13/09/13 om 11:43 - Bijgewerkt om 11:43

Slovenië: euro-bail out nummer 5,5?

Sedert de start van de eurocrisis grepen er vier volwaardige bail outs plaats (Griekenland, Ierland, Portugal, Cyprus) en een halve (Spanje). De kans is zeer groot dat Slovenië volwaardig aan deze lijst wordt toegevoegd.

Vandaag vergadert de eurogroep van ministers van Financiën. Dit orgaan speelde de voorbije jaren mee de eerste viool in de kakofonie van de eurocrisis. Op aandringen van de Europese Centrale Bank (ECB) staat Slovenië prominent op de agenda van de eurogroep. In Frankfurt raakte men de voorbije weken erg beducht voor de financiële en bancaire problematiek van deze euro-ministaat. De liquidatie van twee kleinere banken (Factor Banka en Probanka) verplichtte de overheid reeds tot het verlenen van 1,3 miljard euro aan garanties. Deze twee kleintjes vertegenwoordigen 4,4% van de Sloveense bankensector.

Binnen de eurozone behoort Slovenië tot het groepje van kleine broers. Met een BBP gelijk aan 35 miljard euro in 2012 is Slovenië niet eens één tiende van de Belgische economie (376 miljard euro). Binnen de euro vallen enkel Malta (7 miljard), Estland (17 miljard) en Cyprus (18 miljard) nog kleiner uit dan Slovenië. Sedert het wedervaren met Cyprus eerder dit jaar weten we echter dat ook zeer kleine economieën voor forse commotie kunnen zorgen. In haar analyse van eind mei van dit jaar luidde de Europese Commissie vrij onverholen de alarmklok over de Sloveense economie.

De Sloveense economie, ooit zwaar geprezen als rolmodel inzake de omslag van een communistisch regime naar een markteconomie, kraakt inderdaad in al haar voegen. De krimp van de economie situeert zich op jaarbasis thans tussen de 2% en de 3%. De werkloosheid ligt op 11% en neemt fors toe. Eén op de vier jongeren zoekt naar werk. De OESO verwacht voor dit jaar een begrotingstekort gelijk aan 7,8% van het BBP wat meteen op Cyprus na het grootste deficit binnen de eurozone zou zijn. De overheidsschuld die in 2008 nog op 29% van het BBP zat, zal dit jaar zeker boven de 70% van het BBP uitstijgen. De investeringen vielen terug tot op de helft van wat ze in 2008 waren.

Op eerste zicht lijkt Slovenië "het volgende Cyprus". Ook in Slovenië ligt de banksector er immers compleet uitgeteld bij. Het grote verschil is echter wel dat de banksector in Cyprus ongeveer zeven keer zo groot was als de hele Cypriotische economie. In Slovenië is de banksector veel kleiner, nl. slechts 1,4 keer de economie. Met deze ratio behoort de banksector in Slovenië zelfs tot de kleinste van de eurozone. Voor het geheel van de eurozone ligt de verhouding banksector/BBP op 3,5 (voor België op 2,9).

Ondanks haar relatief beperkte schaal kampt de Sloveense banksector met problemen waarvan men met name binnen de ECB vreest dat ze de middelen van de Sloveense staat en economie te boven gaan. In het zog van de intrede van Slovenië in de eurozone in 2007 kende het land een toevloed van buitenlands kapitaal dat er mede toe bijdroeg dat zich een forse vastgoedzeepbel ontwikkelde. In die zin staat de problematiek van Slovenië dichter bij die van Ierland en Spanje dan bij die van Griekenland of Portugal. Tevens financierden Sloveense ondernemingen zich bijna uitsluitend met bankkredieten. Bij veel van de kredietverlening waren corruptieve hand- en spandiensten nooit ver weg. De verhouding van bankschuld tegenover eigen vermogen ligt voor Sloveense ondernemingen boven de 200%. Volgens de ECB piekte die ratio voor het geheel van de eurozone op 90% in 2009 en viel hij ondertussen terug op 55%.

Het resultaat van deze ontwikkelingen is een banksector die dreigt te bezwijken onder de last van de probleemleningen. Eind 2012 werd door de Sloveense regering reeds een bad bank opgericht, de Bank Asset Management Corporation (BAMC). Deze BAMC moet dringend meer middelen krijgen. Tegenover een totaal kapitaal van 4 miljard euro bij de banken staan ruim 7 miljard aan probleemleningen. Vers kapitaal is dringend nodig. De obligatiehouders van de banken zullen haast zeker mee in het bad getrokken worden bij de herkapitalisering van de banken. De vraag is of men dat, zoals in Cyprus, ook met de niet-verzekerde depositohouders gaat doen.

De eurogroep en andere instanties aarzelen best niet te lang met een kordate aanpak van het Sloveense probleem. Niet enkel moet ook hier rekening gehouden worden met mogelijke besmetting naar andere landen toe, de dossiers van landen als Griekenland en ook Portugal zullen al snel opnieuw veel aandacht vragen. En dan gaan we er van uit dat het in en rond Italië en Spanje betrekkelijk rustig blijft.

Onze partners