Patrick Claerhout

Quota straffen slecht bestuur af

Patrick Claerhout redacteur bij Trends

Het Belgische bedrijfsleven oogst wat het gezaaid heeft: wettelijke quota voor vrouwen in de raad van bestuur.

Baron Paul Buysse, bestuursvoorzitter van Bekaert, bestempelde in de kranten quota als een belediging voor de vrouwen. Dat het parlement quota voor de vertegenwoordiging van vrouwen in de raden van bestuur van beursgenoteerde ondernemingen heeft goedgekeurd, is echter in de eerste plaats een belediging voor bestuursvoorzitters zoals Buysse. Zij hebben blijkbaar niet hard genoeg hun best gedaan om diversiteit in hun raden van bestuur gestalte te geven.

Voor alle duidelijkheid: wij zijn geen voorstander van quota. Integendeel, de kans is groot dat het opleggen van wettelijke quota het functioneren van een raad van bestuur ontwricht. Quota kunnen haaks staan op het gezochte competentieprofiel van een bestuurder. Ze houden geen rekening met de positie van de referentieaandeelhouder en de rol van de onafhankelijke bestuurders. Bovendien vormen quota een bedreiging voor de kwaliteit en de onafhankelijkheid van een raad van bestuur.

Daarom was het veel beter geweest om het bedrijfsleven de kans te bieden op eigen initiatief en ritme te evolueren naar meer genderdiversiteit. Het parlement keurde nu een quotum (30 procent vrouwen) en een timing (2017 voor de grote beursgenoteerde bedrijven) goed. Herman Daems, de voorzitter van de commissie voor corporate governance, had nog voorgesteld om deze streefcijfers op te nemen in de zelfregulerende code. Dat was een veel betere en even duidelijke keuze geweest.

Helaas was het initiatief van Daems too little too late. De politici hadden er geen vertrouwen in. En dat kun je ze moeilijk kwalijk nemen. Het Belgische bedrijfsleven heeft de afgelopen tien jaar niet echt getoond dat ze de kwestie ernstig nam. Nog steeds is slechts ruim 6 procent van de bestuurders in België een vrouw. Bijna de helft van de beursgenoteerde bedrijven heeft niet eens één vrouw in zijn raad van bestuur. Terwijl sommige bedrijven fors steunen op vrouwelijke werknemers, managers en klanten, en de universiteiten al meer vrouwelijke dan mannelijke afgestudeerden afleveren.

Wie heeft er boter op zijn hoofd? Volgens het bedrijfsleven zijn het de politici die geen voeling hebben met de werking van een raad van bestuur, die de privésector te veel willen reglementeren, en die deugdelijk bestuur te restrictief en sanctionerend zien. Daar is zeker iets van aan. Maar van voorzitters en topbestuurders mag je toch wel enige zelfkritiek verwachten. Zij vertellen altijd hoe belangrijk een kritische en onafhankelijke houding is. Hoe belangrijk het is een ruime, open blik te hebben op wat er in de wereld gebeurt en bij de mensen leeft. Wel, in de Verenigde Staten had men dertig jaar geleden al de mond vol van equal opportunities. Dat is later overgewaaid naar Europa. Wie de voorbije tien jaar de maatschappelijke druk om meer vrouwen een kans te geven in topfuncties niet zag of voelde, heeft in een ivoren toren geleefd.

Sommige bedrijven voeren al een tijdje een vrouwvriendelijk beleid. Zij kunnen er prat op gaan dat ze de vinger hielden aan de polsslag van de maatschappij. Zij zullen ook geen problemen hebben om de quota te halen. De bedrijven die de voorbije jaren niets gedaan hebben, kijken nu tegen een enorm gat aan dat ze moeten dichtrijden: van nul naar 30 procent in vijf jaar. Dat is inderdaad geen incentive voor goed bestuur, maar het is vooral een afstraffing voor onvoldoende vooruitziend bestuur.

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Content