03/02/11 om 09:25 - Bijgewerkt om 09:25

Straffe onderstroom

Het economisch leven staat bol van verrassingen. Neem nu het economisch herstel zoals het zich sinds de tweede helft van 2009 doorzet. Er heerste tot een eind in 2010 nagenoeg consensus dat dit herstel zich flauw, broos en onevenwichtig zou doorzetten, met een grote kans op een snelle double dip.

Toch staat er voor 2010 een reële economische groei op de tabellen van ruim 10 procent voor China, 9 procent voor India, 8 procent voor Brazilië, 4 procent voor Japan, 3,5 procent voor Duitsland en 3 procent voor de Verenigde Staten en Canada.

Ondanks de klassevolle prestatie van Duitsland valt de eurozone als geheel met 1,7 procent gemiddeld stevig uit de toon, maar dat is dan eerder de uitzondering. De wereldeconomie als geheel heeft er, jawel, een berenjaar opzitten, iets waar de meeste voorspellers zich dus eens te meer glansrijk op verkeken.

Voor dit en volgend jaar stapelen de onweerswolken aan de conjuncturele hemel zich op, klinkt de nieuwe consensus. In de analyses krijgen twee elementen steevast een vooraanstaande rol toebedeeld in dit nieuwe pessimisme.

De escalatie van de olieprijzen is nu al flink boven de 100 dollar per vat gestegen. Deze toename van de olieprijs zet zich nog veel scherper door indien de onrust in het Midden Oosten voort blijft uitdeinen.

Het nieuws van het rentefront vormt een tweede element van pessimisme. Met nagenoeg alle inflatie-indicatoren opwaarts gericht staan renteverhogingen van de Europese Centrale Bank (ECB) en de Amerikaanse Federal Reserve in de sterren geschreven.

Een minderheid van analisten en commentatoren voegt aan de lijst van potentieel erg groeiremmende factoren een derde element toe, de onvermijdelijke uiteenspatting van de vastgoedzeepbel in China.

Een olieprijs die zich structureel boven de 100 dollar per vat nestelt, stijgende rentevoeten en een zware hypotheek op het groeipotentieel van de Chinese economie. Valt er dan nog te ontsnappen aan een wereldwijde forse terugloop van de economische groei, om van een nieuwe recessie maar te zwijgen?

Op het eerste gezicht lijkt het van grote naïviteit te getuigen om in zulke omstandigheden die pessimistische conclusie in twijfel te trekken. Toch durven we hier die weg op te gaan.

Onze argumentering start bij de ineenstorting van de wereldeconomie die zich voltrok tussen april 2008 en maart 2009. Als je de krimp van de wereldeconomie met ruim 10 procent over deze maanden afzet tegen de krimp die zich voordeed tijdens de eerste kwartalen van de Grote Depressie, dan ging het in 2008-'09 harder bergaf dan wat zich in 1929-'30 voltrok.

Na die initiële duik bleef het tijdens de Grote Depressie maar neerwaarts gaan met de economie tot in de zomer van 1932, dus alles bij elkaar bijna 40 maanden aan één stuk. Na de diepe duik herstelde de wereldeconomie zich snel en krachtig vanaf midden 2009.

Het stoppen van de diepe val in de vroege lente van 2009 komt voor een groot stuk op het krediet van de autoriteiten, in heb bijzonder de centrale banken. De massale geldvernietiging die de Grote Depressie tot de grootste sociaaleconomische ramp van de twintigste eeuw maakte, werd vermeden.

Het stimulerende monetaire en budgettaire beleid kan niet de kracht van het herstel na de stabilisering uitleggen. We zien essentieel twee argumenten voor deze stelling. Opdat het monetaire en budgettaire beleid zo'n sterk herstel zou kunnen dragen, hadden er enorme bijkomende stimuleringsmaatregelen moeten worden genomen. Er werden bijkomende stimuli doorgevoerd, maar niet in die mate dat zij alleen het herstel dat zich uiteindelijk voltrok, konden dragen.

Het gevoerde beleid van geldcreatie en overheidstekorten roept veel onzekerheid in het leven waardoor de investeringen en de economische activiteit worden afgeremd.

En toch was er dus wereldwijd een fors herstel van de economische activiteit. De enige verklaring die daarvoor kan aangedragen worden, is dat er de voorbije twee decennia een ongemeen sterke onderstroom van ondernemingsactiviteit tot ontwikkeling kwam die zelfs zware tegenvallers in de macro-economische omgeving kan overstijgen.

Die ondernemingsactiviteit hangt samen met de omslag naar een marktgedreven ordening in landen als China, India en Brazilië, alsook met de schijnbaar alsmaar versnellende technologische vooruitgang. Die laatste hangt op zijn beurt weer nauw samen met de ontwikkeling van human capital aan een adembenemende snelheid, ook weer vooral gedreven door wat zich in een aantal opkomende landen afspeelt.

Nieuwe technologie, ondernemerszin en innovatie, deze drie onderling versterkende ingrediënten vermengen zich steeds meer tot een cocktail die krachtig de economische groei aandrijft, zelfs bij forse tegenwind vanuit de omgevingsfactoren zoals een zware financiële crisis, hoge olieprijzen en stijgende rentevoeten.
The proof of the pudding is in the eating. Deze optimistische hypothese over het groeipotentieel van de wereldeconomie zal, zo ziet het er naar uit, in de komende tijd een flinke test ondergaan.

Onze partners