Bruno Leijnse
Bruno Leijnse
Redacteur bij Trends
Opinie

24/08/12 om 11:40 - Bijgewerkt om 11:40

Verdachtmakingen helpen economie niet vooruit

Hoe hou je een innovatief bedrijf uit de markt? Door het te beschuldigen van spionage. Het Chinese Huawei heeft er voortdurend mee te maken. Niemand wordt daar beter van.

Huawei (spreek uit 'chwawei') heeft met zijn 26 miljard euro omzet Ericsson ingehaald als 's werelds grootste fabrikant van telecommateriaal. Huawei was vorig jaar ook de grootste leverancier van DSL-apparatuur, vóór ZTE en Alcatel-Lucent. In optische transmissie verkoopt Huawei een switch die tot 12.800 miljard bits per seconde kan schakelen. In de Europese radionetwerken voor de nieuwste generatie mobiele communicatie speelt Huawei in meer dan de helft van de nieuwe systemen, ook in België.

Zoveel succes roept weerstand op, niet enkel bij concurrenten. Onder meer door zijn ondoorzichtige eigendomsstructuur - het bedrijf is op papier in handen van de Chinese werknemers - wordt Huawei ervan beschuldigd samen te spannen met het regime in Peking. Dankzij zijn apparatuur zou de Chinese overheid het Westen kunnen bespioneren en voor chaos zorgen in oorlogstijd.

Sommigen nemen die verdachtmakingen ernstig. De Australische justitie verhinderde vorig jaar dat Huawei zich kandidaat stelde als leverancier van het nationale optische netwerk - een buitenkans voor Alcatel-Lucent. India waarschuwde in 2010 mobiele operatoren in grensprovincies geen Chinese apparatuur te kopen. De Amerikaanse overheid blokkeerde in 2008 de overname van 3Com door Huawei, ondanks hun jarenlange nauwe samenwerking. Eerder dit jaar stopte de IT-beveiligingsspecialist Symantec zijn belangrijke joint venture met Huawei, volgens de New York Times onder druk van de Amerikaanse overheid. Geregeld wordt dan verwezen naar cyberaanvallen vanaf Chinese internetadressen.

Het is het wantrouwen van de boswachter die ook stroper is. Sinds het Echelon-schandaal van 2000 weten we dat grootschalig aftappen van telecomverbindingen voor sommige westerse geheime diensten routine is. En sinds het Stuxnet-virus weten we dat de VS en Israël doelbewust offensieve malware fabriceren en verspreiden.

Het is dan de vraag of het redelijk is een commerciële vennootschap op basis van afkomst te verbieden om mee te dingen naar contracten. Huawei heeft veel te verliezen als in zijn systemen geheime toegangen of virussen worden ontdekt. Maar ook de kostprijs van het weren van Huawei is reëel. Australië kan er nu op rekenen dat zijn nationale netwerk duurder en mogelijk ook minder performant is. Door Huawei uit te sluiten, beperken de VS hun keuze en maken ze hun telecomsector minder concurrentieel.

Dat maakt het Britse initiatief van Huawei, dat aan BT een grote klant heeft, zo interessant. Huawei heeft daar in nauwe samenwerking met beveiligingsspecialisten van de Britse overheid een Cyber Security Evaluation Center opgezet om zijn apparatuur uit te vlooien voor ze in dienst gaat.

België is te klein voor zo'n initiatief, maar misschien kan Europa het idee van zo'n centrum overnemen. Als er dan geen achterpoortjes worden gevonden, betekent dat weliswaar nog niet dat ze niet bestaan. Maar het helpt om de leveranciers eerlijk te houden. Alle leveranciers.

Onze partners