Jef Vuchelen
Jef Vuchelen
Jef Vuchelen is professor Economie aan de VUB
Opinie

23/03/10 om 12:18 - Bijgewerkt om 12:18

Stop de pensioenveldslagen, voer de pensioenoorlog

De afgelopen weken hebben de politieke families voor de elfhonderdste keer gehakketakt over de details van mogelijke oplossingen voor het betaalbaar houden van de pensioenen.

Stop de pensioenveldslagen, voer de pensioenoorlog

Of dienstencheques te goedkoop zijn of tijdskrediet moet worden beschouwd als een onderdeel van de loopbaan bij het becijferen van de pensioenen, zijn irrelevante discussies. Dergelijke kleinigheden moeten een onderdeel vormen van een globale hervorming van de pensioenen, zelfs van de sociale zekerheid.

Hieraan zijn we in ons land niet toe en dus is een discussie over de punten en komma's hiervan voorbarig. Dat die discussie toch wordt gevoerd, doet de vraag rijzen of een structurele hervorming er ooit komt. We stellen vast dat iedere poging om een grondig debat op gang te brengen in de kiem wordt gesmoord door discussies over futiliteiten, blijkbaar om snel politieke tegenstellingen duidelijk te maken. Zo wordt veel energie besteed aan het voeren van pensioenveldslagen zonder aandacht voor de pensioenoorlog.
Het Generatiepact is illustratief voor de Belgische aanpak van de verouderingskosten. Jaren op voorhand werd dit pact aangekondigd als de ultieme oplossing, maar als puntje bij paaltje kwam, baarde de politiek opgehoopte berg amper een anorexiamuis. Het eindresultaat van het 'afwezige' beleid is dat nagenoeg iedereen overtuigd is van de onhoudbaarheid van het stelsel, maar dat niemand gelooft in een structurele hervorming.

De weerstand tegen het Generatiepact maakte duidelijk waarom beleidsvoerders het zeer moeilijk hebben met hervormingen in de sociale zekerheid in het algemeen en de pensioenen in het bijzonder. Op de voordelen van dergelijke hervormingen is het jaren wachten, zeker ver over de tijdshorizon van de politici.

Maar de kiezers reageren bij de eerstvolgende verkiezingen op iedere maatregel die als een inlevering wordt geïnterpreteerd. De evidente conclusie hieruit is dat politici alle baat hebben bij een systematisch uitstel van pijnlijke beslissingen. Het gevolg is dat de vooruitzichten steeds maar verslechteren waardoor de pijnlijke ingrepen omvangrijker moeten zijn en dus ook onwaarschijnlijker worden. Een dynamiek van systematisch uitstel.

Voor alle duidelijkheid: dit is de gang van zaken in België. Nochtanshoeft het zo niet te lopen. De recente verhoging van de wettelijke pensioensleeftijd in een aantal Europese landen, een onvermijdbaar onderdeel van iedere hervorming, bewijst dit.
Door vandaag af te kondigen dat de maatregel pas over tien jaar of zelfs later van toepassing wordt, ontsnapt men aan de onvrede van diegenen die nu uitkijken naar hun pensioen. Tewerkgestelden jonger dan 55 moeten langer werken, maar deze inlevering ligt zo ver in de toekomst dat weinigen hier echt een punt van maken.

De maatregel kon evenwel nog beter, namelijk door in het begin van de jaren negentig te beslissen dat de pensioenleeftijd jaarlijks met één maand zou worden verhoogd. Vandaag zouden we dan een wettelijke pensioenleeftijd van bijna 67 hebben gehad zonder dat dit veel protest had uitgelokt.

Beide benaderingen, de zware inleveringen ver vooruit duwen of spreiden in de tijd, zijn in ons land geen optie meer. Tijd om te wachten op de resultaten van beslissingen hebben we niet meer. Ondanks veel studiewerk gebeurde er beleidsmatig niets. Dit verklaart onder andere waarom de prijs van de vergrijzing, zoals geschat door de studiecommissie voor de vergrijzing, steeds oploopt.

In het laatste rapport werd de verhoging in het overheidstekort door de veroudering in 2030 geraamd op 5,8 procent van het bbp, in 2000 bedroeg deze schatting 'slechts' 2,1 procent. Ons pensioenprobleem wordt dus duidelijk steeds zwaarder. Vergeten we hierbij niet dat het realiseren van de vermelde ramingen al substantiële ingrepen vereist en dat de economische crisis ons toch noopt om vragen te stellen bij de uitgangshypothesen.
We zitten dus in een zeer oncomfortabele positie. Misschien moeten we wel afgunstig naar Griekenland kijken en hopen op een financiële crisis. Griekenland staat voor de keuze om pijnlijke saneringen, zonder veel keuzemogelijkheden, door te voeren dan wel om de eurozone te verlaten.

De Belgische beleidsfaling zal pas compleet zijn als ook hier het water aan onze lippen staat. Dan zullen de eurocraten de hand vasthouden van onze beleidsvoerders bij het uittekenen van onze sociale zekerheid. Deze situatie is dichterbij dan we denken.
Misschien is het dit wat Belgen uiteindelijk gerust stelt: ons lidmaatschap van de eurozone waarborgt dat een totale financiële chaos met oplopende inflatie kan worden uitgesloten daar de noodzakelijk saneringsmaatregelen toch worden opgelegd. Dit is de beleidsles uit de Griekse tragedie van de afgelopen jaren.

Jef Vuchelen, professor Economie aan de VUB

Onze partners