Het pensioen van de zelfstandige

Om te kunnen genieten van een rustige oude dag rekent een zelfstandige maar beter niet te veel op het wettelijk pensioen. Dat bedraagt voor een zelfstandige gemiddeld maar 857 euro. Door zelf te sparen voor een aanvullend pensioen kan hij op een fiscaalvriendelijke manier wat extra aan de kant zetten. Binnenkort krijgt hij daarvoor zelfs een extra optie want zonet maakte de federale regering een einde aan een jarenlange discriminatie. Vanaf begin 2018 kunnen ook de zelfstandigen zonder vennootschap sparen in een nieuw pensioenstelsel: de Pensioenovereenkomst Zelfstandigen (POZ).

Het pensioen van de zelfstandige

© Getty Images/iStockphoto

De jongste jaren heeft de federale regering het statuut van de zelfstandige opgewaardeerd, maar toch blijven er nog belangrijke verschillen bestaan met dat van de werknemer. De kloof is wellicht het grootst op het vlak van de wettelijke pensioenen. In 2016 bedroeg het gemiddelde pensioen van een werknemer zowat 1.200 euro per maand, terwijl een ambtenaar zelfs kon rekenen op ruim het dubbele. Wat een verschil met de zelfstandige, die het meestal met niet meer dan 900 euro per maand moet rooien.

De vier pensioenpijlers van de zelfstandige

1) Wettelijk pensioen

2) Aanvullend pensioensparen (VAPZ, IPT en POZ)

3) Individueel pensioensparen (pensioensparen en langetermijnsparen)

4) Niet-fiscaal sparen

Als een zelfstandige na zijn pensioen zijn levensstandaard wenst aan te houden, dan moet hij dus zelf een aanvullend pensioen opbouwen. "Wie gedurende 20 jaar 1.000 euro bovenop zijn wettelijk pensioen ter beschikking wil hebben, moet tegen het einde van zijn actieve loopbaan al een kapitaal van 250.000 euro hebben opgebouwd", rekent Peter Peeraer, account manager Life bij verzekeringsmaatschappij Vivium ons voor. "Veel mensen denken dat ze zich met het individuele pensioensparen van een rustige oude dag kunnen verzekeren, maar dat is jammer genoeg niet zo omdat de fiscaal aftrekbare bedragen te beperkt zijn, momenteel tot 940 euro per jaar. Afhankelijk van de looptijd komen ze op die manier aan een kapitaal van slechts 20 à 50.000 euro."

Peter Peeraer, account manager Life bij Vivium Verzekeringen

Peter Peeraer, account manager Life bij Vivium Verzekeringen

Vanaf volgend jaar verandert het systeem van individueel pensioensparen een beetje, want voortaan krijgt iedereen de keuze om ofwel 940 euro ofwel 1.200 euro te sparen. In het eerste geval krijgt u een belastingvermindering van 30%, in het tweede bedraagt het voordeel 25%. Wat de beste keuze is, hangt af van de leeftijd waarop u start met individueel pensioensparen en van uw persoonlijke situatie.

Fiscaalvriendelijk aanvullend pensioen

Het individueel pensioensparen (derde pijler) is voor zelfstandigen dus al een eerste stap in de goede richting. Daarnaast hebben ze nog andere mogelijkheden om een financiële buffer op te bouwen. "In de meeste gevallen is de tweede pijler nog interessanter dan de derde pijler", stipt Peter Peeraer aan.

De meest bekende vorm hiervan is zonder twijfel het Vrij Aanvullend Pensioen voor Zelfstandigen (VAPZ). Mits een minimumdrempel aan inkomsten kunnen zelfstandigen in hoofdberoep jaarlijks 8,17% - voor een sociaal pensioenplan is dat zelfs 9,40% - van hun belastbaar inkomen sparen voor hun pensioen en dit met een absoluut maximum van 3.127,24 euro per jaar (3.598,05 euro voor een sociaal pensioenplan). "Dit is een heel interessante optie omdat dit bedrag fiscaal mag afgetrokken worden, en dit tegen de hoogste belastingschijf. Voor iemand met een belastbaar inkomen tussen 12.720,01 en 21.190 euro in het inkomstenjaar 2017 betekent dit al een belastingbesparing van 40%", zegt Peter Peeraer. "Vanaf 38.830 euro bedraagt het fiscale voordeel zelfs 50%. En dan spreken we nog niet over de besparing van sociale bijdragen." Voor zelfstandigen in bijberoep gelden er specifieke regels.

Delen

Dankzij het Vrij Aanvullend Pensioen voor Zelfstandigen (VAPZ) kunnen zelfstandigen in hoofdberoep jaarlijks 8,17% van hun belastbaar inkomen sparen voor hun pensioen.

Naast het VAPZ hebben zelfstandigen met een eigen vennootschap nog een extra optie om hun toekomstige pensioen te spijzen: de Individuele Pensioentoezegging (IPT). In dit systeem, dat vergelijkbaar is met een groepsverzekering, betaalt de vennootschap jaarlijks een premie die afhankelijk is van het inkomen van de bedrijfsleider. De overheid hanteert hiervoor de 80%-regel: het totale pensioen (wettelijk + aanvullend) mag niet meer bedragen dan 80% van de laatste bruto jaarbezoldiging.

Ook dit is een fiscaalvriendelijke manier om aan pensioensparen te doen want de premies zijn aftrekbaar in de vennootschapsbelasting. "Door de tariefverlaging in de vennootschapsbelasting verkleint het directe voordeel van de IPT een beetje, maar het blijft toch veruit een van de interessantste verloningstechnieken. Wel spreken we hier over uitgesteld loon", zegt Peter Peeraer. "Na de storting door de vennootschap is het bedrag namelijk onmiddellijk eigendom van de bedrijfsleider. Hij wordt daar ook niet meteen op belast. Enkel op de datum van de uitkering van het aanvullend pensioen komt de fiscus langs, maar met 10 à 20% vallen de tarieven heel goed mee. Interessant is ook dat de zelfstandige de gelden die de vennootschap voor hem spaart, al meteen kan aanwenden om te investeren in vastgoed. Dit is een optie waar steeds meer mensen gebruik van maken."

Einde aan de discriminatie

De Individuele Pensioentoezegging is voorlopig alleen weggelegd voor zelfstandigen met een vennootschap. Dit najaar heeft de federale regering echter een einde gemaakt aan deze discriminatie, want vanaf volgend jaar krijgen de zelfstandigen zonder vennootschap een extra pensioenstelsel dat vergelijkbaar is met de IPT: de Pensioenovereenkomst Zelfstandigen (POZ). "Zelfstandigen die in het nieuwe pensioensysteem stappen, zullen een belastingvermindering van 30% op de gestorte bedragen krijgen. Bij pensionering zullen ze een belasting van 10% moeten betalen op het eindkapitaal", besluit Peter Peeraer.

Tak 21, Tak 23 of een combinatie?

Sparen voor een aanvullend pensioen kan via verschillende formules. Wie zekerheid wenst, kiest best voor een Tak 21-oplossing die een gewaarborgd rendement garandeert met daarenboven een mogelijkheid op winstdeelname. Wie een potentieel hoger rendement nastreeft, gaat best voor een Tak 23-verzekering. Het rendement hangt af van een beleggingsfonds, maar u hebt in dit geval geen kapitaalgarantie. Ten slotte kunt u ook kiezen voor een combinatie van beide producten.

Nieuwsbrief

Ontvang elke middag een update van het belangrijkste economische nieuws in uw mailbox!

Onze partners