29/11/12 om 10:22 - Bijgewerkt om 10:22

Trop is te veel

Het ging er in de slipstream van de ontwerpbegroting van de federale regering voor 2013 en het bijbehorende herstelplan bij momenten keihard aan toe.

Het ging er in de slipstream van de ontwerpbegroting van de federale regering voor 2013 en het bijbehorende herstelplan bij momenten keihard aan toe.

Meerderheid tegen oppositie in het parlement, werkgevers- en werknemersorganisaties tegen de regering, en omgekeerd. De marge om over het economische beleid tot een consensus te komen, over de verschillende belangen en vooral belangengroepen heen, lijkt stilaan flinterdun geworden.

Gwendolyn Rutte, kandidaat-voorzitter van Open Vld, stelde dat het bereikte compromis zowel wat de begroting als wat het herstelplan betreft, politiek gezien het maximaal haalbare vormde. Wellicht slaat ze met die opmerking de nagel op de kop. Met deze federale regering met haar erg brede ideologische spreidstand zat er inderdaad niet meer in. Het zegt veel over de situatie waarin we verzeild zijn geraakt, als het politiek maximaal haalbare mijlenver afstaat van wat moet gebeuren om de Belgische staatshuishouding sociaaleconomisch en budgettair weer op het juiste spoor te krijgen.

Too little, too late, dat is de rode draad die door de acties van de regering-Di Rupo loopt. Of het nu gaat om de loonkostenhandicap, de ombuiging van de overheidsuitgaven, de hoognodige aanpassingen aan onze arbeidsmarkt of de structurele ingrepen om onze economie weer op een hoger groeipad te brengen: het is telkens opnieuw too little, too late. Daaruit vloeit onvermijdelijk voort dat men, zeker in de begrotingsopmaak, almaar opnieuw zijn soelaas zoekt in eenmalige ingrepen en belastingverhogingen. Vooral dat laatste, in combinatie met de grote onzekerheid over de economische toekomst, zwengelt het zwarte circuit in onze economie weer aan.

Zoals we in Trends van deze week uitgebreid toelichten en illustreren, hebben ondernemingen en zelfstandigen in deze penibele omstandigheden vaak geen andere keuze dan opnieuw voor een stuk in de zwarte economie te duiken. Door de opgedreven belastingdruk en door de slechte evolutie van de omzetten en de winstmarges krijgen de ondernemingen het in het officiële circuit almaar moeilijker om te overleven. De heropleving van de zwarte economie komt er niet uit wild enthousiasme, maar veeleer vanuit een overlevingsdrang.

Ons land kampt overigens niet als enige met een schromelijk tekortschietend beleid. Nagenoeg overal in de westerse wereld is het zwoegen en zweten om te komen tot iets dat lijkt op een beleid dat past bij de omvang van de problemen. Veelal lukt het gewoon niet, ook niet in de Verenigde Staten en Japan. Op Europees niveau neemt het immobilisme zelfs ronduit zorgwekkende vormen aan.

Dat wijten aan de capaciteiten van de huidige generatie politici, klinkt ongeloofwaardig. De uitleg heeft volgens mij veel meer te maken met structurele ontwikkelingen. Het eigenlijke probleem is dat het maatschappelijke model van het Westen niet meer werkt. Aan de basis van die structurele omslag ligt een combinatie van trendbreuken: de vergrijzing van de bevolking, de wereldwijde migratie, de opgang van nieuwe technologieën en de opkomst van nieuwe economische grootmachten. Die veranderingen zijn zo groot en snijden zo diep dat we ons model grondig moeten bijsturen. Wat gerommel in de marge volstaat niet meer.

Een van de grote problemen bij de formulering van een echt alternatief voor het bestaande model is de impact van belangengroepen, die steevast het particuliere belang zullen laten primeren op het algemeen belang. Zij besteden veel meer aandacht aan de herverdeling van de bestaande welvaart dan aan de creatie van nieuwe welvaart. De vakbonden zijn een typisch voorbeeld van dat fenomeen, maar zij figureren zeker niet alleen op de lijst van het corporatistische egoïsme. Bij die belangengroepen heerst een grote weerstand tegen een structurele verandering in het status-quo die hen voordelen, macht en inkomsten verschaft. De mobilisatie van zowat alle belangengroepen maakt het voor de bewindslui almaar moeilijker door te zetten en de nodige structurele veranderingen vorm te geven. Vroeg of laat zal dat nochtans echt moeten gebeuren. De hamvraag is hoeveel welvaart er moet worden afgebroken of aangetast vooraleer de politici tegen het dictaat van de belangengroepen durven in te gaan.

Onze partners