08/11/12 om 12:17 - Bijgewerkt om 12:17

Recessie beukt in op euro

De industriële productie in de eurozone is voor de vijftiende opeenvolgende maand gekrompen. Voor heel 2012 kwam het IMF in zijn recentste prognose voor het eurogebied uit op een lichte contractie van de economische activiteit met -0,4 procent.

De industriële productie in de eurozone is voor de vijftiende opeenvolgende maand gekrompen. Voor heel 2012 kwam het IMF in zijn recentste prognose voor het eurogebied uit op een lichte contractie van de economische activiteit met -0,4 procent.

Als het niet goed gaat met de landen van de Europese monetaire unie, dan gaat het met sommige lidstaten dramatisch slecht. De recessie, die zich van land tot land met een verschillende intensiteit manifesteert, weegt zwaar op de structurele aanpak van de problemen in de eurozone.

De negatieve koploper in het europeloton is uiteraard Griekenland. Eind dit jaar is de Griekse economie met een vijfde gekrompen in vergelijking met het niveau van eind 2007. Voor volgend jaar schuift het IMF een nieuwe krimp met 4 procent naar voren, maar de meeste privéanalisten zien de evolutie voor Griekenland somberder in. De werkloosheid raakt al meer dan een kwart van de beroepsbevolking. Zes op de tien jongeren zijn werkloos. Dat heeft niets meer met een recessie te maken, maar alles met een depressie à la jaren dertig.

Portugal dreigt in het Griekse scenario terecht te komen. De cumulatieve krimp van de economie bedraagt tegen eind dit jaar 7 procent. Het IMF voorspelt voor volgend jaar -1 procent, maar dat was voor de Portugese regering draconische belastingverhogingen afkondigde. De krimp komt ook in 2013 veeleer in de buurt van -3 tot -4 procent uit. De Portugese werkloosheid zit op 16 procent en die van de jongeren op 35 procent. De veel grotere economieën van Italië en Spanje, de derde en vierde economie van de eurozone, krimpen dit jaar met 2,3 en 1,5 procent. Ook voor 2013 ziet het IMF in beide landen de negatieve economische groei aanhouden. De Spaanse werkloosheid situeert zich op het Griekse niveau. De Italiaanse ligt nog een stuk lager (11 %), maar ook in Italië heeft meer dan één jongere op de drie geen baan.

Een recessie is altijd problematisch voor het beleid. Zeldzaam zijn de politici die verkiezingen winnen op basis van hun antirecessiebeleid. Hoe dieper de recessie, hoe zwaarder de problemen. Daar weten de zuiderse lidstaten van de eurozone, met Griekenland op kop, ondertussen alles over. De combinatie van een zware recessie met de noodzaak van een doortastende aanpak van de eurocrisis creëert situaties die sociaal almaar explosiever worden. In Griekenland kan alleen een blinde er nog naast kijken dat de cocktail van economische depressie, besparingen, belastingverhogingen, afbraak van bevoorrechte posities en tegelijk een schrijnend machtsmisbruik, de democratische orde gevaarlijk aan het wankelen brengt.

In Spanje tekent zich een vergelijkbaar scenario af, ook al zitten er grote verschillen in de details. De volkswoede loopt er hoog op. Ze vertaalt zich in Spanje onder meer in een sterk verhoogde tendens tot regionale onafhankelijkheid. De situatie in Catalonië baart tot op het hoogste Europese niveau grote zorgen. De verscherpende recessie zal de zwaar gehavende Spaanse banken nog meer bezwaren. In Italië blijft de schaduw van Silvio Berlusconi als een donkere wolk boven het politieke landschap hangen. De electorale triomfen van de clown Beppe Grillo geven duidelijk aan dat de Italiaanse bevolking haar traditionele politieke elite spuugzat is.

Te midden van al die sociaaleconomische onrust, en de vaak hoogoplopende emotionele bevliegingen van de bevolking, moeten de Europese bewindvoerders blijven werken aan de uitbouw van de monetaire unie. De lidstaten van de eurozone moeten niet halfslachtig en conditioneel afstand nemen van hun nationale soevereiniteit, ze moeten dat duidelijk en onherroepbaar doen, onder meer om een budgettaire unie en een bankenunie te vormen. De gedane stappen blijven volstrekt onvoldoende in verhouding tot wat nodig is.

Lang niet alle Europese bewindvoerders lijken te beseffen dat ze de voorbije drie jaar enorm aan geloofwaardigheid hebben verloren. Ze deden te veel beloftes die ze niet of maar zeer gedeeltelijk hielden. Ze kondigden te veel intenties af zonder concrete gevolgen. Het volstaat echt niet meer om af te kondigen wat ze willen doen. De voorzitter van de Europese Centrale Bank, Mario Draghi, schiep begin september met zijn aangekondigde beleidsintenties een grace period voor de politici. De recessie maakt het hen dubbel zo moeilijk om die beperkte periode van relatieve rust van de eurocrisis zinvol en constructief te gebruiken.

Onze partners