Daan Killemaes
Daan Killemaes
Hoofdredacteur Trends
Opinie

12/06/14 om 10:59 - Bijgewerkt om 10:59

Rationele collectieve verdwazing

Welke dwaas koopt een tienjarige Spaanse overheidsobligatie met een rente van amper 2,6 procent? Welke gek belegt in Amerikaanse aandelen, die tegen 25 keer de cyclisch gecorrigeerde winst over de toonbank gaan?

En welke idioot koopt nog risicovolle bedrijfsobligaties, goed wetend dat die een risicopremie van nauwelijks 2 procent bieden, even weinig als in de aanloop naar de financiële crisis van 2008?

Ze zijn nochtans met veel, de beleggers, verzekeraars, pen-sioenfondsen, hefboomfondsen en banken die - voor wat extra rendement - steeds grotere risico's nemen op de financiële markten. Ze volgen een gevaarlijke logica. Omdat de risicovrije rente historisch laag is, lijken aandelen en bedrijfsobligaties nog vrij correct geprijsd. Maar de relatieve waardering zegt niets over de absolute waardering. Of zoals de Amerikaanse econoom Larry Summers ooit zei: als een fles ketchup van twee liter dubbel zo duur is als een fles van één liter, is dat nog geen bewijs dat de ketchup juist geprijsd is.

Wie geen risico neemt en kiest voor veiligheid, is gezien. Een Duitse overheidsobligatie biedt een rendement van 1,3 procent; het is geleden van de napoleontische oorlogen dat ze nog zo goedkoop waren. Op een spaarboekje is het harken voor basispunten in plaats van voor procenten. De Europese Centrale Bank (ECB) ging vorige week nog een stap verder: voor het eerst in haar geschiedenis rekent ze een negatieve rente aan op het geld dat de banken bij haar parkeren. De banken rekenen die kosten ongetwijfeld door aan de spaarder, en dus kan de spaarrente nog meer zakken.

In theorie is zelfs een negatieve spaarrente mogelijk. Spaarders kunnen hun tegoeden dan wel cash opvragen, maar dat geld thuis bewaren, is geen comfortabele gedachte. Mogelijk zijn spaarders dus bereid te betalen om hun geld aan de bank in bewaring te geven. Dat die denkoefening dicht bij de realiteit staat, toont aan hoe surrealistisch de toestand op de financiële markten is, en hoe hard spaarders en beleggers richting risico worden geduwd. Ze moeten steeds meer risico nemen voor steeds minder rendement.

Tekenend is de steile opgang van de bedrijfsleningen met soepele convenanten. Even symptomatisch zijn de fors stijgende prijzen van commercieel vastgoed in de Europese hoofdsteden, en de onstilbare honger naar bedrijfsobligaties van bedenkelijke kwaliteit. Het is een spelletje dat vroeg of laat verkeerd moet aflopen. Intussen spinnen de banken en de overheden garen bij die collectieve verdwazing, want zo kunnen ze vers kapitaal ophalen of zich goedkoop herfinancieren. Wat bijdraagt tot een stabieler financieel systeem - elk nadeel heb zijn voordeel.

Het is ironisch dat de ECB waarschuwt voor die gevaarlijke jacht op rendement. Alsof de cafébaas die gratis bier tapt en niet-alcoholische dranken belast, waarschuwt voor overmatig drankgebruik en een pijnlijke kater. De ECB waarschuwt dat de kans toeneemt dat beleggers zich straks, bij een haperend herstel bijvoorbeeld, even achter de oren krabben, bij zinnen komen en beseffen dat ze tijd te veel betalen voor de rommel die ze kopen. Dat inzicht zou een spoor van vernieling door de markten trekken, met stijgende rentes, inklappende beurzen en paniek als resultaat. Maar de ECB kan niet voor lange tijd zowel de economie ondersteunen, als waken over de financiële stabiliteit. Er wordt gewoon te veel gevraagd van de centrale bankiers.

Toch zijn er in Europa ook rationele verklaringen voor de dalende rentes en de stijgende beurzen. De Europese overheden en de banken zijn in betere conditie dan enkele jaren geleden. Begrotingstekorten worden teruggedrongen, de concurrentiekracht is in veel landen versterkt, en de banken hebben hun kapitaalbuffers opgetrokken. Ook het economische herstel zet voorzichtig door.

Er zijn nog meer factoren die verklaren waarom de belegger die Duitse overheidsobligaties koopt, geen volslagen idioot is. De lage rente is nog een verhaal voor jaren, omdat Europa steeds meer in de voetsporen van Japan lijkt te treden, met een lange periode van trage groei, lage inflatie, lage rente en een hoge schuldenlast. Europa dreigt net als Japan te weinig te doen om een nieuw groeiperspectief te vinden. Japan zit al dertig jaar in die val, en speelt nu alles of niets.

Japan is ook het eerste land dat in de greep van de vergrijzing is. Dat zet een rem op de bestedingen en een turbo op het sparen. Ook het vergrijzende Europa, en zelfs een groot deel van de wereldeconomie, volgt dat patroon. De wereld spaart zich te pletter en al dat spaargeld zoekt een bestemming. Het is daarom misschien toch zo dwaas niet om nog wat rendement te sprokkelen.

Onze partners