Alain Mouton
Alain Mouton
Redacteur bij Trends
Opinie

27/01/14 om 09:44 - Bijgewerkt om 09:44

Weg met de vlaktaks van 50 procent

Belangrijker dan het debat over de 700 euro belastingverlaging die CD&V wil toekennen is de onhoudbaar sterke progressiviteit van het Belgische belastingstelsel: in de inkomstenbelasting bestaat er de facto al zo goed als een vlaktaks van 50 procent.

Weg met de vlaktaks van 50 procent

Voor iedereen 700 euro netto meer inkomen. Dat zou het resultaat zijn van een belastingverlaging die de christendemocraten willen invoeren. Dat moet gebeuren door de belastingvrije som - het eerste stuk van ons inkomen waarop we geen belastingen hoeven te betalen - op te trekken van 7070 naar 9800 euro per persoon, het niveau van een leefloon voor alleenstaanden. Kostprijs: 3,1 miljard euro.

Vlaams minister-president Kris Peeters (CD&V), die het idee lanceerde, kreeg meteen de wind van voren. Volgens de N-VA zou zijn maatregel vooral de hoogste inkomens ten goede komen. En Open Vld'er Dirk Van Mechelen stelde terecht niet te begrijpen waarom Peeters in 2009 een belastingverlaging als de jobkorting afschafte en nu pleit voor een hoger belastingvoordeel.

Maar eigenlijk mag het verhogen van de belastingvrije som niet het belangrijkste discussiepunt zijn van een hervorming van de inkomstenbelasting. Het grote gebrek van het Belgische stelsel is de te sterke progressiviteit (zie grafiek hierboven: Marginale belastingvoet volgens inkomen). In België zit je met een jaarlijks belastbaar inkomen van 12.000 euro al in de marginale aanslagvoet van 40 procent. In Nederland word je pas op je inkomen boven 32.000 euro tegen 40 procent belast en in Duitsland is dat pas bij 50.000 euro.

Bovendien bereik je in België met ongeveer 37.000 euro bruto per jaar (dat is iets meer dan het mediaaninkomen) al het marginale tarief van 50 procent. Wat dus wil zeggen dat de helft van de inkomens zich in de hoogste belastingschaal bevindt. Daarmee heeft België de facto een vlaktaks van 50 procent. In vergelijking met de buurlanden is België daarmee een unicum. Zeker in Duitsland verloopt de progressiviteit veel gelijkmatiger.

Uiteraard is het wel zo dat België tal van fiscale aftrekken kent. Maar dat ondergraaft het principe niet dat men zeer snel tegen een zeer hoog tarief wordt belast. Het zou de taak van de volgende regering moeten zijn om de stijgende curve van marginale belastingvoeten volgens inkomen af te vlakken. De 'vlaktaks' van 50 procent moet op de schop.

Zo'n grote fiscale hervorming kan trouwens pas worden doorgevoerd met het akkoord van de Franstalige partijen. De door CD&V hard verdedigde staatshervorming verhoogt wel de fiscale autonomie van de deelstaten. Voor de bestaande bevoegdheden wordt de federale dotatie omgezet in een regionale personenbelasting, onder de vorm van opcentiemen op de federale personenbelasting. Maar de bewegingsruimte blijft beperkt.

Vlaanderen kan ervoor kiezen met één tarief de belastingen voor iedereen te verminderen. Of het kan het verschil tussen werken en niet werken groter maken door enkel de laagste lonen minder opcentiemen te laten betalen. Maar aan de progressiviteit mag amper geraakt worden en de belastbare basis vastleggen, blijft een federaal privilege.

Onze partners