Frederic Eelbode
Frederic Eelbode
eindredacteur Trends
Opinie

10/01/14 om 11:17 - Bijgewerkt om 11:17

Vlaanderen als voorbeeld voor Frankrijk

La Grande Guerre, tiens, dat is honderd jaar geleden. De Franse herdenking van 14-18 gebeurt op het amateuristische af, zeker in vergelijking met de Westhoek. Ruim tien jaar hard werken levert er dit jaar een half miljoen oorlogstoeristen op. Daar kan Frankrijk alleen van dromen.

Geld verdienen met de herinnering aan een vreselijke oorlog die miljoenen mensen het leven kostte. Dat lijkt op het eerste gezicht onkies. Dat hebben ze ook in de Westhoek begrepen. De voorbije vijftien jaar waren er talloze initiatieven om het oorlogstoerisme te stroomlijnen en naar een hoger niveau te tillen. Met succes.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog liep het westfront van de IJzer, langs de Somme en de Marne over Verdun tot de Vogezen. Het Belgische stukje front is peanuts in vergelijking met de honderden kilometers in Frankrijk. Toch biedt de Westhoek een waaier aan hoogstaande bezienswaardigheden en de overnachtingscapaciteit is groot. Westtoer, het autonome toeristische bedrijf van de provincie West-Vlaanderen, verwacht dit jaar een half miljoen oorlogstoeristen. Daar wringt het al. Grote groepen Britten zijn minstens even geïnteresseerd in de slagvelden van de Somme als in die van de IJzer, maar daar zijn niet voldoende bedden.

Bovendien zijn talloze officiële Franse musea en monumenten in renovatie. In Flanders Fields in Ieper werd in 2012 grondig gerenoveerd tot een museum met Europese allure. Daarnaast zijn er ettelijke tientallen initiatieven die onder de koepel van 100 jaar Groote Oorlog vallen. In het gecentraliseerde Frankrijk wachten de lokale en departementale diensten ongeduldig op initiatieven uit Parijs. De herdenking is vooral een zaak van enthousiaste vrijwilligers met lovenswaardige initiatieven, maar van een niveau dat de bric-à-brac vaak nauwelijks overstijgt.

Aanmodderen in de marge, zo kan je de situatie aan het Franse front het beste omschrijven. En dat geldt niet alleen voor het oorlogstoerisme. Frankrijk is een prachtig land met een adembenemende natuur en verbluffende culturele parels. Maar stilstaan, is achteruitgaan. De toeristen blijven niet komen naar een morsige infrastructuur tegen te hoge prijzen en een vaak ondermaatse service -- bestel maar eens een koffietje in Parijs of een glas wijn aan de Côte d'Azur.

Frankrijk is een oude dame. Geen kwieke bejaarde, maar een seniel en vaak arrogant kreng. Niet alleen in de toeristische sector houdt het land vast aan de succesrecepten uit het verleden. Groeicijfers voor de eurozone die vorige week bekend raakten, lieten zelfs optimistische geluiden horen over Spanje en Italië. Alleen in Frankrijk zet de terugval door. De Franse industriële productie neemt onafgebroken af, de werkloosheid stijgt.

Het gebeurt veel te zelden, maar af en toe mogen we ook eens onbescheiden trots zijn. De Vlaamse aanpak van 100 jaar Groote Oorlog verdient een pluim. Een jarenlange focus werpt zijn vruchten af in een economisch achtergestelde regio. De minstens even achtergestelde departementen in Noord-Frankrijk kunnen er een voorbeeld aan nemen.

Onze partners