03/06/11 om 08:59 - Bijgewerkt om 08:59

Uitstel van executie

Het nieuwe reddingsplan voor Griekenland is oude wijn in nieuwe zakken. Meer leningen en meer besparingen raken niet aan de essentie van het Griekse (en Europese) drama.

Uitstel van executie

© EPA

Het reddingsplan voor Griekenland uitgewerkt in mei van vorig jaar zette nauwelijks zoden aan de dijk. De Griekse maatschappij zakt steeds dieper weg in een moeras van begrotingstekorten, onbetaalde rekeningen, escalerende overheidsschuld, wanhopig doorgevoerde besparingen en herstructureringen, massale werkloosheid, international pariastatus en een groeiend volksprotest waarbij, zeer opmerkelijk, de vakbonden steeds nadrukkelijker aan de kant geschoven worden door de mensen.

De details zijn nog niet bekend maar er komt dus, zo liet Jean-Claude Juncker, de premier van Luxemburg en vooral de voorzitter van de eurogroep van minister van Financiën uitschijnen, een nieuw reddingsplan. Het nieuwe plan zou alvast moeten mogelijk maken dat de vijfde schijf van het geld voorzien voor Griekenland in het kader van het reddingsplan daterend van mei 2010 ten belope van in totaal 110 miljard zou kunnen uitgekeerd worden. Griekenland belooft in ruil 7 miljard besparingen, belastingsverhogingen en privatiseringen.

Het hele initiatief komt dus neer op méér van hetzelfde, inclusief de spierballenretoriek van alle betrokkenen. Er kan dan ook nu al genoteerd worden dat het ook met dit nieuwe pakket weer niet goed komt.

De voornaamste oorzaak van dat pessimistische perspectief is dat dit nieuwe pakket geen enkel perspectief tot heropleving van de Griekse economie biedt. Zonder stevige economische groei raakt een land dat in een situatie zit als de huidige Griekse er nooit uit.

Het nieuwe pakket fnuikt via besparingen en belastingsverhogingen verder de globale vraag, de veruit belangrijkste aandrijver van de economische groei op korte en zelfs middellange termijn. De grote onzekerheid over de toekomst van het land drukt de bestedingen nog verder naar beneden. Gevolg: aanhoudende recessie, minder belastingsontvangsten, meer uitgaven, toch weer grotere deficits ...

Uiteraard heeft Griekenland behoefte aan een diepgaande sanering van haar publieke financiën en van structurele maatregelen om de efficiëntie van het economisch systeem te verhogen.

Ingrepen in die richting verhelpen echter niet aan de acute aspecten van de Griekse crisis, integendeel zelfs, ze vertonen de neiging om die acute problemen zelfs nog te verscherpen. Om snel terug groei te kunnen realiseren, heeft de Griekse economie dringend behoefte aan een substantieel betere internationale concurrentiepositie. Dat kan op twee manieren. Ten eerste, door een zware interne deflatie zodat het interne kostenpeil nominaal naar beneden gaat (een strategie die goed aan het lukken is in Ierland).

Een tweede mogelijkheid tot correctie van de internationale concurrentiepositie is de aanpassing van de wisselkoers zodat de vermindering van het interne kostenpeil als het ware in één handomdraai geschied. Binnen het eurogegeven is een devaluatie uiteraard geen optie en zelfs indien men ze onder ogen zou willen zien, staat het nu al vast dat ook zulk een proces een erg chaotische en economisch en politiek erg kostelijke affaire wordt.

De vraag is evenwel legitiem of er nog een andere optie bestaat. Griekenland kan duidelijk niet de interne discipline opbrengen die in een land als Ierland wel kan. Het ziet er hoe langer hoe meer naar uit dat interne deflatie in Griekenland niet kan zonder iets dat verdacht veel op een heuse politiestaat begint te lijken.

En ondertussen blijft op de achtergrond een andere crisis smeulen, nl. die van de solvabiliteit van de Europese banken. Het uitbrengen van de resultaten van de stress tests uitgevoerd op die banken is met één maand uitgesteld. Kwatongen beweren dat dit uitstel vooral te maken heeft met erg veel discussie omtrent die resultaten en wat men er van wil naar buiten brengen. Wij gaan er van uit dat het eerder te maken heeft met het feit dat men aan banken extra ruimte wil geven om kapitaal op te halen ter versteviging van hun balansstructuur.

Zou het kunnen dat we voor één keer niet ontgoocheld hoeven te zijn in de Europese beleidsvoerders?

Onze partners