02/05/12 om 10:53 - Bijgewerkt om 10:53

Spacecake

De verkenning van de ruimte had altijd al iets fascinerends. Daaraan voegt het bedrijf Planetary Resources een ophefmakende dimensie toe.

De onderneming wil de ruimte gaan exploreren en exploiteren in de zoektocht naar grondstoffen en energiebronnen. Ze willen astroïden ontginnen op de aanwezigheid van, bijvoorbeeld, platina. Ze willen de grondstoffen op de rondzwervende asteroïden naar de aarde brengen. Dat klinkt niet alleen als sciencefiction, dat is het ook. Vandaag nog.

Het gaat er niet om of die ruimtelijke exploitatie er komt, maar wel dat dit opvallende initiatief getuigt van durf, lef en ondernemerschap. Planetary Resources is geen bedrijf van dwazeriken, topregisseur James Cameron en de Google-coryfeëen Larry Page en Eric Schmidt behoren tot de initiatiefnemers. Ze zeuren niet over overheidssteun, maar hanteren een rechttoe-rechtaan-aanpak. Ze geloven erin ondanks de vele risico's en onzekerheden, ze steken er hun geld in en gaan ervoor. That's the spirit. Zo, en zo alleen zo, boekte de mensheid de voorbije eeuwen de vooruitgang die we kenden.

Dit ruimte-initiatief sluit wonderwel aan op het speciaal rapport dat het Britse kwaliteitsblad The Economist vorige week bracht over de derde industriële revolutie. De eerste industriële revolutie ging in de late achttiende eeuw van start in Engeland en draaide vooral rond de ontwikkeling van textielmachines. In de tweede industriële revolutie staat Henry Ford voorop: de man van de gesynchroniseerde assemblagelijn en de massaproductie. Deze twee revoluties leidden tot een forse verhoging van de welvaart en een versnelde urbanisering van de bevolking.

In de derde industriële revolutie staat het digitale gebeuren centraal: intelligente software en dito robots, nieuwe materialen, nieuwe productieprocessen en een exponentieel stijgend aanbod van de meest verscheiden internetdiensten. Allemaal zaken die de jongens en meisjes van Planetary Resources helpen om hun visionair ruimteproject waar te maken. De derde industriële revolutie zal ook down-to-earth enorm ingrijpende gevolgen hebben, onder meer omdat er als gevolg van die vloedgolf aan nieuwe technologie ook een hele beweging op gang komt om productie terug te verhuizen naar de rijke landen van dit moment.

De moraal van dit verhaal is dat we bezig zijn aan een periode met opzienbarende kansen voor wie durft en wil. Meer dan ooit is ondernemerschap erg lonend voor zij die de hand aan de ploeg slaan, maar ook voor de rest van de maatschappij. Hier is een beweging aan de gang die een breed uitgesmeerde toename van rijkdom, welvaart en interessante jobs onvermijdelijk maakt.
En toch leeft het gevoel dat we absoluut niet in zo'n periode leven. Het is kommer en kwel alom, besparingen, saneringen en inleveringen zijn de orde van de dag. Die heel opvallende tegenstelling tussen de vloedgolf aan objectief traceerbare kansen en het diepgewortelde gevoel van negativisme en pessimisme over de toekomst heeft alles te maken met het falende beleid. De vorming van een regering in België is een pijnlijke en vooral pijnlijk lange bevalling. Bovendien blijkt vrijwel onmiddellijk dat de cohesie en de slagkracht van die regering niet veel voorstelt. De burger voelt zich aan zijn lot overgelaten.

Hetzelfde geldt voor het Europese niveau. Veel tops, eindeloze onderhandelingen en een rist straffe uitspraken, maar reële resultaten? Nada. De crisis in de eurozone blijft aan de orde en diept uit. Griekenland zit in een depressie en gaat politiek een heel gevaarlijke weg op. Spanje en Portugal gaan traag dezelfde richting uit. Maar ook in belangrijke niet-eurolanden als het Verenigd Koninkrijk, Japan en de Verenigde Staten krijgt de elite de zaken niet onder controle.

Veel is er niet nodig. Met voldoende politieke moed en daadkracht zijn de zwaarste crisishaarden gesmoord en is de trein weer vertrokken. Dan wordt een onwaarschijnlijk veelbelovende toekomst heel snel de realiteit van elke dag.

Onze partners