Roeland Byl
Opinie

10/02/12 om 17:33 - Bijgewerkt om 17:33

Verplicht goedkopere geneesmiddelen

Apothekers zijn vanaf nu verplicht het goedkoopste antibioticum af te leveren, ook al had de arts een ander merk voorgeschreven. Al is de maatregel niet de beste remedie, het is hoog tijd om de dure Belgische geneesmiddelenmarkt meer marktwerking op te leggen.

Besparen in de ziekteverzekering verhit altijd de gemoederen. Voor één keer zijn dokters en geneesmiddelenproducenten - ook de makers van generische geneesmiddelen - verenigd in hun protest. De boosdoener is het verplichte voorschrift op stofnaam voor antibiotica, maagzuurremmers en middelen tegen schimmelinfecties. Vanaf deze zomer zou de overheid in die klasse van geneesmiddelen elke maand opnieuw bepalen welk geneesmiddel het goedkoopste is. Dokters moeten in die categorie dan voorschrijven op de wetenschappelijke stofnaam, apothekers zijn vervolgens verplicht het middel af te leveren dat die maand het goedkoopst is.

Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid Laurette Onkelinx (PS) kondigde de maatregel af ondanks afspraken die artsen en ziekenfondsen in het overlegorgaan Medicomut met het Riziv hadden gemaakt om het verbruikte volume van antibiotica en maagzuurremmers te verlagen. Via kleinere verpakkingen wilden de leden van het overlegorgaan het verbruik en de maatschappelijke kostprijs terugdringen. "Ons plan haalde de doelstelling van 22 miljoen euro besparingen", zei een woedende Marc Moens, voorzitter van het artsensyndicaat BVAS, op de radio.

Niemand heeft een goed woord over voor de maatregel van Onkelinx. Een puur ideologische beslissing, vinden de tegenstanders. Nochtans staat dit besluit, dat overigens ook de goedkeuring van het parlement kreeg, niet alleen. Enkele weken geleden wilde minister van Economie en Consumentenzaken Johan Vande Lanotte (sp.a) de makers van patentgeneesmiddelen al opleggen na prijsvergelijking met buurlanden hun prijzen te verlagen.

De geneesmiddelenproducenten wezen toen met de vinger naar de producenten van generische geneesmiddelen in België. Die zijn bij ons veel duurder dan in onze buurlanden. Klassiek is het voorbeeld dat een doosje Omeprazole in België ruim 40 euro kost, terwijl onze noorderburen er nauwelijks 10 euro voor betalen. Gezondheidseconomen weten dat de hogere prijs zich voor een stuk laat verklaren door het kleinere marktaandeel en het dus veel lagere volume dat producenten van generische geneesmiddelen in ons land halen.

Hoog tijd dus om de competitie aan te zwengelen. En waarom niet via een prijsvergelijking of een vorm van verplichte substitutie door de apotheker? Eigenlijk is dat toch gewoon een variant op het kiwimodel, waar enkele jaren geleden zoveel heisa over was? In dat model uit Nieuw-Zeeland wordt de gezamenlijke koopkracht nog sterker uitgebuit en krijgt een farmaproducent na een openbare aanbestedingsprocedure het monopolie voor twee tot drie jaar.

Het beste voorbeeld dat zo'n aanpak vruchten kan afwerpen, valt nog te noteren in het gezondheidsbeleid van de Vlaamse regering. Minister Jo Vandeurzen (CD&V) voerde in 2010 de kiwiprocedure in voor het HPV-vaccin en het griepvaccin. Voor het HPV-vaccin dat wordt toegediend bij 88 procent jonge meisjes ter voorkoming van baarmoederhalskanker, betekende die aanpak een prijsdaling van 375 naar... 52 euro per vaccin.

Het spreekt voor zich dat voor de regering-Di Rupo alle middelen goed zijn om besparingen te realiseren. En waarom zou het slecht zijn via opgelegde substitutie per maand de competitie aan te zwengelen? Als zo'n ideologische maatregel uiteindelijk meer competitie brengt en de producenten ertoe aan-zet hun prijzen te laten zakken, dan nemen we de neven- werkingen daar graag bij.

Onze partners