, correspondent globalisering van The Economist

Onze partners