03/09/13 om 09:28 - Bijgewerkt om 09:28

Ronald Coase (1910-2013): Bedachtzaam lid van de Chicago School

Op de gezegende leeftijd van 102 jaar overleed op 2 september Ronald Coase. Op basis van welgeteld twee artikelen oefende deze man een enorme invloed uit op de evolutie van het economisch denken.

Ronald Coase (1910-2013): Bedachtzaam lid van de Chicago School

© Belga

September 1960, de Hyde Park Campus van de University of Chicago. Aaron Director (1901-2004), de schoonbroer van Milton Friedman (1912-2006), organiseert in zijn woonst een seminarie voor een select groepje van de topeconomen van die University of Chicago. Samen met zijn ideologische spitsbroeder George Stigler (1911-1991) zit Friedman voor deze sessie op de eerste rij. Stigler, winnaar van de Nobelprijs Economie in 1982, schreef decennia later het volgende over die memorabele avond in het huis van Aaron Director: "Het Archimedes-moment waarbij je 'Eureka!' uitroept omwille van een plotse wetenschappelijke ontdekking is een uiterst zeldzaam iets. Ik heb gans mijn leven doorgebracht onder wetenschappers van topniveau en ik heb letterlijk één keer zulk een Archimediaanse ervaring gehad, als toeschouwer wel te verstaan. Het was die avond in september 1960 in de woonkamer bij Aaron Director".

Het was Ronald Coase die voor het 'Eureka'-gevoel bij George Stigler zorgde. Coase plaatste in zijn uiteenzetting die avond grote vraagtekens achter de traditionele theorie van de marktfaling in het geval van externe effecten. Vervuiling bijvoorbeeld zal door producenten die ze veroorzaken niet meegerekend worden in hun kosten tenzij de overheid tussenbeide komt om één en ander op te leggen. Ronald Coase argumenteerde dat als er geen transactiekosten zijn en als de juridische rechten en plichten duidelijk gedefinieerd zijn een dergelijke overheidstussenkomst niet noodzakelijk is. Tegenpartijen zullen mekaar in die omstandigheden altijd vinden voor een onderling vergelijk. Stigler beschrijft hoe Coase er in slaagde de verzamelde Chicago-economen te overtuigen van zijn gelijk: "Op twee uur tijd ging het van 20 tegen en 1 voor Coase naar 21 voor Coase. Onbeschrijfelijk!".

In 1961 publiceerde Ronald Coase het artikel "The Problem of Social Cost" waarin hij zijn argumentatie zoals uit de doeken gedaan in het huis van Aaron Director verder verfijnde. Dit artikel wordt algemeen beschouwd als de start van het nu nog altijd aan gang zijnde onderzoek naar het belang van transactiekosten in het economisch gebeuren. Stigler kerstende het inzicht van Coase rond transactiekosten en externaliteiten onmiddellijk als het Coase Theorem. "The Problem of Social Cost" vormt ook zonder twijfel een van de basisteksten van de law and economics-beeging, zijnde de rechtsanalyse op basis van het instrumentarium eigen aan de economische wetenschap.

De in 1910 in Willesden nabij Londen geboren Ronald Coase studeerde aan de London School of Economics waar hij vanaf 1935 ook begon te doceren. Onder meer Friedrich Hayek behoorde tot de mensen met wie hij aan LSE nauw in contact stond. Langzaam ontpopte Ronald Coase zich tot een groot voorstander van de vrije markteconomie. Coase ontwikkelde tevens al vrij snel een grote afkeer voor de steeds grotere impact van wiskunde en econometrie in het economisch onderzoek. Hij had het daaromtrent voortdurend over "blackboard economics", namelijk het type van economie dat enkel maar op de borden en in de geschriften van de wiskundige economen bestaat.

In 1931 schreef Coase het artikel "The Nature of the Firm" waarin hij het thema van de transactiekosten reeds aan de orde stelde. Hoe komt het, zo vroeg Coase zich in dat 1931-artikel af, dat ondernemingen ontstaan? Als de vrije markt via de werking van het prijsmechanisme toch zo efficiënt werkt, waarom verlopen dan niet alle transacties langs de markt? Waarom komen ondernemers tot de conclusie dat het beter/efficiënter is om de markt voor een stuk uit te sluiten en een aantal mensen in een gesloten circuit binnen de onderneming te verzamelen? Omdat, aldus Coase, er kosten verbonden zijn aan een aantal markttransacties. Goeie ondernemers zullen transacties binnen het domein van de onderneming brengen zolang de opbrengst van die internalisering (namelijk. het vermijden van een externe transactiekosten) positief blijft. Een simpel inzicht maar wel één dat tot op de dag van vandaag - denk aan de voortdurende discussies over outsourcing - erg relevant blijft.

Tegen het einde van de jaren 1940 voelde Ronald Coase zich intellectueel niet meer in zijn sas in het volgens hem tegen een snel tempo socialiserende Groot-Brittannië. Hij emigreerde naar de VS waar hij via de University of Buffalo (1951-58) en de University of Virginia (1958-64) uiteindelijk in 1964 arriveerde op de University of Chicago waar hij de rest van academische loopbaan zou doorbrengen. In het kader van mijn doctoraatsverhandeling en bijhorend boek over The Chicago School ontmoette ik Ronald Coase één keer. Ik leerde hem kennen als een bijzonder minzaam en hulpvaardig man die voortdurend de eigen verdienste minimaliseerde. Op een innemende, bijna verontschuldigende manier ventileerde hij zijn onvrede over de manier waarop economie, ook aan zijn geliefde University of Chicago, was geëvolueerd: te veel wiskunde, te veel abstracte modellen, te weinig aandacht voor de institutionele en historische omgeving. "Economie is geen rocket science. Het zal altijd een maatschappij-wetenschap blijven. Voortdurende aandacht voor de concrete maatschappelijke omgeving is dan ook absoluut noodzakelijk", aldus Ronald Coase in 1997.

Ronald Coase schreef in de loop der jaren nog verschillende artikelen en boeken. Toch zal hij voor altijd in de overzichten van de geschiedenis van het economisch denken vermeld blijven als de auteur van twee historische artikelen, één uit 1931 en één uit 1961. Hij kreeg er in 1991 de Nobelprijs Economie voor. Het is anno 2013 niet meer denkbaar dat een econoom zijn hele reputatie, inclusief de verwerving van een Nobelprijs, kan vestigen op twee artikelen. Gegeven de enorme impact van Ronald Coase op economie en recht zou deze vaststelling moeten aanzetten tot enige reflectie over de deugdelijkheid van onze huidige academische geplogenheden.

Onze partners